Recensie

Exotische schilderijen van de kolonie Brazilië

Gouverneur Maurits van Nassau nam in zijn gevolg ook schilder Frans Post mee naar kolonie Brazilië. Die schilderde daar talloze exotische diersoorten.

foto Noord-Hollands Archief

Het lijkt of er in het Rijksmuseum een raam openstaat. Een grote rechthoek in staand formaat met een halfronde afsluiting aan de bovenkant biedt een uitzicht op een exotisch landschap met palmbomen en cactussen, een rivier met een bootje en in de verte een suikerplantage. Op de stenen vensterbank onderaan zit een koekoek, en vlak daarachter zijn een leguaan en een krekel te zien.

Geïsoleerd geplaatst tegen de bruine wand wekt dit schilderij van de Haarlemse kunstenaar Frans Post uit 1652 bij uitstek de trompe-l’oeil indruk die de schilder op het oog moet hebben gehad. Misschien was dit het uitzicht dat hijzelf had vanuit zijn atelier; misschien was het wat zijn broodheer, graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen zag als hij uit het raam keek van zijn residentie Vrijburg in het naar hem genoemde Mauritsstad (tegenwoordig een deel van de stad Recife) in Brazilië.

Kolonie Brazilië

De edelman – ook bekend als bouwheer van het Mauritshuis in Den Haag – was van 1637 tot 1644 in dienst van de West-Indische Compagnie gouverneur van een tijdelijk op Portugal veroverd deel van de kolonie Brazilië. Dat Maurits van Nassau tijdens zijn verblijf overzee wetenschappers en kunstenaars meenam om onder meer de flora en fauna van de kolonie te beschrijven en vast te leggen, is bekend.

Een van de schilders in Maurits’ gevolg was Frans Post (1612-1680), die tijdens zijn verblijf in Zuid-Amerika en vooral ook nog daarna schilderijen heeft gemaakt van Braziliaanse taferelen zoals de illusionistische blik uit het raam op de suikerplantage. Voor alle gedetailleerd geschilderde, exotische dieren die hij in dergelijke werken opnam, waren tot voor kort merkwaardig genoeg in het geheel geen studies bekend.

Die missing link lijkt te zijn hersteld na een nauwkeurige bestudering van 34 tekeningen en gouaches die zich al sinds jaar en dag bevinden in het Noord-Hollands archief in Haarlem. Al die bladen tonen dieren die precies zo voorkomen in schilderijen van Post. Op basis van een Sherlock-Holmsiaanse wegstreepmethode komt archivaris Alexander de Bruin in de catalogus tot de alleszins overtuigende conclusie dat de tekeningen inderdaad van de hand van Post moeten zijn.

Opgezette specimina

In de tentoonstelling zijn ze opgehangen bij de corresponderende schilderijen. Daaruit blijkt dat Frans Post, hoe goed hij zich ook documenteerde en hoe aantrekkelijk zijn schilderijen ook zijn, op het gebied van dieren eigenlijk een weinig inventieve kunstenaar was. Veel van de beesten die hij tekende, komen in exact dezelfde pose – zij het soms in spiegelbeeld – terug in zijn schilderijen. Zelfs dode dieren, die vanzelfsprekend gemakkelijker te bestuderen waren, komen niet levend maar in hun overleden staat in geschilderde vorm terug.

Verrassend in de expositie zijn de opgezette specimina van door Post getekende dieren. Het enige daarvan dat aangeraakt mag worden is de lama. Het dier dat daarmee voor de tentoonstellingsbezoekers het tastbaarst is, was dat nu net niet voor Post. Die kende de lama kennelijk alleen van horen zeggen of van onrealistische uitbeeldingen door anderen. Hij gaf het beest weer met diens karakteristieke lange nek en grote ogen. Maar ook met zoölogisch onmogelijke, tweemaal gespleten hoeven aan de voorpoten.