Obama is het belangrijkste wapen van Clinton

Reportage

Voor Obama is campagne voeren een uitje geworden. Hij oogt bevrijd, alsof zijn tijd er al op zit.

Foto Jonathan Ernst/Reuters

‘Ik klets te veel”, zegt Barack Obama, als hij drie kwartier een zaal vol studenten heeft toegesproken. „Dat wordt straks weer een preek van mijn medewerkers.”

Maar Obama heeft geen haast om de sporthal van Florida International University in Miami te verlaten. Met opgestroopte mouwen staat hij grappen te maken over honkbalteam Chicago Cubs, dat de World Series heeft gewonnen. „Toen die voor het laatst gewonnen hadden, 108 jaar geleden, leefde Thomas Edison nog. En brood in sneetjes was nog niet uitgevonden.”

Voor vrijwel iedere Amerikaan zijn de verkiezingen van 2016 een beproeving. Maar niet voor president Barack Obama. Hij oogt bevrijd, alsof zijn tijd in het Witte Huis er al op zit. Hij is misschien wel het belangrijkste wapen in de campagne van Hillary Clinton. Zijn populariteit (54 procent) overstijgt die van Clinton én Donald Trump ver. Hij trekt volle zalen, en de vijfduizend studenten in Miami hangen aan zijn lippen, ook al staat hij vooral grappen te vertellen. Als hij na ruim een uur het podium verlaat, staan veel studenten de tranen in de ogen.

Obama is zich bewust van zijn rol, en voert dezer dagen in de swing states campagne voor Clinton. Maar hij bewaart ook afstand tot haar. Zijn optredens zijn geen surrogate speeches, waarin de tegenstander wordt afgebrand, en de eigen kandidaat wordt opgehemeld. Obama is met iets heel anders bezig: zijn erfenis.

Michelle is een ‘attack dog’

Obama’s vrouw Michelle is deze campagne veel meer een klassieke campagnehulp. Ze bezoekt de onbesliste staten met een felle anti-Trump-boodschap.

Ze is een nuttige attack dog in de Democratische campagne: zeker zo populair als haar man, en daarom moeilijk door Republikeinen onderuit te halen. Ze is welbespraakt, en heeft een groot gevoel voor timing. Haar optredens worden zo goed ontvangen, dat partijprominenten al hardop durven te zeggen dat zij een droompoliticus is, al wil ze daar zelf niets van horen. Trump noemde ze vorige maand „grillig en dreigend, vol vooroordelen, angsten en leugens”.

Barack Obama heeft een andere agenda. Hij voert allereerst campagne voor de democratie, en dan pas voor Hillary Clinton. Tijdens toespraken legt hij het nut van het compromis uit, het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. „Velen van jullie zijn cynisch over politiek geworden. Ik snap dat wel”, zegt hij in Miami. „Maar dan hebben jullie wel de taak om niet thuis te blijven, maar om de ziel van de politiek te veranderen.” Hij herhaalt keer op keer zijn nieuwe, vaste slogan: Don’t boo, vote!

Obama vond dit thema toen hij een paar maanden geleden de afgestudeerde studenten van Howard University in Washington toesprak, een instelling waar de overgrote meerderheid van de studenten Afro-Amerikaans is. „Jullie denken dat het goed is om zo compromisloos mogelijk te zijn, dat je je lekker moet voelen over jezelf, moreel zuiver moet zijn.” Maar die houding, waarschuwde Obama, „leidt je nergens naartoe, behalve een neerwaartse spiraal van nog meer onrecht, woede en wanhoop. Zo komen we niet vooruit.”

Uitjouwen

Dit weekend werd Obama’s optreden in North Carolina verstoord door een oudere man, met Trump-vlag en opgespelde medailles. Het publiek begon de man uit te jouwen, waarop Obama minutenlang probeerde de orde te herstellen.

Ten eerste, zei Obama tegen de Clinton-aanhangers, maakte de man gebruik van zijn grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. En hij was een oudere man bovendien en ook nog eens een veteraan. „Deze man verdient respect. En dan nog daarbij: „don’t boo, vote!