Cultuur

Interview

Interview

Popmuzikant, schilder en beeldhouwer

Foto Andreas Terlaak

‘Als je nog iets wilt, moet het nú’

Interview Theo Mackaay, de vroegere popzanger, die kunstenaar en beeldhouwer werd, is terug met een Nederlandstalige bluesplaat.

„Ik keek al heel lang niet meer naar mijzelf. Je schrikt van dat beeld. Het valt niet mee om in het nu te leven. Je hebt op deze leeftijd een verleden.” Zanger Theo Mackaay (65) fronst even de wenkbrauwen. Toen de muzikant eind jaren zeventig samen met vijf anderen begon met de popgroep Braak, was hij nog een jonge man: bokserslijf, flinke bos haar en een flinke dosis rebellie. Ze zouden de elite wakker schudden met hun maatschappijkritische muziek.

Het liep anders: na enkele jaren, nog voordat de nederpop met bands als Doe Maar en het Goede Doel een opleving kende, viel de groep uiteen door interne twisten. Mackaay ging beeldhouwen en schilderen; ontwierp onder meer de filmprijs het Gouden Kalf en de Popprijs. Hij was „helemaal klaar met de muziek”.

Er ging ruim dertig jaar overheen tot de Utrechter weer een album zou maken. Deze week kwam Met de hemel weet je het nooit uit: zestien Nederlandstalige blues- en americanaliedjes waarin Mackaay terugkijkt op ruim veertig jaar kunstenaarschap.

„We waren kinderen van de jaren zestig”, vertelt Mackaay. „We stonden op de barricades tegen een maatschappij die draaide om geld. Maar onze idealen verloren: het kapitaal bleef leidend. Toen hoefde het voor ons niet meer.”

Ik stel mijzelf de laatste tijd nadrukkelijk de vraag: heb ik het goed gedaan in mijn leven?

Pas op zijn zestigste verjaardag begon Mackaay weer over muziek na te denken. Hans Kosterman, medezanger van Braak, deed hem een nieuwe plaat cadeau. „Ik had bevriende muzikanten uitgenodigd voor een jamsessie. Hans zei: ‘Jezus Theo, wat is jouw stem nog goed, je bent gek als je niet weer liedjes gaat schrijven. Jij gaat nieuw werk maken en ik betaal.’”

Mackaay ging overstag op voorwaarde dat het compleet anders zou worden. Geen zwartgallige teksten, doorspekt van cynisme en snoeiharde muziek maar mooie luisterliedjes – hij is milder geworden. Geen nederpop of kleinkunst, maar Nederlandse americana, blues en soul.

Samen met Kosterman schreef Mackaay teksten over het ouder worden, liefde en je eigen weg kiezen in het leven. „Braak had altijd dat geheven vingertje, tegen de moord op zeehondjes, tegen Van Agt. Nu is er geen enkele vinger. Hoogstens naar mijzelf. Ik stel mijzelf de laatste tijd nadrukkelijk de vraag: heb ik het goed gedaan in mijn leven?”

Mackaay heeft de kunst van het weglaten omarmd. „Mijn eerste opdracht als beeldhouwer was het ontwerp van het Gouden Kalf. Daar heb ik achteraf te veel willen instoppen waardoor het te fors is geworden.”

Met de hemel weet je het nooit is daarom ook muzikaal een stuk intiemer. Producer en gitarist Matthijs Spek leverde een belangrijke bijdrage aan het nieuwe geluid. „Als je het bereik van mijn zang op een schaal van nul tot tien zou meten, zat ik altijd tussen de zeven en de tien.” Spek leerde hem de laagte in zijn bereik op te zoeken en soms een stilte te laten vallen in een nummer. „Die vond ik vroeger altijd eng, en wilde ik vullen. Nu ben ik ze gaan waarderen. Stiekem bleek ik veel behoefte te hebben aan deze aanpak.”

Ik behoor tot een subcultuur die wars is van huisje-boompje-beestje

De opnames werden fors vertraagd door het onverwachte overlijden van Kosterman, twee jaar geleden, aan een hersenbloeding. Hij schreef voor het album onder meer het nummer ‘Ik moet vergeten’. „Bizar genoeg werd het eigenlijk het recept voor zijn eigen dood met zinnen als ‘Mijn hersenpan is uitgewoond/ Ik drink te veel en ben steeds stoned/ Dagenlang ga ik maar door/ Ik volg het verloren spoor.’ De dood van Hans heeft me wel getoond dat als je nog iets wilt, het nú moet.”

Mackaay erkent dat de jaren ook hem hebben getroffen. De ijdele frontman werd een troubadour op leeftijd. „Als je het altijd belangrijk vond dat je haar goed zat, en dat is niet meer zo, zoek je de diepte op.”

Het cowboyachtige verdween echter niet bij de man die zich jarenlang bewoog binnen linkse, anarchistische kringen in Utrecht. Salonfähig werd hij nooit. „Theo is de belichaming van rock-’n-roll”, zegt collega Henk Westbroek. „Stoute dingen doet hij graag: eten, drinken, mooie vrouwen.”

Mackaay lacht. Volgens Frank Sinatra kon een goede tekstschrijver niet jong zijn, zegt hij. Dan ben je nog niet overal geweest. „Ik kan zeggen dat ik gelopen heb in elke straat die ik bezing. Ik behoor tot een subcultuur die wars is van huisje-boompje-beestje. Niet alleen qua seks, drugs en rock-’n-roll maar ook hoe je je geld verdient: dat was voor mij nooit belangrijk, ik wilde eigen baas kunnen blijven.”

Bij Met de hemel weet je het nooit was er dan ook geen platenmaatschappij die druk uitoefende. „Er zitten shuffles in, blues, americana. En vooral veel emotie en zelfspot. Het maken duurde vijf jaar, maar met dit werk haal ik eindelijk het niveau dat ik als kunstenaar heb.” Hij had de plaat nodig, zegt Mackaay. „Toen ik die teksten met Hans inzong, dacht ik: dit is het, hier wil ik zijn.”

Theo Mackaay speelt op 10 december ‘Met de hemel weet je het nooit’ unplugged in TivoliVredenburg.