Hervorming bestuursrechters strandt in Tweede Kamer

Voorstel over opheffing twee hoogste rechtscolleges strandt door meningsverschil tussen de regeringspartijen en het kabinet.

Het gebouw van de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Foto ANP / Remko de Waal

De Tweede Kamerfracties van de VVD en de PvdA zijn het niet eens geworden met het kabinet over het opheffen van twee hoogste rechtscolleges. Een compromis – na drie jaar onderhandelen – om twee bestuursrechters op te heffen, zal daardoor hoogstwaarschijnlijk niet door gaan. Dat melden Haagse bronnen aan NRC.

De PvdA is het niet eens met de manier waarop het speciale rechtscollege voor ambtenaren- en sociale zekerheidszaken wordt opgeheven, waar burgers in hoger beroep kunnen als hen bijvoorbeeld een uitkering geweigerd is.

Het kabinet wil dat de zaken van deze Centrale Raad van Beroep worden gedaan door de vier ‘gewone’ gerechtshoven. De PvdA noemt die voorgestelde verspreiding van één gespecialiseerd rechtscollege naar vier normale gerechtshoven „versnippering van kennis”.

Daarom zal de PvdA dinsdagmiddag een SP-plan aan een meerderheid helpen waarbij deze zaken op één plek blijven: de Centrale Raad van Beroep wordt dan omgevormd tot een nieuw, vijfde gerechtshof, waardoor versnippering moet worden voorkomen.
Het kabinet weigert om het plan op die manier aan te passen aan de wens van de Tweede Kamer.

PvdA ‘genoodzaakt’ voor SP-plan te stemmen

PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt zegt dat hij er nog probeerde uit te komen met het kabinet. „Ik wist dat het kabinet het SP-voorstel te ver vond gaan, daarom probeerde ik eerst nog te zoeken naar een andere oplossing waarbij de zaken niet verknipt worden over vier hoven.” Maar PvdA’er Recourt kwam er niet uit met het kabinet. „Daarom ben ik nu genoodzaakt om voor het plan van de SP te stemmen.”

Het kabinet ziet ook niets in een ander voorstel – waar uitgerekend beide coalitiefracties VVD en PvdA mee zijn gekomen, over de Raad van State. De adviserende én rechtssprekende taken van die raad moeten volgens VVD en PvdA strikt worden gescheiden om te voorkomen dat één organisatie het kabinet adviseert, en tegelijk juridische oordelen velt – ook over beslissingen van het kabinet zelf. Bij zo’n strikte scheiding hoort volgens hen ook dat alleen de adviseurs – en dus niet de rechters – mogen toetreden tot het kleine groepje van tien mensen die zichzelf ‘lid van de Raad van State’ mag noemen. Alle andere adviseurs en rechters heten ‘staatsraad’.

Rechtspraak is er blij mee

De president van de Centrale Raad van Beroep, Theo Simons, is blij dat het wetsvoorstel niet door lijkt te gaan. “Het is een politiek compromis, dat geen duurzame oplossing biedt voor de organisatie van de bestuursrechtspraak.”

Ook de koepelorganisatie Raad voor de Rechtspraak is tevreden, zegt voorzitter Frits Bakker. “De rechtspraak is nooit voorstander geweest van dit wetsvoorstel.” Hij ziet liever dat de hoogste bestuursrechtspraak “echt overzichtelijk en eenvoudiger” wordt, door de komst van één hoogste rechter voor alle zaken in het bestuursrecht.

Bakker hoopt dat het kabinet de intrekking van de wet snel bekend maakt, zodat de rust kan weerkeren onder het personeel van de twee rechtscolleges die opgeheven dreigden te worden. “Het is heel vervelend dat zij vier jaar in onzekerheid hebben gezeten.”