Wordt de speelfilm langer of onze concentratie korter?

Een Duitse komedie van 162 minuten? Volgens regisseur Maren Ade kon haar Toni Erdmann echt niet korter. „Het werkt past goed als de personages hun niveau van ongemak vinden. Dat kost tijd. Ines (de heldin) moet eerst gedwongen worden om eieren te verven voordat ze Whitney Houston kan zingen.”

De briljante surprise Toni Erdmann, nu in de bioscoop, verdient zijn looptijd, maar biedt munitie aan degenen die klagen dat speelfilms steeds langer worden. Dat hoor en lees je vaker, klopt het ook? De vuistregel is nu: een genrefilm - horror, animatie, komedie - duurt zo’n 90 minuten, dure ‘blockbusterfilms’ of prestigedrama zo’n twee tot drie uur. Dat suggereert diepgang en/of epische schaal, en onderscheidt ze van ‘B-films’ van 90 minuten.

Statisticus Randal S. Olson haalde in 2014 de hele filmsite IMDb door zijn computer om de gemiddelde lengte van speelfilms te meten. Die bleek van 65 minuten in 1906 gestaag te zijn toegenomen tot 92 minuten in 1965, daarna gedaald naar 85 minuten in 1985, toen weer gestegen naar 90 minuten. Sinds 1950 zweeft de speelfilm gemiddeld rond de 90 minuten.

Bij de 25 topfilms van elk jaar beweegt veel meer. Tussen 1930 en 1965 nam de lengte van die topfilms toe van 90 naar 120 minuten, daarna daalde hij naar 110 minuten om vanaf 1985 weer gestaag richting 120 minuten te stijgen: twee uur. Olson hypothese: na 1945 werden topfilms steeds langer door de komst van televisie. De bioscoop wilde een episch, avondvullend alternatief bieden. Door de komst van video werden topfilms daarna tijdelijk korter: op een cassette paste maximaal twee uur film.

Film is dus inderdaad (weer) iets langer geworden sinds de jaren tachtig. Toch lijkt de klacht over lange films ook een indicatie van een kortere aandachtsspanne. Daar heb je minder last van in de bisocoop, waar je in het donker wegdroomt. De Thaise regisseur Weerasethakul deed de prikkelende suggestie dat de ideale lengte van een speelfilm 90 minuten is omdat een slaapcyclus - sluimer, lichte slaap, diepe slaap, droomslaap, sluimer - net zolang duurt. Bij een speelfilm van twee, drie uur schrik je halverwege even wakker, maar in een donkere bioscoop dut je ook zo weer in.

Het probleem lijkt eerder dat we speelfilms meer via beeldschermen consumeren: tv, computer, telefoon. Met overal afleiding voelt ruim twee uur film als gedwongen bingewatchen. Misschien moet je topfilms als Maren Ade daarom voor het beeldscherm standaard als miniserie worden uitgebracht, in episodes van een uur. Maar beter nog: ga naar de bioscoop.

Coen van Zwol is filmredacteur