De lezer drukt zijn stempel

De lezer laat meer dan ooit van zich horen. Vaker dan vroeger op een heftige toon, constateert NRC-ombudsman Sjoerd de Jong in een terugblik op het afgelopen jaar.

Nog een journalist gedagvaard onlangs? Hopelijk niet – maar het is geen retorische vraag meer. Media, of ‘de gevestigde media’ – ook wel bekend als de mainstream media – krijgen steeds meer te maken met de toegenomen assertiviteit van hun consumenten en andere belanghebbenden.

Of het nu gaat om de aanrandingen tijdens Oudejaarsnacht in Keulen, de islam of Zwarte Piet, de krant krijgt anno 2016 vaak reacties van grote heftigheid, waarin niet alleen wordt gewezen op een fout, vergissing of onwenselijk standpunt, maar ook op hoge toon excuses en boetedoening worden geëist. De klassieke ingezonden brief aan NRC Handelsblad (stereotiep: „Koning Willem I trouwde niet in 1790 maar in 1791 met Wilhelmina van Pruisen”) heeft concurrentie gekregen van hekelschriften, dreigementen en, soms, dagvaardingen.

Niet alleen bij deze krant, overigens, het is een mediabreed verschijnsel. Dat heeft te maken met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen, grofweg samen te vatten, in goed pseudo-sociologisch jargon, als horizontalisering, ideologisering en (semi-)juridisering.

Horizontalisering

Het verschil tussen oude en nieuwe media, en daarmee dat tussen professionele journalisten en burgerjournalisten is kleiner geworden, zo niet verdwenen.

Het monopolie op informatie is verbrijzeld, het ‘gezag’ van traditionele media neemt af. Burgers – en politici – gebruiken steeds meer eigen kanalen. De drempel om iets terug te zeggen tegen een medium is navenant lager geworden. En inderdaad, dat kunt u ook democratisering noemen, of emancipatie.

Een verwant punt: het verschil tussen de Nederlandse dagbladen onderling is kleiner geworden. En hun politiek-maatschappelijke stellingname diffuser. Ze volgen vrijwel allemaal in kapitalen het ‘nieuws van de dag’.

Maar met aanmerkelijk minder accentverschillen dan in het verzuilde verleden het geval was.

Ideologisering

Het Nederlandse opinieklimaat wordt inmiddels al een decennium beheerst door heftige verschillen in opvatting over grote thema’s als immigratie, integratie, Europa en de Nederlandse identiteit. Als het om identiteit gaat, zijn tegenstellingen geen simpele meningsverschillen meer, maar een kwestie van loyaliteit versus verraad, helderziendheid versus blindheid, voorhoede versus vijfde colonne.

De krant merkt dat. Elk van die debatten leidt tot kritiek op de krant, die afwisselend „racistisch” wordt gevonden of juist „islamofiel”. Inderdaad, dat kunt u polarisatie noemen. De druk op de krant in ideologische kwesties komt intussen vaak van lobbygroepen. Die betichten de krant ervan ideologisch partij te hebben gekozen, en pleiten zogenaamd voor neutrale of objectieve journalistiek. In feite willen ze dat de krant gewoon een andere partij kiest, namelijk de hunne.

(Semi)-juridisering

Reputatiemanagement, het constant toezien op je eigen publieke persona, is al lang niet meer voorbehouden aan elite of machthebbers. Integendeel, reputatiemanagement is van iedereen.

Van Facebook, Twitter en Instagram tot op schoolplein en werkvloer is iedereen een ster in zijn eigen film. En inderdaad, dat kunt u ook individualisering of zelfs aristocratisering noemen. Het gevolg is dat burgers steeds meer zeggenschap opeisen over hoe de krant over hen schrijft. En hoe lang dat beschikbaar blijft: je naam, of die jeugdzonde, kan nog jaren later opduiken met dank aan Google.

