Cultuur

Interview

Interview

Olivier Middendorp

‘Mijn Hugo lag een hele nacht dood op straat, in de kou’

Debbie Kramers (47) hoorde op 17 augustus 2015 dat haar zoon Hugo was vermoord. Hugo was een getalenteerd autodief, maar moest hij daarom dood? “Moordenaars beseffen niet wat ze doen. Alles is kapot.”

Debbie Kramers kan zich er niks bij voorstellen. Dat iemand op 17 augustus 2015 is opgestaan met het idee om haar zoon Hugo van Houten „de dood in te blazen”. Die iemand is vermoedelijk de 42-jarige Sooi de C. Hij is vorige week aangehouden in Roemenië. De moord van Hugo heeft te maken met een conflict in de onderwereld, vermoedt de politie. Maar dat maakt het verlies voor Debbie niet anders.

Ze wilde Hugo die maandagavond net een boodschap sturen, toen de telefoon ging. Het was de vriendin van Hugo, net drie maanden zwanger van hem. Toen Hugo de week daarvoor hoorde dat het een jongetje zou worden, had hij spontaan een feestje georganiseerd.

Debbie nam de telefoon op met een zwaar gemoed. Ze had al een naar gevoel sinds hij op zaterdag haar appartement had verlaten. Hugo stond de nacht ervoor om vijf uur voor haar deur. Of hij mocht blijven slapen, net als vroeger. Hij was zo lief geweest die zaterdag. ’s Avonds kwam John West zingen op het recreatiepark in het Brabantse dorpje Molenschot waar hij woonde met zijn vriendin. Of Debbie ook wilde komen naar een feest met zijn vrienden. Dat had hij nog nooit gevraagd. Ze was niet gegaan.

Toen haar schoondochter die maandagavond belde, voelde Debbie dat er iets aan de hand was. „Ga maar even zitten”, had ze gezegd. „Hugo’s auto is op straat gevonden. En even verderop ligt een dodelijk getroffen man.” Debbie voelde het bloed uit haar hersenen stromen en gooide haar telefoon weg. Ze viel bijna flauw, vertelt ze. „Ik hoopte nog dat Hugo zou bellen – net als vroeger.” Maar Hugo belde niet.

Ergens rond Hugo’s 16de kwam de politie voor het eerst aan huis bij Debbie.

Ze reed die avond met een familielid naar het politiebureau in Breda waar het vol stond met mensen. Toen ze van de politie te horen kreeg dat het slachtoffer voor 99,9 procent zeker haar zoon Hugo was, stortte Debbie in. „Ik wilde naar Hugo toe. Ik wilde hem zien, ik wilde hem vasthouden. Maar dat mocht niet. Hij heeft daar nog 24 uur op straat gelegen, zonder deken, in de kou. Daarna hebben ze zijn lichaam verplaatst om sectie te plegen.”

Drie dagen later pas – op donderdag, toen alle onderzoeken waren afgelopen – mocht ze hem zien. „Toen wist ik het zeker: ik word nooit meer gezien door mijn zoon. Hij zal mij nooit meer aanraken, op bezoek komen of iets vragen.”

Toen ze hem zag kwamen ook de vragen en de angst. Hoe zit dit? Wat heeft Hugo gedaan, dat ze dit met hem hebben gedaan? „Stukje bij beetje ben ik daar achter gekomen”, zegt Debbie. Al kent ook zij het hele verhaal niet.

Hugo Antonius Danny van Houten werd geboren op 18 juni 1988 in Capelle aan den IJssel. Zijn ouders gingen kort na de geboorte uit elkaar en Debbie voedde hem alleen op. Moeder en zoon hadden een bijzondere band, vertelt ze. „Sinds de dag dat hij geboren is, ben ik bang om hem te verliezen. En omgekeerd was hij ook altijd heel bezorgd over mij, soms heel overdreven. Hugo wilde mij beschermen.”

Olivier Middendorp

Olivier Middendorp

Moederskindje

Debbie omschrijft haar zoon als een lieve, intelligente, zorgzame en soms ook naïeve jongen. Sociaal, goed in de omgang, maar wel een moederskindje. Hoewel Debbie het als alleenstaande moeder niet breed had, kwam Hugo niks tekort. Kleren, schoenen, een fiets; Hugo had het allemaal. En als Debbie het niet kon betalen, sprong haar familie bij. „Ik deed alles voor mijn kind”, zegt ze. „Ik heb hem veel te lang bemoederd en te vaak zijn zin gegeven. Dat heb ik niet goed gedaan, denk ik wel eens.”

Ergens op de havo ging het mis. Hugo hield meer van voetballen dan van huiswerk maken. En toen hij van de havo was afgezakt naar het lager beroepsonderwijs was hij in de weer met brommers, motoren en auto’s. „Hij heeft zijn school niet afgemaakt. Daar hebben we veel strijd over gehad, maar op dat soort momenten was hij boos en onbereikbaar. Toen hij eenmaal de puberteit had bereikt, liet hij zich niet meer sturen.”

Ergens rond Hugo’s 16de kwam de politie voor het eerst aan huis bij Debbie. Hij was ’s nachts opgepakt toen hij samen met een groep vrienden op zoek was gegaan naar een wietveld. Daarna pikte hij een brommobiel. En een jaar later zat hij een nacht vast op het politiebureau omdat hij werd verdacht van autodiefstal. „Toen ben ik zo boos geworden dat ik hem een week naar zijn vader heb gestuurd”, zegt Debbie. „Dat vond hij niet leuk. Hij had lange tijd een moeizame relatie met zijn vader. Dat verbeterde pas toen hij volwassen was.”

