Meneer pastoor moet het maar zien te rooien

Rooms-Katholieke Kerk

De gelovigen blijven weg, en menig godshuis is al gesloten. Nu moeten katholieke priesters ook nog vrezen voor hun inkomen. Neem een bijbaantje, zegt de bisschop.

Pastoor Ralf Schwillens. Chris Keulen

Jos l’Ortye was een gewaarschuwd man. Toen hij 25 jaar geleden priester werd, voorspelde een oudere collega dat l’Ortye het nog mee zou maken dat geestelijken zelf hun broek moeten gaan ophouden. Die profetie spookte door het hoofd van de 54-jarige pastoor van Posterholt en nog vijf andere parochies in Midden-Limburg, nadat bisschop Frans Wiertz van Roermond deze maand in een toespraak vertelde dat inkomenszekerheden mogelijk eindig zijn. L’Ortye dacht dat het voorlopig zo’n vaart niet zou lopen.

Ralf Schwillens (40), pastoor in Neer, Roggel en Heibloem, schrok. „Ik dacht: wat krijgen we nu? Je gaat meteen je eigen toekomst overdenken: wat gaat dat voor mij betekenen?”

Frans Wiertz, bisschop van Roermond, gaf met de rede zijn visie op de toekomst van de kerk in Limburg. Uit het hoofd, lezen lukt hem niet meer. Een oogkwaal maakt hem langzaam blind. Wiertz is bezig aan zijn laatste jaar als bisschop.

Chris Keulen

Priester Jos l’Ortye. Chris Keulen

In Rolduc in Kerkrade, een abdij met ruim negen eeuwen geschiedenis, plaatste hij de huidige leegloop van de kerk in een ruimer perspectief. Elders in de wereld is het rooms-katholicisme springlevend, benadrukte hij. En het geloof heeft meer zware tijden doorstaan.

Wiertz gelooft dat zijn kerk toekomst heeft. Maar voorlopig laat de situatie zich volgens hem nog het beste vergelijken met „de tocht van de Israëlieten vanuit Egypte naar het Beloofde Land. We zijn bezig aan een tocht, aan een lange tocht, een woestijntocht voor velen.” Katholieken zouden net als het volk van Mozes wel eens veertig jaar kunnen gaan dolen en schrale tijden beleven.

Anders dan bijvoorbeeld de leiding in het aangrenzende bisdom Den Bosch wil Wiertz niets weten van het op grote schaal sluiten van kerken. Oorlogen en dictaturen kunnen godshuizen vernietigen, „maar als de kerk zelf, de pastoor of de bisschop of het kerkbestuur, God weghaalt uit het dorp en de Godslamp uitblaast, vernietigen we zelf fundamenteel het geloof in onze streken”.

Maar het kan financieel penibel worden, voorspelde Wiertz. Het was het moment waarop hij een toekomst schetste waarin priesters deels of zelfs helemaal in hun eigen levensonderhoud moeten gaan voorzien, bijvoorbeeld door een bijbaantje te nemen. „In de Middeleeuwen had de pastoor een tuin en moest hij zelf zijn groente kweken en had hij nog wat vee. Er zijn verhalen van parochies waar de kippen door de kerk vlogen.”

Bij L’Ortye meldden zich deze week al de eerste parochianen om, als het zover komt, verse eieren bij hem af te nemen. „Dat soort lollige opmerkingen krijg je nu te horen.”

Ooit echt een meneer

Volgens de bisschop kwamen de vaste inkomens en de pensioenzekerheid voor geestelijken er pas een tijdje na de Tweede Wereldoorlog, tegelijk met de verzorgingsstaat. En zoals die nu steeds soberder wordt, zo zal ook de vaste beloning voor priesters mogelijk op losse schroeven komen te staan. Wiertz: „Als je als missionaris niet bereid bent om zelf iets in te leveren, wat ben je dan voor een soort missionaris?”

Roger Maenen (45), kapelaan in Meijel, vindt dat niet raar. „Bij leeftijdgenoten die geen priester zijn, vallen de zekerheden ook weg. Die moeten allerlei banen naast elkaar nemen, weekends doorwerken om het hoofd boven water te houden. Waarom zou je het als geestelijke beter moeten hebben? Juist nu komt het aan op priester zíjn. Dan gaat het niet om wel of geen vastigheid. Bed, bad en brood voldoet.”

Meneer pastoor was ooit echt een meneer. Met de burgemeester en het hoofd van de school behoorde hij tot de notabelen. Als een boer vee slachtte, ging het beste stuk vlees naar de priester. Met feestdagen overlaadden de parochianen de man met drank, sigaren en ander lekkers.

