Eerste Kamer stemt in met afschaffen bescherming ambtenaren

Het besluit heeft vooral gevolgen voor het ontslagrecht van de ruim 765.000 ambtenaren. Opvallend is dat PvdA tegenstemde.

Foto Remko de Waal / ANP

Ambtenaren zijn voortaan gelijkgeschakeld aan ‘gewone’ werknemers. Aan hun bijzondere rechtspositie is, nu dinsdag een meerderheid van de Eerste Kamer instemde met een wetsvoorstel, een eind gekomen.

Dat heeft vooral gevolgen voor het ontslagrecht van de ruim 765.000 ambtenaren. Tot nu toe konden zij drie keer beroep aantekenen als ze het niet eens waren met hun ontslag. Zodra minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) de uitwerking van de wet heeft geregeld, loopt die ontslagprocedure via het UWV of de kantonrechter, net zoals bij werknemers die in het bedrijfsleven worden ontslagen. Dan is van een aparte beroepsprocedure geen sprake meer.

De speciale rechtspositie werd in 1929 in het leven geroepen om de ambtenaar te beschermen tegen politieke willekeur. De overheid was immers tegelijkertijd wetgever én werkgever. Maar de bijzondere procedure zou niet alleen tijdrovend, maar ook duur zijn. En volgens de indieners, de Tweede Kamerleden Mona Keijzer (CDA) en Steven van Weyenberg (D66) hebben ambtenaren inmiddels genoeg bescherming.

PvdA stemt tegen voorstel

Andere rechten waren al gelijkgetrokken: in de jaren tachtig kregen ambtenaren het recht net als andere werknemers te staken, in de jaren negentig kregen ook zij medezeggenschapsraden, en dezelfde rechten op het moment zij arbeidsongeschikt werden.

Opmerkelijk was dinsdag dat de PvdA, die in het regeerakkoord toezegde het ontslagrecht voor ambtenaren aan te willen, tegenstemde. De eigen minister Plasterk moet de veranderingen doorvoeren.

Volgens fractievoorzitter Marleen Barth is de invoering te duur en ontstaan er nu verschillende ambtenaren. Want voor ambtenaren die namens de overheid de zwaardmacht uitoefenen, dus militairen en politieagenten, wordt een uitzondering gemaakt. Dat geldt ook voor de rechterlijke macht en de hoge colleges van staat (de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman).

Overhandelingspositie vakbond verdwenen

Wat voor de PvdA de doorslag gaf bij de tegenstem, was echter dat de unieke overlegpositie van de vakbonden verdwijnt. Nu komen de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren tot stand na overleg tussen vakbonden en bestuurders, en is er pas sprake van een cao als twee van de vier bonden akkoord zijn. Straks is er – net als in het bedrijfsleven – slechts een overeenkomst met één bond nodig. “Zonder steun van de vakbonden zal in onze ogen er geen draagvlak zijn”, zei Barth. Dat vond ook de SP.

De ChristenUnie stemde eveneens tegen. “In principe hebben we geen bezwaar tegen deze modernisering – die wordt geframed als ‘normalisering’”, zei senator Roel Kuipers. Maar de partij zag niet hoe de kosten voor de invoering worden gedekt. Die worden geschat op minstens 100 miljoen euro. De invoering wordt niet voor 2020 verwacht.

VVD, CDA, 50PLUS, D66 en PVV stemden voor.