Van de snijzaal naar de kunstbeurs

Tekeningenhandelaar Onno van Seggelen debuteert op kunstbeurs PAN Amsterdam. „Ik verkoop geen maandagmorgentekeningen.”

Félicien Rops (1833-1898): Le droit au travail (links) en Le droit au repos, 1868. Etsen, 80×54 mm. Samen 2.500 euro.

Als medicijnenstudent handelde Onno van Seggelen (40) in antieke medische boeken. Een hobbymatige bezigheid die steeds serieuzere vormen aannam. Met enige schroom vertelt hij hoe hij als co-assistent soms tot in de operatiekamer verkopen aan het regelen was.

Zijn bevlogenheid voor oud papier en tekeningen won het van zijn passie voor de gezondheidszorg. Van Seggelen ging stage lopen bij Kunsthandel Th. Laurentius in Middelburg en schreef zich op 1 januari 2010 bij de Kamer van Koophandel in als kunsthandelaar. „Ik kocht een pak, bouwde een website en bestelde visitekaartjes, zo ben ik begonnen.”

Onno van Seggelen Fine Arts, gevestigd op een bovenwoning in Rotterdam, is in relatief korte tijd uitgegroeid tot een gewaardeerd adres voor bijzondere tekeningen, met als zwaartepunt tekeningen van Hollandse Oude Meesters uit de 17de en 18de eeuw. Internationale musea als het Metropolitan Museum of Art in New York en de National Gallery in Washington mag hij tot zijn klanten rekenen.

In maart sprong Van Seggelen „een gat in het plafond” toen hij samen met een select groepje beginnende kunsthandelaren werd geselecteerd voor een kleine stand op TEFAF in Maastricht. Deze maand debuteert hij op PAN Amsterdam. „Een logisch vervolg”, zegt hij.

Aan de hand van drie werken op papier die hij op PAN aanbiedt, vertelt Van Seggelen zijn verhaal.

Kapitaaltje

Van Seggelen: „Als student kocht ik op de markt boeken voor een paar euro, die ik voor het drievoudige verhandelde aan antiquariaten en verzamelaars. Zo bouwde ik een kapitaaltje op, waarmee ik steeds betere aankopen kon doen.

„Ik ben voortdurend op zoek naar bijzondere tekeningen. Die vind ik niet op grote veilingen, want dan loop ik het risico tegen mijn klanten op te bieden. Ik koop het liefst uit oude collecties, uit erfenissen, boedelscheidingen en nalatenschappen. Dat betekent veel reizen, van de vlooienmarkt op de Blaak in Rotterdam, naar de Salon du Dessin in Parijs. Maar dat resulteert wel in een spannende collectie, met werken die lang niet op de markt zijn geweest.

Jacob de Wit (1695-1754)

Allegorie op de lente en zomer. Een van twee ontwerpen voor een verloren gegane schildering in de buitenplaats Outshoorn in Rijswijk. Pen en zwarte inkt, 13×30 cm. Samen 14.500 euro. Jacob de Wit (1695-1754)

„Dit is een bijzondere vondst bij een klein veilinghuis. Ik ben vermoedelijk de enige geweest die de moeite heeft genomen deze tekeningen uit de lijst te halen. Achterop staan aantekeningen waardoor ik de herkomst heb kunnen traceren. Het zijn ontwerpen voor schilderingen in de buitenplaats van Jan Hüdde Dedel, 42 jaar lang de burgemeester van Den Haag. Ze hebben deel uitgemaakt van de verzameling van Cornelis Ploos van Amstel, een van de belangrijkste collectioneurs die Nederland gekend heeft. Zo’n interessante herkomst geeft aanzienlijke meerwaarde.”

Van Seggelen: „Dit is een tekening van een bekende dilettant, een vermogend bankier die voor de lol tekende. Ik zag dit blad in Parijs aangeboden als ‘Ecole Néerlandais, 18de eeuw’.

Signed all over

„Ik meende de hand van Goll al te herkennen en na overleg met een specialist wist ik zeker waarop ik ging bieden. Het werd nog een behoorlijke strijd; meer mensen hadden zijn handschrift herkend. Niet zo gek, want alle kenmerken van zijn stijl en onderwerpskeuze zitten in dit blad. Het is, zoals liefhebbers dat noemen, signed all over.

Johann Goll van Franckenstein (1722-1785)

De Muiderpoort te Amsterdam, gezien vanaf De Schans, 1765. Zwart krijt, pen en penseel in bruin en grijs op papier, 26×31 cm. Vraagprijs: 7.500 euro. Johann Goll van Franckenstein (1722-1785)

„In het begin kostte het me moeite om afstand te doen van bijzondere vondsten. Nu lukt het me beter. Ik weet dat ik wel weer andere dingen tegenkom. En het is ook prima dat kunst rouleert.”

Van Seggelen: „Ik verkoop weinig grafiek. Maar voor Félicien Rops maak ik een uitzondering. Met deze Belgische symbolist is mijn liefde voor de kunst begonnen. Als handelaar ben ik vooral op zoek naar artistieke bevlogenheid. Dus liever een meesterwerk van een minder bekende kunstenaar, dan een maandagmorgen- of vrijdagmiddagtekening van een kunstenaar met een grote naam.

„‘Het recht op arbeid’ en ‘Het recht op rust’ [met een slappe penisfiguur, red.] zijn iconische etsen van Rops: kleiner en geestiger heeft hij ze niet gemaakt. Als set ook redelijk zeldzaam. Ze zitten in lijsten met zwart roggenleer. Ja, daar maak ik werk van. Voor elk blad overleg ik met mijn lijstenmaker. Het moet er verzorgd uitzien.”