Recensie

Salif Keita ongeïnspireerd in ‘akoestische tour’

Het optreden was niet het beloofde intieme concert, en leek voor Keita en de band een ongeïnspireerd moetje.

De basdreunen die in Malinese muziek doorgaans van de kalebas komen, kwamen nu uit de laptop, en de gitaar leek toch wel erg veel op een elektrische. Dat is raar voor een ‘acoustic tour’. En dat leek op papier een goed idee voor Salif Keita, want de ‘gouden stem van Afrika’ heeft de neiging zijn oeuvre van prachtige liedjes glad te strijken in producties. Maar als de microfoons dan ook nog eens zo zijn afgesteld dat in de eerste minuten een wall of sound over het publiek heen dondert, moet er veel gebeuren om er het beloofde intieme concert van te maken.

Keita had die intentie helemaal niet. Zijn gouden stem begint te rafelen, niet onaangenaam, maar hij haalde in de eerste liedjes zijn klaaglijke uithalen niet altijd. Hij werd ondersteund door een drummer en een percussionist die een obligate djembe-solo gaf. Beter was de ngoni-speler de trukendoos opengooide op het archaïsche instrument.

Keita zelf leek er aanvankelijk zin in te hebben toen hij wijzend op de stoelen verzuchtte: „Dit is Afrikaanse muziek. Om te dansen dus.” Het is een terugkerende probleem voor Afrikaanse muzikanten in zitzalen als het Muziekgebouw. Dus danste het publiek ongemakkelijk in rijen voor de stoeltjes en tegen het einde, geheel geregisseerd, ook op het podium. Maar voor Keita en de band leek de avond een ongeïnspireerd moetje. De zanger liet het onvermijdelijke ‘Madan’ voornamelijk door zijn muzikanten klaren. Bij de toegift speelden zij nogmaals een paar maten, maar zonder Keita. Die liet zich niet langer zien dan strikt noodzakelijk.