Cultuur

Interview

Interview

‘Soms dacht ik: ik moet papa vaker bellen’

Interview ‘Toni Erdmann’ betoverde Cannes, maar regisseur Maren Ade is al blij dat men kon lachen om haar bizarre rollenspel van vader en dochter. „Ik wilde een komedie, maar iets trok me richting drama.”

Je put altijd uit je eigen leven als je zo’n film schrijft, krast de Duitse regisseur Maren Ade in Cannes. Ze is schor van twee dagen première, banketten en pers: Toni Erdmann is medio mei de meest geprezen film op ’s werelds meest prestigieuze filmfestival. Raar, want: een Duitse komedie van 162 minuten over vaders en dochters?

Net als de filmvader Winfried, is haar vader een grappenmaker, beaamt Ade. Ze deed hem ooit een fopgebit cadeau dat ze had gekregen bij de première van de film Austin Powers. „Dat gebitje kwam daarna te pas en te onpas uit zijn borstzak. Was je uit eten en kwam de kelner met de rekening, dan zaten die tanden in zijn mond. En zag je de kelner kijken: wat moet ik hiermee? Onze relatie is erg goed, maar toen ik Toni Erdmann maakte, dacht ik soms: ik moet papa vaker bellen.”

Hoe hij reageert op de film? „Oh, hij was stiknerveus: zouden ze hem wel leuk vinden? Hij is zo beschermend. Dus nu is hij opgetogen, maar na afloop zei hij: ‘Ik zou je nooit een kaasschaaf cadeau doen.’ Hij herkende dus wel wat in Winfried.”

Lees de recensie van Toni Erdmann: Vader pakt te pas en te onpas zijn fopgebit erbij

Verschoven machtsbalans

In Toni Erdmann bezoekt de gepensioneerde muziekleraar Winfried na de dood van zijn hondje dochter Ines, een spijkerharde, vreugdeloze consultant in de olie-industrie in Boekarest. Ze begrijpen noch bereiken elkaar: na een paar dagen zet Ines hem schuldbewust maar opgelucht in de taxi. Waarna Winfried opeens met pruik en vals gebit opduikt in de cocktailbar waar ze met vriendinnen zijn vertrek viert, en zich voorstelt als levenscoach Toni Erdmann. Zo begint een bizar rollenspel tussen vader en dochter dat grappig, onthullend en ontroerend uitpakt.

Winfried is zo’n vader met een repertoire grappen dat hij veel te vaak herhaalt. Die zich verkneukelt als zijn kinderen zich een beetje schamen. Maren Ade: „Winfried is 65 jaar, de machtsbalans is verschoven naar zijn dochter. Hij heeft alleen zijn humor nog om haar een beetje uit balans te brengen. Maar Ines is geen zacht ei, ze neemt die uitdaging aan.”

Toni Erdmann is de derde film van Maren Ade (39): haar afstudeerfilm Der Wald vor lauter Bäume won in 2003 al de speciale regieprijs op het Sundance Festival, haar tweede, het bitterkomische relatieportret Alle Anderen, won in 2009 de Zilveren Beer in Berlijn. Haar films rijpen traag: tussendoor produceert ze. Ade is getrouwd met regisseur Ulrich Köhler (Schlafkrankheit), een representant van de Berlijnse School van visueel sober, ingehouden sociaal drama. Maren Ade graaft liever in psychologie, ontrafelt de spelletjes, rolletjes en steken onder water in relaties.

Uw personages zijn een beetje grotesk. Maakt dat ze echter?

„Gena Rowlands noemt in de film A Woman Under the Influence haar kinderen Spaghetti en Macaroni. Zo zijn mensen. Maar bij Toni Erdmann was de Amerikaanse komiek Andy Kaufman voor mij belangrijk. Ik ontdekte hem terwijl ik het script schreef en zag drie weken lang alles wat ik over hem kon vinden. Die humor: je weet niet precies wat je moet denken, je lach sterft weg. Ik wist dat ik een vader en dochter wilde die elkaar via een grappig rollenspel herontdekken, maar Kaufman had veel invloed op me.”

Wilt u zeggen dat de rollen echt contact in een gezin in de weg staan?

„Eerder dat je ermee moet spelen. Ines betwijfelt of haar vader nog relevant is in haar leven. Op haar werk is ze de harde baas van haar assistent, een teamlid dat niet over zich heen laat lopen. Ze kan niet zomaar even in de rol van dochtertje terugvallen. Dus hebben ze elkaar nog maar weinig te zeggen, denkt ze.”

Ade begon al in 2010 met het script, deed uitputtende research in de expat-zakenwereld van Boekarest. Ze werkt grondig: zo probeerde ze zeker vijftig pruiken uit voor het personage Toni Erdmann voor ze weer bij de eerste pruik uitkwam. Bij elke scène maakt ze tientallen takes. Sandra Hüller, die Ines speelt, zei over filmen met Ade: „Het is als een bevalling. Is dat een tijd geleden dan denk je: dat wil ik best nog eens. Niet als het er net opzit.”

Ik heb begrepen dat u bij de montage met 120 kilometer film begon.

„Ja, zoiets. Dat klinkt veel, maar je moet dat zien als archief. Vooraf weet je niet precies hoe een film werkt – of hij werkt. Daarom maak ik veel takes. Tijdens het filmen ontdek je nieuwe lagen en ontstaat complexiteit. En soms weet ik in de montage nog steeds niet precies wat ik wil. Dan ben je blij met al die versies.

„Soms weet je wel meteen wat goed is. Zoals die scène waarin Winfried zich voordoet als Duitse ambassadeur en Ines dwingt om Whitney Houstons The Greatest Love of All te zingen. Die draaidag was een nachtmerrie. Veertig graden, tientallen mensen in een piepklein flatje. Ines probeerde het liedje zes, zeven keer. Ik zei: ‘Dit wordt saai, kan je het niet anders zingen dan als verlegen meisje?’ Toen zei ze: ‘Ik doe het in Las Vegas-stijl, oké?’ Een heel agressieve, luide toon. De geluidsman, die stond te zweten, schrok zich dood, het was geweldig.”

Whitney Houston is een hoogtepunt. In uw film ‘Alle Anderen’ putte u ook emotie uit melige schlagers.

„Ik hou van simpele liedjes. Ines vond Whitney Houston vast geweldig toen ze 13 of 14 jaar was. Haar vader speelde dan op de piano, zij zong. Zoiets stond mij voor ogen. Dat was echt en oprecht.”

Was ‘Toni Erdmann’ altijd een komedie?

„Eerst wel. Ik vroeg me af: kan ik een genrefilm maken? Maar iets trok me naar drama, en de opnames gingen steeds meer over de melancholieke onderstroom onder dat fopgebit en de naaktfeestjes. Ik was best opgelucht dat mensen moesten lachen. Het is een dunne lijn waarop Peter (Simonischek) balanceert als vader Winfried. Voor een goede acteur is het lastig een slechte acteur te spelen.”

Waar kwam dat idee van een naakte lunch in uw film vandaan?

„Dat is een oud idee dat ik eindelijk kon gebruiken. Ines breekt in die ‘naked lunch’ met haar werk en haar lichaamsgêne. Het werkte erg goed, want naakt geeft zoveel spanning op de set. Voor acteurs is het ongemakkelijk, voor actrices al helemaal. Naakt in daglicht, zodat je elke imperfectie ziet. Ze hebben zich er dapper doorheen geslagen.”