Commentaar

De zaak-Wilders is theater

Het inhoudelijke gedeelte van het strafproces tegen Geert Wilders is nu een paar dagen onderweg en het ongemak wordt steeds meer voelbaar. Een politicus staat terecht voor een mogelijk discriminerende, haatzaaiende of „groepsbeledigende” politieke uitspraak. Die werd gedaan in een café voor partijgangers tijdens de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Als dát geen „politiek proces” is?

Wilders zelf laat geen kans onbenut om de gedachte ingang te laten vinden dat zo’n proces ‘dus’ ook wel langs politieke maatstaven zal worden beslecht. Dat is niet het geval – er zijn mogelijk overtreden wetsartikelen, er is een wettelijk toetsingskader, er zijn uitspraken van de Hoge Raad en de Europese rechter, er is academisch debat over de omvang van de uitingsvrijheid voor politici. Bijvoorbeeld over de vraag of zij nu wel of niet een positieve plicht hebben om democratische waarden, zoals verdraagzaamheid, uit te dragen.

Wilders is niet de eerste noch de enige politicus die via het strafrecht wordt herinnerd aan de grenzen van de vrijheid van meningsuiting buiten de vergaderzaal van de Staten-Generaal, waar hij, net als iedere politicus, volledige immuniteit geniet. Alles wat hij daar, in de Tweede Kamer, wenst te zeggen is en was dus gegarandeerd vrij. Zijn keuze voor het cafézaaltje was opzet, zijn discriminerende oproep om „minder Marokkanen”, juridisch min of meer getoetst. Wilders wist wat hij deed – het risico op vervolging was ingecalculeerd, waarin de publicitaire opbrengst van de vrijspraak in het eerste strafproces mogelijk was meegewogen.

Ook als het geen politiek proces kan worden genoemd, is deze zaak wel door en door gepolitiseerd. Iedere handeling, iedere ondervraging, zelfs de beslissing een zitting wel of niet ‘live’ via internet uit te zenden, past in een politiek frame. Dat van het slachtoffer van de „politiek correcte elite” die hem de mond zou willen snoeren. Wilders zelf bespeelt het strafproces behendig, waarbij er maximale tijd wordt gevraagd (en verleend) om zich te verweren. De mislukte wraking van één van de rechters past in dit spel om aandacht, net als de beslissing om niet meer in persoon te verschijnen. Iedere strafadvocaat weet dat de ‘proceshouding’ van zijn cliënt in het oordeel meeweegt – als de cliënt via Twitter instructies geeft, de onafhankelijkheid van de rechters luidop betwijfelt en het proces in een kwaad daglicht stelt, staat een advocaat met lege handen. In deze gepolitiseerde zaak is het proces de hoofdzaak. Het vonnis is straks bijzaak. De advocaat een figurant, net als de andere togadragers.