‘Heringa niet strafbaar bij hulp zelfdoding’

Advocaat-generaal adviseert Hoge Raad: hulp van Heringa in 2008 aan zijn 99-jarige stiefmoeder om te sterven moet niet strafbaar zijn.

Albert Heringa op archiefbeeld. Foto Robin Utrecht / ANP

Albert Heringa, de man die in 2008 zijn 99-jarige stiefmoeder Moek hielp met sterven toen een arts haar uitzichtloze lijden niet wilde beëindigen, zou niet strafbaar moeten zijn. Dat advies geeft de advocaat-generaal aan de Hoge Raad naar aanleiding van een cassatieberoep dat het Openbaar Ministerie instelde. Het OM deed dit nadat het Gerechtshof Arnhem Heringa anderhalf jaar geleden ontsloeg van rechtsvervolging.

De uitspraak van het Hof dient dus in stand te blijven, aldus de advocaat-generaal. De adviezen aan de Hoge Raad zijn niet bindend, maar worden doorgaans wel overgenomen.

‘De laatste wens van Moek’

De stiefmoeder van Heringa verbleef in een verzorgingstehuis, leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind. Heringa besloot haar te helpen met sterven toen hij zag dat ze zelf pillen verzamelde die niet geschikt waren voor zelfdoding. Haar arts had geweigerd euthanasie uit te voeren.

In juni 2008 verstrekte Heringa Moek, op haar uitdrukkelijke verzoek, medicijnen die zij innam, waarna ze overleed. Hij gaf zijn stiefmoeder, die niet ziek was maar niet meer verder wilde leven, malariapillen, slaappillen en een antibraakmiddel en filmde hoe hij te werk ging. Met de reportage ‘De laatste wens van Moek’, in 2010 uitgezonden door actualiteitenrubriek Netwerk, wilde Heringa het debat over hulp bij euthanasie aanzwengelen.

Heringa werd daarop aangeklaagd. De rechter oordeelde aanvankelijk dat hij schuldig was aan hulp bij zelfdoding, maar legde geen straf op.

Noodtoestand

Heringa beriep zich in de strafzaak op noodtoestand, een vorm van overmacht, omdat de huisarts had geweigerd medewerking te verlenen aan euthanasie en hij zich moreel verplicht voelde zijn stiefmoeder te helpen bij het realiseren van de door haar uitdrukkelijk gewenste pijnloze, vredige en waardige dood.

In hoger beroep werd hij vorig jaar vrijgesproken. Tegen deze vrijspraak stelde het OM cassatie in. Op de website Rechtspraak.nl staat over het advies van de advocaat-generaal:

“In cassatie is de vraag aan de orde wanneer iemand die geen arts is, toch een beroep op noodtoestand kan doen. Een dergelijk beroep kan worden gedaan bij een conflict van plichten, waarbij een strafbaar feit wordt gepleegd en dus de plicht om de strafwet na te leven niet wordt opgevolgd, om aan een moreel zwaarder wegende plicht voorrang te geven. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan dat ook bij hulp bij zelfdoding door een naaste die geen arts is, straffeloosheid met zich meebrengen. Nu er een wettelijke mogelijkheid is dat een arts onder strikte voorwaarden hulp biedt bij zelfdoding – kan een beroep op noodtoestand voor iemand die geen arts is, slechts bij hoge uitzondering worden aanvaard.”

Specifiek geval

Het Openbaar Ministerie vindt dat het Hof in Arnhem niet goed genoeg heeft gemotiveerd waarom er bij Heringa sprake zou zijn van zo’n bijzondere uitzonderingssituatie. Bovendien vindt het OM de eisen die het Hof heeft gesteld aan het handelen van Heringa niet streng genoeg.

De advocaat-generaal vindt de beslissing van het Hof juist wel goed gemotiveerd, maar wijst erop dat uit de beslissing geen algemene conclusies kunnen worden getrokken over de vraag wanneer iemand die geen arts is hulp mag verlenen bij zelfdoding. Op Rechtspraak.nl staat:

“Of er sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie moet van geval tot geval door de rechter worden beoordeeld. De Hoge Raad doet dan ook geen uitspraak over de vraag of hulp bij zelfdoding door niet-artsen is toegestaan, maar over de vraag of het hof kon oordelen dat dit in het specifieke geval van Heringa straffeloos kan blijven.”