Jemenieten overleven op qat

Oorlog en hongersnood

De strijdende partijen schieten het land aan puin. Hongersnood rukt verder op. Veel Jemenieten proberen te overleven op qat.

Foto Khaled Abdullah/Reuters

Na anderhalf jaar oorlog tussen de door Saoedi-Arabië geleide coalitie en de shi’itische Houthi-rebellen staat Jemen er slechter voor dan ooit. En dat zegt wel wat over een land dat toch al onder aan alle mondiale ontwikkelingslijstjes bungelt. Nu dreigt massale hongersnood.

Het ontbijt: een klein stukje brood en bonen. De lunch: rijst of brood en yoghurt. ’s Avonds: brood en thee. Dit is het menu van Ahmed en Belqis en hun drie jonge kinderen. Ze wonen in een klein, leeg tweekamerappartement in een sjofele buurt van Sana’a, de hoofdstad van Jemen. Ahmed was buschauffeur en reed op en neer naar de universiteit. Zij gaf Arabische les aan buitenlanders. De bus heeft geen passagiers meer en zij heeft geen klanten.

„Maar wij hebben geluk, want mijn vader heeft wat geld, waardoor we dit eten kunnen kopen. Anderen in de buurt hebben die hulp niet en verkopen hun meubels. Hun kinderen gaan zonder ontbijt naar school”, vertelt Belqis in een chatgesprek.

Vergeleken bij Saida, het graatmagere 18-jarige meisje van wie een foto onlangs de wereld over ging, heeft Belqis inderdaad geluk. Nog wel, want de honger sluipt ook haar huis binnen. Het zijn niet de Saoedische luchtaanvallen die het grootste gevaar voor haar kinderen vormen, maar ondervoeding.

Woekerprijzen

Het een heeft natuurlijk wel met het ander te maken. De Saoedische land- en luchtblokkades bemoeilijken de import van voedsel en vissersboten in kustplaatsen als Hudeydah durven niet meer uit te varen uit angst gebombardeerd te worden, voor zover hun boten en pakhuizen niet al stukgeschoten zijn.

Ook de andere strijdende partijen hebben schuld. Het grootste probleem is niet een tekort aan voedsel, maar de prijs ervan. Die is nu zo gestegen dat het – steeds groter wordende – armste deel van de bevolking zich geen eten meer kan veroorloven.

Die forse prijsstijgingen zijn niet zozeer aan de Saoediërs te wijten, maar aan allerhande vechtende – of andere opportunistische – partijen die een slaatje slaan uit de situatie. Het leeuwendeel van het voedsel komt over land Jemen binnen, via de Saoedisch-Jemenitische grenspost Al-Wadiah, en het zijn niet de Saoediërs die daar het grootste probleem vormen.

„Er worden belastingen geheven door de Islah-partij en Hashim al-Ahmar. De Houthi’s op hun beurt verwachten ‘bijdragen’ van de grote importeurs in Sana’a en andere steden”, zegt Haykal Bafana, een jurist in Sana’a.

Volgens het Wereldvoedselprogramma, de voedselorganisatie van de Verenigde Naties, is minstens de helft van de 25 miljoen Jemenieten niet zeker van voedsel, en voor de helft van hen is de hongersituatie acuut. Voor hen dreigt hongersnood. Hulporganisaties krijgen maar mondjesmaat hulpgoederen ter plekke. Transporten worden tegengehouden door elkaar bestrijdende groepen en naar verluidt verdwijnt dat wat wel aankomt vaak naar de zwarte markt, de enige markt in Jemen die in oorlogstijd welig tiert.

Of toch niet de enige. Een andere markt die onaangetast is door de oorlog, is de qat-markt. De licht stimulerende plant, waaraan het overgrote deel van de Jemenieten verslaafd is, is nog volop verkrijgbaar. Persbureau Reuters publiceerde er aan het begin van de oorlog een bijna lovend bericht over. Alsof het een heldendaad was dat de Jemenieten zich hun qat niet lieten ontzeggen. Het is de vraag of dat zo grappig is. Honger en qat gaan hand in hand.

Hind al-Eryani, die al jaren vecht tegen qat, ziet het met lede ogen aan, zegt ze in een chatgesprek. „Dit is waar we mensen al langgeleden voor waarschuwden. Jemen is van oudsher een agrarisch land, maar het merendeel van de landbouw bestaat tegenwoordig uit qat, wat oneetbaar is.”

Qat heeft in de loop der jaren vrijwel overal de eetbare gewassen – vooral granen – vervangen. Gewassen die het land nu hard nodig heeft. Het valt de boeren niet kwalijk te nemen; aan qat valt vele malen meer te verdienen. De overheid daarentegen, had volgens Al-Eryani moeten ingrijpen. Daarover werd dan ook gesproken tijdens de Nationale Dialoog, die na de opstand in 2011-2012 een nieuw begin voor Jemen had moeten betekenen.

De Houthi’s willen het geld

„We zijn erin geslaagd een grondwettelijke bepaling te formuleren over de aanpak van qat, maar door de coup van de Houthi’s is er nooit over de nieuwe grondwet gestemd.” Diezelfde Houthi’s zouden volgens Al-Eryani onlangs hebben voorgesteld om een week lang geen qat te kauwen. Het geld dat bespaard zou worden, moest aan de Houthi’s worden gedoneerd. Niet omdat zij tegen qat zijn: „Zij kauwen ook, maar wilden het geld”, verklaart Al-Eryani. Veel Jemenieten zeggen dat het leven in oorlogstijd alleen nog draaglijk is door de qat. De actie werd dan ook geen succes.

En qat is niet het enige probleem dat al bestond voor de oorlog. De enorme bevolkingsgroei is een ander. Belqis en Ahmed scoren met drie kinderen aan de lage kant. In 2014 kreeg de gemiddelde Jemenitische vrouw volgens cijfers van de Wereldbank 4,2 kinderen; in Nederland lag het cijfer op 1,7. In Jemen geldt: hoe armer en hoe verder weg van de stad, hoe meer. Die kinderen gaan nu dood van de honger, of hebben groeistoornissen.

Het is de tragiek van een land dat op papier alles heeft, maar door een volledig falende overheid naar de afgrond is geholpen. De oorlog is het laatste zetje. En dus blijft er voor veel Jemenieten niets anders over dan aan te wenden wat wel voldoende voorradig is: trots, standvastigheid, qat en geloof . Belqis moet niks van qat hebben. Ze vertrouwt op God. „Met Gods wil wordt alles binnenkort beter.”