Recensie

Sterven en de kunst van het verdwijnen

Een eenheid is Kroniek beslist niet, eerder een droomspel, alsof wij, toeschouwers, geleidelijk meegaan in de schemerwereld tussen er zijn en er niet zijn.

Scènebeeld uit Kroniek. Foto Jules August

Verdwijnen begint ermee op te houden met praten, de rekeningen van gas, water en licht niet te betalen, niet meer in het stamcafé te komen. Verdwijnen is als een stille dood. De voorstelling Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden van de jonge Duitse regisseur Florian Fischer biedt een variatie aan associaties en gedachten over deze vorm van ongezien wegglippen uit de wereld.

Kroniek is Fischers debuut bij NTGent. IJle, bloembeschilderde gordijnen, als van een Japanse prent, omsluiten de speelvloer. Drie spelers vertolken de rol van ambtenaren, verantwoordelijk voor gas, water, licht. Ze uiten hun verbazing erover dat het mogelijk is dat een man, Michel, 28 maanden dood in zijn appartement ligt. Niemand die het merkte, totdat de geur te indringend werd. Aan het slot krijgt het publiek een waaier uitgereikt waarop het parfum van een lijk in ontbinding is aangebracht. Toegegeven, na gruwelijke details over het ontbindingsproces van een lijk valt het mee. Bittere keldergeur.

Improviseren op de dood

In een associatieve verhaallijn improviseren de spelers op de dood. Bert Luppes en Oscar Van Rompay bespreken in een nadrukkelijk denkende vorm van acteren het verdwijnen en Charlotte Vanden Eynde danst vitaal en prachtig-wild op de klanken van Arcade Fire’s My Body is a Cage. Ze lezen beurtelings voor, als monniken, uit contemplaties over het vergaan van een lichaam tot stof. Opeens mogen de toeschouwers ook meelopen over het podium en een lied meezingen, maar het waarom is volstrekt onduidelijk.

Lees verder na de video

Er zitten nogal wat haken en ogen aan deze Duitse dramaturgie. Het associatieve patroon verbrokkelt tot losse, geïmproviseerde scènes die over alles kunnen gaan, dus ook over doodgaan. Een eenheid is Kroniek beslist niet, eerder een droomspel, alsof wij, toeschouwers, geleidelijk meegaan in de schemerwereld tussen er zijn en er niet zijn. Toch raakt de toeschouwer steeds meer teleurgesteld.

Het spuwen van bloed en het verhaal over performancekunstenaar Bas Jan Ader die zeilend over de oceaan voorgoed verdween, zijn te gemakzuchtig. De regie vult moeizaam de speeltijd, zo lijkt het. De slotscène suggereert een wederopstanding: Van Rompay wordt ingesnoerd in een witte lijkenzak en herrijst. Deze vrijblijvende associaties halen de kracht uit Kroniek; als alles kan, is niets meer noodzakelijk. Dan stort een voorstelling ineen.