Vrijheid van meningsuiting gaat boven goede naam

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht: publiciteit zoeken bij conflict en overplaatsing afwijzen.

Het stond er echt, meteen achter zijn naam: „nonvaleur”. Op zijn eigen LinkedIn-account. En bij werkervaring: „but I was fired due to incompetence at Rinette Zorg”. Iemand had ingelogd op zijn account en hem publiekelijk belachelijk gemaakt. En hij had wel een vermoeden wie. Twee jaar had hij als manager bij thuiszorgorganisatie Rinette Zorg gewerkt, met de bedoeling op termijn de directeur op te volgen. Maar al gauw ontstonden er irritaties. De directeur bleek de mails van al zijn medewerkers te lezen, inclusief de mails van de manager met daarin weinig flatteuze bijnamen voor de directeur. De spanningen liepen op en de manager werd op non-actief gesteld, waarna zijn contract werd ontbonden.

Niet lang daarna stuitte hij op de LinkedIn-verrassing. Zijn vermoedens dat de directeur erachter zat, deelde hij met het Eindhovens Dagblad. De krant had al eerder gepubliceerd over onvrede bij het personeel van Rinette Zorg en beschreef nu de LinkedIn-affaire. „Kortom, geen baas waar je graag voor werkt”, luidde een van de citaten. De directeur stapte naar de rechter, omdat hij door deze uitspraken ernstig was aangetast in zijn functie van bestuurder.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf hem gelijk: de manager had onrechtmatig gehandeld door met zijn beschuldigingen de publiciteit op te zoeken. In hoger beroep pakt het anders uit. De vrijheid van meningsuiting is hier belangrijker dan het recht op eerbiediging van privéleven en goede naam, vindt het hof Den Bosch. Het is aannemelijk dat de directeur, die als systeembeheerder bij alle accounts kan en ook niet stellig ontkend heeft, heeft ingelogd op het LinkedInaccount. De uitlatingen zijn dan ook niet onrechtmatig.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:GHSHE:2016:4547