Maenen leidt zijn bezoek rond door de pastorie in Meijel, met recht een herenhuis te noemen, gebouwd in de jaren 30 van de vorige eeuw. In de kelder is nog te zien waar de weckflessen stonden, waar de broden en de wijnen lagen. De ruime tuin bood mogelijkheden voor het zelf verbouwen van groente.

Anders aanpakken

Daarvoor was toen hulp. De pastorie had ook aparte ruimtes voor de inwonende huishoudster en voor de pater van een klooster even verderop, die overdag als kapelaan hielp. Meijel had in de jaren van het rijke roomse leven nog twee andere kapelaans. Die hadden eigen optrekjes in het dorp, hun kapelanie.

Hoe anders is de werkelijkheid anno 2016. Maenen heeft geen ondersteuning van andere geestelijken. Met de pastoor van het nabijgelegen Helden en een emeritus priester bestiert hij zeven parochies. Zijn Meijelse pastorie heeft hij sinds dit voorjaar nog voor hooguit een kwart in gebruik. De rest is verhuurd aan een huisartsenpraktijk. „Ik weet het niet, het is een zaak van het kerkbestuur, maar ik denk dat daarmee mijn pensioen en misschien nog wat meer betaald kan worden.”

In de nog veel kolossalere kerk, gebouwd in jaren 50 nadat de voorganger in de oorlog was verwoest, heeft de pastoor een plekje ingeruild voor het Peelpunt. Vrijwilligers verkopen er fiets- en wandelkaarten en streekproducten. Een van de biechtstoelen doet dienst als kast. „Op deze manier kan de kerk de hele dag openblijven, omdat er toezicht is. En we houden wat leven in het dorp.”

Chris Keulen

Roger Maenen, kapelaan in Meijel. Chris Keulen

Ook Maenens collega’s geloven in andere manieren van aanpakken. L’Ortye vindt dat het bisdom wel erg voorzichtig is met creatieve oplossingen. „Wat is er tegen een zendmast op de kerktoren? In onze parochie in Melick mocht een deel van de kerk niet verkocht worden, maar wel verhuurd.”

Nieuwe manier van kerk-zijn

Het geloof is niet helemaal weg, denkt Schwillens. „Als ik alleen al kijk naar de toeloop bij het Mariakapelletje hier in het dorp…”

Volgens L’Ortye denken de meeste mensen wel „dat er iets is”. „En iemand moet dat hogere vertegenwoordigen, net als een medicijnman in een Afrikaans dorp. Of dat nu per se een katholiek is, wordt voor de meesten steeds minder belangrijk.”

De nieuwe werkelijkheid vergt een nieuwe manier van kerk-zijn, hield de bisschop zijn gehoor al voor. Meer gedragen door de gelovigen samen. Maar de gemiddelde Limburgse parochie werkt anders dan bijvoorbeeld veel protestantse gemeenten, waarvan de leden meer samen doen met de predikant. „Het afwachtende zit hier al een beetje in de volksaard”, constateert L’Ortye. „In de kerk, waar het zolang wemelde van de geestelijken die alles voor hen regelden, is dat nog sterker. Alles gaat nog heel erg top-down.”

Collega Schwillens herkent dat. „Een pastoor zit nu nog overal bij. In de toekomst moet je dat anders organiseren: het zakelijke bijvoorbeeld aan deskundigen overlaten, zodat je als priester meer bezig kunt zijn met de pastorale zorg. Maar zelfs als je delegeert, vertrouwen geeft, merk je dat de vrijwilligers in de parochie toch steeds weer het fiat van de pastoor willen hebben.”

‘Meer dan veertig uur’

L’Ortye verdient nu al bij door af en toe missen over te nemen in twee kerken in het nabijgelegen Duitsland. „Inspirerend voor mij, omdat je in een heel andere katholieke cultuur terechtkomt, met vollere kerken en meer jonge mensen. En het levert het kerkbestuur een mooie cent op.”

Als zijn salaris of pensioen niet meer gegarandeerd kan worden, wil hij zijn oude vak weer oppakken. „Ik was een geval van late roeping: ik ben eigenlijk opgeleid als archiefmedewerker.”

Ik zou een krantenwijk kunnen lopen, als ik mijn honden uitlaat

Schwillens heeft nog geen idee op welke manier hij in de toekomst wat bij zou kunnen verdienen. „Misschien met het geven van godsdienstonderwijs op scholen of met iets in het maatschappelijk werk. Dat doe ik nu eigenlijk al. Ik zou een krantenwijk kunnen lopen, als ik mijn honden uitlaat.”

Een grotere vraag vindt hij waar hij de tijd vandaan moet halen. „Ik maak nu al gemakkelijk meer dan veertig uur. En dan tel ik al die momenten waarop ik tijdens de weekeinden voorga in de eucharistie al als hobby.”