Scepsis over moordplan op de Balkan

Complottheorieën Wie wilde de premier van Montenegro en die van Servië vermoorden? Was er wel een samenzwering?

De Montenegrijnse premier Foto AP

Het is niet gemakkelijk om premier te zijn op de Balkan. Zowel premier Milo Djukanovic van Montenegro als zijn ambtgenoot Aleksandar Vucic van buurland Servië is zijn leven niet zeker. Althans, dat beeld doemt op als men afgaat op een reeks complottheorieën die de media in beide landen beheersen.

Zondag zei de Montenegrijnse aanklager Milivoje Katnic dat „Russische nationalisten” plannen hadden om premier Djukanovic te vermoorden tijdens de parlementsverkiezingen die 16 oktober werden gehouden. Eerder al werd de aanhouding bekend van een aantal vermeende samenzweerders, onder wie een voormalige Servische politiegeneraal, die in Montenegro en Servië terreuraanslagen zouden hebben gepland.

Hun doel zou zijn geweest om de pro-Russische oppositie aan de macht te brengen in Montenegro en zo de pro-westerse koers te wijzigen in het ministaatje van 630.000 inwoners, dat dit jaar juist een uitnodiging tot NAVO-toetreding aanvaardde.

Tegelijkertijd speculeerde president Tomislav Nikolic in Servië, het grotere buurland waarvan Montenegro zich in 2006 afsplitste, over de mogelijkheid dat vijanden van premier Vucic hem zullen „vermoorden zoals Djindjic” – een verwijzing naar de moord op de hervormingsgezinde Servische premier Zoran Djindjic in 2003. Eind oktober werden vlak bij Vucic’ woning en elders in Belgrado een raketwerper, granaten en andere zware wapens gevonden. Daardoor zou een aanslag op Vucic’ leven zijn verijdeld.

Een aanleiding voor arrestaties

Is de regio werkelijk ontsnapt aan twee politieke moorden? In beide landen beschuldigen critici de regering van manipulatie. Volgens het Democratische Front, de voornaamste oppositie-alliantie in Montenegro, zoekt Djukanovic een aanleiding om oppositieleiders die de overwinning van zijn partij aanvechten, te laten arresteren. Zij voelen zich gesterkt door tegenstrijdige verklaringen van het openbare ministerie en een gebrek aan overtuigend bewijs.

De vermeende Russische organisatoren, die volgens de aanklager geen aantoonbare banden met het Kremlin hebben, lijken spoorloos. Een video met buitgemaakte pepperspray, gummiknuppels en handboeien overtuigt niet. Andere wapens die gebruikt zouden worden bij de aanslagen werden volgens de aanklager in het buitenland aangetroffen en „vernietigd”.

Djukanovic, die sinds 1991 de rollen van premier, president en leider van de regerende Democratische Partij van Socialisten afwisselt, zorgde voor toenadering tot de NAVO en de Europese Unie. Maar tegenstanders beschuldigen hem ervan Montenegro op feodale wijze te regeren.

Volgens medianetwerk OCCRP, gespecialiseerd in onderzoek naar corruptie en georganiseerde misdaad, misbruikt Djukanovic het staatsapparaat om tegenstanders te fnuiken en maakte hij van Montenegro een toevluchtsoord voor topcriminelen. Djukanovic’ naam dook eveneens op in een onderzoek van de Italiaanse justitie naar tabaksmokkel in de jaren negentig. Zelf ontkent hij criminele feiten gepleegd te hebben.

Ook in Servië leidt het onderzoek naar de wapenvondsten nog niet tot overtuigend bewijs voor een aanslag. En ook hier heerst scepsis: regeringsgezinde tabloids wemelen er van de hinten wel vaker naar complottheorieën.

NAVO-oefeningen in Montenegro en Servisch-Russische exercities in Servië, dragen verder bij aan de gespannen sfeer in de regio. Ook het bezoek van Nikolaj Patroesjev, een hoge Russische inlichtingenfunctionaris, aan Belgrado helpt niet echt. Hij zou iets te maken hebben met de samenzwering in Montenegro. Maar ook dat is een gerucht.