Recensie

Geniaal en een beetje gek

Om een avondvullend koorwerk te schrijven op een tekst die zich beperkt tot een lijst van 72 engelennamen moet je een beetje gek zijn, en een beetje geniaal. De Russisch-Amerikaanse Lera Auerbach (1973) – geboren aan de rand van Siberië, opgeleid in Hannover en New York, componist, dichter en beeldend kunstenaar – is gelukkig beide. Donderdag brachten het Nederlands Kamerkoor en het Raschèr Saxophone Quartet Auerbachs 72 angels in wereldpremière. Het bleef anderhalf uur lang boeien, en was soms zelfs hypnotiserend. De 72 engelen uit de titel bemiddelen volgens de joodse mystiek tussen tussen God en de mens. Hun namen komen uit verzen 19-21 van Exodus 14, al staan ze daar niet voluit: je vindt ze door die verzen (elk bestaande uit 72 letters) op kabbalistische wijze te husselen. Van Vehevjah tot Mevamyah worden ze gezongen in bondige, diverse vignetten. Auerbach zet trefzekere lijnen uit in een veelomvattend idioom: Stravinsky, klezmer, renaissancepolyfonie, dramatische tutti’s, ronkende bigbandjazz – alles valt op z’n plek. Hoogtepunt: de achttiende naam (Kaliel), een wondertje van Mozart-achtig a capella, gevolgd door een adembenemend Bach-arioso voor saxkwartet. Maar zelfs van het teruglezen van alle namen (fluisterend, reciterend, in beurtzang) maakt Auerbach een belevenis.