Hugo heeft altijd een fascinatie gehad voor de misdaad, vertelt Debbie. Ze wijst naar de foto’s aan de muur van haar woonkamer. Het zijn Marlon Brando en Al Pacino, twee acteurs die de hoofdrollen vertolkten in de Amerikaanse maffiaklassieker The Godfather. „Ik wil rijk worden”, zei Hugo als mensen hem vroegen wat hij wilde worden als hij groot was. „Ik wil bij de maffia.” Debbie moet nu aan die woorden terugdenken als ze die foto’s ziet. Ze voelt zich schuldig, maar was hij wel te redden?

Fascinatie voor misdaad

Jarenlang probeerde Debbie haar zoon op het goede pad te houden en hem aan het werk te krijgen. Hij ging aan de slag bij een garagebedrijf maar het beklijfde niet. Werken onder een baas was niks voor Hugo. Hij stopte en ging zijn eigen gang. Debbie wist dat het niet goed zat, ze zag post van advocaten en kreeg soms bezoek aan de deur met gekke vragen. Maar Hugo vertelde niet wat er aan de hand was. „Niet mee bemoeien ma”, zei hij dan.

Toen Hugo 22 was ging het echt mis. De politie deed huiszoeking bij Debbie thuis en Hugo zat drie maanden in voorarrest. Hij werd verdacht van autodiefstal. Die zaak liep nog toen hij werd doodgeschoten. Na zijn dood vertelde de politie dat Hugo een van de beste autodieven van het land was geweest.

Rond 2010 trok Hugo in bij zijn vriendin, die een huisje had op het recreatieterrein in Molenschot. Officieel mochten ze daar niet wonen maar het was lekker goedkoop en Hugo voelde zich er op zijn gemak. Hij ging vaak uit in Breda, zegt Debbie. „In café het Bril Jantje. Hij hield van Nederlandse muziek: Frans Bauer, Sander Kwarten, John West. Allemaal volkszangers. Hugo had ook graag zanger willen worden.”

Foto Olivier Middendorp

Foto Olivier Middendorp

‘Hij was op zoek naar vastigheid’

Dat op het park in Molenschot ook veel figuren uit de Brabantse onderwereld kwamen, vertelde Hugo er niet bij. Een aantal van hen is lid van een motorclub. Ook in het Bredase uitgaansleven liep hij jongens uit dat milieu tegen het lijf. Begin 2014 kwam Hugo thuis met het bericht dat hij zich had aangesloten bij motorclub No Surrender. Hij werd lid van de afdeling in het Brabantse Zundert, waar oprichter en generaal Klaas Otto de scepter zwaaide.

„Ik vond het afschuwelijk toen hij met dat jack thuiskwam”, vertelt Debbie. „Maar Hugo vond het gezellig. Hij was op zoek naar vastigheid en wilde graag ergens bijhoren”, zegt Debbie. Maar de hiërarchie en de discipline binnen No Surrender – iedere dinsdag en vrijdag verplicht aanwezig bij de clubavond – begonnen hem na een tijd ook tegen te staan. Een jaar nadat hij zich bij No Surrender had aangesloten, nam hij weer afscheid. In good standing, zoals dat heet in het jargon van de motorclubs: zonder ruzie.

Of is het toch anders gegaan? Debbie weet het niet zeker. Ze heeft vanaf dag één gedacht dat haar zoon is vermoord door iemand die hem kende. En ze lijkt daarin gelijk te krijgen. De vermoedelijke schutter Sooi de C. is ook lid geweest van No Surrender. De twee mannen hebben elkaar vermoedelijk bij de motorclub leren kennen. Maar veel meer weet Debbie ook niet: „Hugo heeft nooit iets gezegd over bedreiging.” Wat heeft hij toch gedaan dat hij zo aan zijn einde moest komen?

Steun

Voor Debbie is het een existentiële vraag geworden. De kogels die op die maandagmiddag in augustus zijn afgevuurd hebben niet alleen haar zoon vermoord, zegt Debbie. „Ik ben die avond ook gestorven. En ze hebben de man van mijn schoondochter vermoord, en de vader van mijn kleinkind.”

Toen ze afgelopen zaterdag hoorde van de recherche dat de vermoedelijke schutter was aangehouden, is Debbie naar het graf gereden. Ze was opgelucht: „Ik ben het meteen aan Hugo gaan vertellen.” Maar op weg naar huis kwam de klap. „Ik krijg mijn zoon niet terug nu de vermoedelijke moordenaar vastzit.”

Debbie prijst de steun van de recherche en slachtofferhulp en vertelt dat ze veel heeft aan het contact met andere slachtoffers: „Je moet je verhaal aan iemand kwijt kunnen.” Dat is ook de reden dat ze ja zei tegen een interviewverzoek. „Door misdaad wordt zoveel kapot gemaakt”, zegt Debbie. „Ik kan Hugo niet meer redden. Maar als mijn verhaal één persoon ervan kan weerhouden om iemand anders dood te schieten, dan heeft dit toch nog zin gehad.”