Opinie

Overheid, doorbreek het monopolie van de farmaceut

Opinie De overheid moet actief ingrijpen om nieuwe geneesmiddelen betaalbaar te maken, schrijven Ellen ‘t Hoen cum suis. Maak gebruik van dwanglicenties en beloon een bedrijf als het een noodzakelijk geneesmiddel (bijvoorbeeld antibiotica) ontwikkelt.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Patiënten die niet de medicijnen krijgen die ze nodig hebben omdat de prijs te hoog is, was tot voor kort vooral een probleem van ontwikkelingslanden. Inmiddels is er sprake van een mondiale crisis die roept om een nieuwe aanpak. Nederland luidde onlangs de alarmklok bij de Verenigde Naties en sprak steun uit voor het voorstel om nieuwe internationale afspraken te maken over de financiering van onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen opdat deze betaalbaar blijven.

Na twee jaar studie publiceert vandaag de ‘Lancet Commissie Essentiële Geneesmiddelen Beleid’ haar eindrapport. De Lancet Commissie bestaat uit een groep van 21 internationale geneesmiddelenexperts bijeengebracht door het prestigieuze Engelse medisch tijdschrift The Lancet. De Commissie presenteert een ferm pleidooi voor actiever overheidsingrijpen en grotere internationale samenwerking om nieuwe geneesmiddelen betaalbaar te maken.

Waardoor zijn geneesmiddelenprijzen zo hoog? De prijs van een nieuw geneesmiddel heeft niets te maken met de kosten voor ontwikkeling en productie. Farmaceutische bedrijven baseren de prijs op een zorgvuldige inschatting van hoe ver ze kunnen gaan totdat het maatschappelijk protest te luid wordt. In de praktijk wordt deze grens steeds verlegd. Jaren geleden werd 10.000 euro voor een nieuw aidsgeneesmiddel nog als een erg hoge prijs gezien. Inmiddels verbaast een introductieprijs van 100.000 euro per patiënt per jaar, bijvoorbeeld voor de behandeling van kanker, niet meer.

Geneesmiddelenpatenten geven de farmaceutische industrie een sterke monopolie. Concurrentie met goedkopere versies van het merkgeneesmiddel is immers niet mogelijk tot het patent afloopt.

Volgens de industrie zijn de ontwikkelingskosten per nieuw medicijn opgelopen tot 2.5 miljard dollar. Het ontwikkelen van een nieuw geneesmiddel kost inderdaad veel geld. Maar hoeveel precies weten we niet, omdat er geen onafhankelijke cijfers beschikbaar zijn. Bovendien blijft de substantiële financiële bijdrage die de overheid levert aan het noodzakelijke basis-onderzoek vaak ongenoemd. Not-for-profit organisaties die geneesmiddelen ontwikkelen laten zien dat een nieuw medicijn ontwikkeld kan worden voor 100 tot 150 miljoen dollar.

De Lancet Commissie roept overheden op tot actie. Bijvoorbeeld door in bepaalde gevallen het patentmonopolie opzij te zetten met dwanglicenties. Een dwanglicentie heft het alleenrecht van de patenthouder op en geeft anderen het recht om het middel te produceren tegen de betaling van een vergoeding. Dit creëert marktconcurrentie en vergroot de druk bij prijsonderhandelingen. Italië maakt al gebruik van dwanglicenties om geneesmiddelenprijzen te verlagen. Internationaal steunt Nederland het gebruik van dwanglicenties en het is onduidelijk waarom de minister dit niet in eigen land toepast.

Ook beveelt de commissie aan om een ‘patent pool’ te creëren voor alle nieuwe essentiële geneesmiddelen. Een ‘patent pool’ zorgt ervoor dat goedkope versies van nieuwe geneesmiddelen snel beschikbaar komen in lage-inkomenslanden, ook als deze nog gepatenteerd zijn. Een ‘patent pool’ verkrijgt patent licenties van patenthouders door onderhandeling en stelt deze beschikbaar aan meerdere producenten tegen een kleine vergoeding. Deze producenten hoeven dus niet langer te wachten tot het patent afloopt voordat zij goedkope versies op de markt kunnen brengen. Een ‘patent pool’ voor aidsgeneesmiddelen functioneert al met goed resultaat sinds 2010 en heeft tussen 2010 en 2015 119.6 miljoen dollar aan besparing opgeleverd bij de aankoop van aidsgeneesmiddelen in ontwikkelingslanden.

Waarom zijn medicijnen zo duur? De tekst gaat door onder de video.


(video: Bruno van Wayenburg)

Internationale handelsverdragen zoals de Trans Pacific Partnership Agreement (TPP) en de Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), die de exclusieve markt positie extra beschermen, vergroten financieringsproblemen in de gezondheidszorg. Hierdoor blijven, ook in rijke landen, patiënten verstoken van behandelingen die zij nodig hebben. Net als bijvoorbeeld in Engeland toen vorig jaar het borstkankermedicijn Kadcyla (T-DM1) vanwege de hoge kosten van de vergoedingenlijst werd gehaald. Patiëntengroepen riepen toen de Britse regering op om een dwanglicentie af te geven voor de productie van goedkopere versies van het middel.

Patenten en marktexclusiviteit zijn de belangrijkste drijfveren voor farmaceutische innovatie. Dit brengt met zich mee dat de farmaceutische industrie vooral kijkt naar middelen die veel geld opbrengen en veel minder naar middelen die nodig zijn, zoals nieuwe antibiotica. Om dit te doorbreken stelt de commissie voor om patenten en marktexclusiviteit te vervangen door andere beloningen voor innovatie, bijvoorbeeld innovatieprijzen. Hierdoor ontstaat er een markt voor innovatie die niet langer afhankelijk is van hoge geneesmiddelenprijzen. Als een bedrijf een nieuw en noodzakelijk geneesmiddel ontwikkelt, ontvangt het hiervoor een hoog geldbedrag. In een rapport van de Britse overheid beveelt oud Goldman Sacks-econoom Jim O’Neill een innovatieprijs van 1,2 miljard euro aan voor de ontwikkeling van een nieuw antibioticum. Innovatieprijzen verbreken de schakel tussen de ontwikkelingskosten en de noodzaak om een hoge prijs te vragen. Nieuwe essentiële geneesmiddelen kunnen dan direct tegen kostprijs met een beperkte winstopslag aangeboden worden. Of, zoals in het geval van antibiotica, heel spaarzaam gebruikt om resistentie te voorkomen. Een dergelijk innovatiesysteem vereist wel nieuwe internationale afspraken om de juiste onderzoeksprioriteiten te stellen en te garanderen dat alle landen bijdragen aan de kosten.

Het is tijd voor een herijking van het systeem waarbij het recht op betaalbare medicijnen het uitgangspunt vormt. Overheden moeten zich niet door de industrie laten gijzelen, maar doortastend opkomen voor de belangen van patiënten en belastingbetalers. Het rapport van de Lancet Commissie biedt hiervoor de blauwdruk.

Ellen ’t Hoen, juriste en onderzoekster Global Health Unit, Gezondheidswetenschappen, Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen, Prof. mr. Brigit Toebes, adjunct-hoogleraar internationaal gezondheidsrecht, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen, Prof. dr. Hans Hogerzeil, hoogleraar Global Health, Global Health Unit, Gezondheidswetenschappen, Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen. Ellen ’t Hoen en Hans Hogerzeil zijn lid van de ‘Lancet Commissie on Essential Medicines Policies’.