OM verslikt zich in docu over moordende broers

Kort geding Het Openbaar Ministerie staat vandaag in de rechtszaal tegenover documentairemakers. Hoe kwam het zover?

Meral Uslu (r) en Maria Mok. ©

Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland heeft zich verslikt in de medewerking aan een documentaire over twee broers die drie moorden pleegden in Drenthe. Hoofdofficier van justitie Jan Eland maakte tegenstrijdige afspraken met betrokken partijen, blijkt uit onderzoek van NRC.

Terwijl de hoofdofficier filmmaker Meral Uslu en cameravrouw Maria Mok contractueel toestemming gaf het OM te volgen, zegde hij negen maanden later nabestaanden toe te voorkomen dat het gedraaide materiaal wordt uitgezonden. Nu de makers weigeren beelden te schrappen, spant de staat een kort geding aan, dat deze dinsdag in Den Haag dient.

Wat ging er mis?

Op 8 december 2014 tekent hoofdofficier Eland een negen pagina’s tellend ‘mediacontract’. Documentairemakers Meral Uslu en Maria Mok krijgen toestemming om het Openbaar Ministerie te volgen in twee strafzaken, waarvoor de broers Admilson en Marcos R. inmiddels zijn veroordeeld tot dertig jaar cel. Het OM ziet in de film pr-kansen, de documentaire zal „openheid geven over de zorgvuldigheid waarmee het Openbaar Ministerie met dergelijke grote/complexe strafzaken omgaat”, staat in het contract. Bovendien is de film interessant „educatief materiaal”.

Nog diezelfde dag schuiven de twee journalisten aan bij een teamoverleg van het OM. Negen maanden filmen zij achter de schermen: vergaderingen van het onderzoeksteam, gesprekken van de officier. Totdat ze op het punt staan de strafmaatvergadering te verslaan, in september 2015.

Lees meer over de moordende broers: Op zoek naar de perfecte roofmoord

Richard Korver meldt zich, hij is advocaat van de zoon en dochter van het vermoorde echtpaar Veenendaal. Zijn cliënten willen na de uitspraak „niet opnieuw met het overlijden van hun ouders geconfronteerd worden”. Ze eisen dat het OM zijn medewerking staakt. Korver spreekt van „secundaire victimisatie”.

Verklaring

Het OM probeert de film nog te redden: met alleen de kant van de verdediging zou een eenzijdig beeld van de zaak ontstaan. Maar de twee nabestaanden blijven onvermurwbaar. Korver kondigt een kort geding aan tegen de Staat der Nederlanden.

Zover wil hoofdofficier Eland het niet laten komen. Hij vreest dat het OM de zaak verliest en wil het in de rechtszaal niet opnemen tegen nabestaanden van een dubbele moord. Op 28 september 2015 tekent de hoofdofficier een verklaring waarin hij de medewerking aan de documentaire opzegt en belooft de makers te sommeren al het materiaal te vernietigen.

Dat doet hij in aanwezigheid van de landsadvocaat en op basis van artikel 4.3 in het mediacontract. Daarin staat dat „de producent beeld- en geluidsopnamen niet zal gebruiken” wanneer het OM dat „uit oogpunt van privacy en slachtofferbescherming noodzakelijk vindt.”

‘Een principekwestie’

De journalisten en hun advocaten weigeren. Ze beroepen zich op de vrijheid van meningsuiting. De maaksters belichten de discussie over ‘levenslang’ zowel vanuit het perspectief van de verdachten en hun advocaten als vanuit het Openbaar Ministerie. Tegelijkertijd vinden ze het „een principekwestie”. Als de nabestaanden hun zin krijgen, bepalen zij wat journalisten maken. Cameravrouw Maria Mok: „Dat kan niet de bedoeling zijn.”

Maken de journalisten een kans? Voor hoogleraar mediarecht Wouter Hins is het „nog geen uitgemaakte zaak”. Twee grondrechten – de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy – strijden om voorrang. Als de documentairemakers zich beroepen op de persvrijheid terwijl er afspraken liggen, „vechten ze tegen een berg”. Aan de andere kant moet het Openbaar Ministerie nog aantonen waarom de belangen van de nabestaanden doorslaggevend zijn.

KRO-NCRV zou de documentaire begin volgend jaar uitzenden. De omroep wacht de uitspraak van de voorzieningenrechter af, zegt een woordvoerder. „Pas daarna zullen we reageren.”