Uitgeleerd

ellendeckwitz0

Afgelopen week liep ik door de stad met N., op wie ik onlangs even smoorverliefd was. Niet dat hij dat hij het wist: allereerst val ik doorgaans op mensen die alleen met zichzelf bezig zijn en ten tweede probeerde ik mijn gevoelens zo goed mogelijk te verbergen. Het was mijn eerste crush sinds ik van de zomer een relatie van vier jaar (met degene met wie ik hoopte oud te worden) verbrak. Ik vertrouw in de heftige periode waarin ik momenteel zit, mijn gevoelens niet. Vaak is verliefdheid dan slechts begeerte, niet noodzakelijk naar de ander, maar naar een situatie waarin je maar niet alleen bent.

Wat niet wegneemt dat ik nog steeds in opperste staat van paraatheid raak, zoals ik deed toen N. tijdens onze wandeling opeens zijn hand op mijn schouder legde om iets aan te wijzen.

„Kijk”, zei hij (hand brandde een gat door mijn jas heen, beha loopt vol met zweet), en wees de tientallen liefdesslotjes aan waarmee de brug die we overstaken was opgetuigd. „Dat vind ik zo heftig! Dat je je initialen op zo’n slot zet, het dichtdraait en vervolgens de sleutel in de gracht weggooit. Het is zo definitief!” Ik knikte. Onder water zag ik iets schitteren, het leek de afgebroken standaard van een fiets.

N. had al twee jaar niet gezoend. Niet dat er geen aanbod was – hij is veel leuker dan hij denkt – maar zijn hoofd stond er niet naar. Zijn laatste break-up was heftig en bovendien vergden andere zaken zijn aandacht – een hobbelige carrière, een zieke vader. „Er is meer dan liefde”, zei hij. En hoewel ik wist dat hij het niet over mij had, voelde ik me afgewezen.

Die avond zat ik thuis, bezig om de laatste spullen van mijn ex te sorteren. Bij elk item dat ik in de verhuisdoos propte, dacht ik: dit is wat je betaalt voor zes maanden verliefdheid en alles wat daarop volgt. Voor het dichtdraaien van het slot en het wegsmijten van de sleutel. Vervolgens dacht ik aan wat een vriendin onlangs zei over een stukgelopen liefde: dat ze weigerde er iets van te leren. Ik vond dat zo’n prachtige uitspraak dat ik vergat te vragen wat ze er precies mee bedoelde. En misschien hoefde dat ook niet.

Het ging in ieder geval door mijn hoofd toen N. die middag een plukje haar achter mijn oor stopte. Er gleed een Domino Day aan kippenvel over mijn rug.

Uitgeleerd, dacht ik. Laat mij asjeblieft uitgeleerd zijn.