Dat uit zich op allerlei manieren: onwil om met naam in de krant te staan; de eis om artikelen van tevoren in te zien en te corrigeren; en een gestage stroom min of meer dwingende verzoeken om namen te schrappen van de website of uit het doorzoekbare digitale archief van de krant.

Vier voorbeelden van dit jaar om het concreter te maken.

1Oud & Nieuw Keulen Toen in januari de eerste berichten binnenkwamen dat in de Oudejaarsnacht in Keulen tientallen vrouwen waren aangerand, meldde het eerste stukje daarover op nrc.nl geen informatie over de vermoedelijke dader of daders. Die was nog onzeker, vond de redactie, en zou later kunnen worden toegevoegd.

Die aarzeling werd binnen een half uur afgestraft door bezoekers van de site die merendeels verontwaardigd mailden waarom de krant niet meldde, of zelfs verzweeg, dat het om mannen met een Arabisch uiterlijk ging. De auteur voegde die informatie, ontleend aan de Duitse politie, toe en daarna zwegen de kanonnen aan het lezersfront.

2Israël en Palestina Ander voorbeeld, ook weer van nrc.nl, omdat daar lezersreacties het snelst en het meest direct binnenkomen: de berichtgeving over Israël en Palestina, van oudsher de elektriciteitskabel van de journalistiek: pak hem vast en je brandt je handen.

In februari stak woede op over de kop ‘Vijf Palestijnen gedood door Israëlische politie’. Dat waren de brute feiten (zoals journalisten ze leren: eerst zeggen hoeveel doden er zijn gevallen, en door wie). In het artikel werd verder uitgelegd wat er precies was gebeurd.

Maar daar dachten veel reageerders op Twitter (en het Israëlische Government Press Office) anders over: die kop was schandalig, want de Palestijnen waren begonnen, zij hadden geschoten of waren met getrokken messen op mensen afgerend. Onder druk van die kritiek kwam er te staan ‘Palestijnse geweldplegers gedood door Israëlische politie’.

Beter? In elk geval nu deels feitelijk onjuist, want een aantal van de Palestijnen had nog geen geweld gepleegd, voor zij werden doodgeschoten.

3 Abou Jahjah Nog een voorbeeld. Een weinig vriendelijke cartoon van Zomergast Dyab Abou Jahjah, bij een artikel van hem, werd in augustus door de hoofdredactie offline gehaald nadat er bezwaar tegen de tekening was gemaakt op de redactie en op Twitter. Verstandig? Of was gepubliceerd nu eenmaal gepubliceerd?

4Green Happiness Laatste voorbeeld, over groente. De krant plaatste in september een lunchgesprek met twee diëtisten van The Green Happiness die een radicaal menu bepleitten (en opmerkten dat een ei de ‘menstruatie van een kip’ is). Het stuk was lichtelijk ironisch opgeschreven, maar er staak een ware storm van protest op onder lezers en bloggers over voedsel.

In paniek gooide de krant het roer honderdtachtig graden om; er volgde een spervuur aan kritische reacties, artikelen en opiniestukken in de krant waarin de groentedames vakkundig werden ondergeschoffeld. Maar was het echt zó ernstig? Het stuk behoefde feitelijke aanvulling – want je wilt weten of zo’n dieet ergens op slaat – maar de ondergang van de Titanic was dit nu ook weer niet.

Hoe moet de krant met zulke heftige kritiek omgaan?

Eén ding is duidelijk: we stand by our story werkt niet meer, nu horizontalisering, ideologisering en juridisering elkaar hebben gevonden. Uitleg is geboden, en waar nodig, correctie. Tegelijk moet de krant zich bewust zijn van zijn eigen koers, en niet zwabberen.

Maar ook dit: onthouden dat Twitter niet de navel van de wereld is. Dat een storm aan kritiek soms in een glas water zit. Ja, de lezer laat meer dan ooit van zich horen – en dat is niet alleen maar slecht. Integendeel. De meeste lezers met wie ik correspondeer zijn er helemaal niet op uit de krant pootje te lichten, ze willen die juist beter maken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl