Cocaïne, corruptie en geheimzinnige telefoontjes

De advocaten in de zaak over de grootschalige cocaïnesmokkel in de Rotterdamse haven trekken de opsporingsmethoden van het OM sterk in twijfel.

De Rotterdamse haven. Victor Wollaert / ANP

Hij kijkt stoïcijns voor zich uit in het verdachtenbankje van de Rotterdamse rechtbank. Als de zitting maandag wordt geopend, heeft ex-douanier Gerrit G. zijn leesbrilletje laconiek gedrapeerd op zijn voorhoofd. Als je hem ziet zitten is het nauwelijks voor te stellen dat hij de vermoedelijke spil is in een grote corruptiezaak in de Rotterdamse haven en jarenlang honderden kilo’s cocaïne ongezien door de haven loodste.

G. deed dat in samenwerking met een aantal drugssmokkelaars. Hij verdiende er miljoenen mee, vermoedt justitie. Een collega van G., die zelf ook van corruptie wordt verdacht, omschreef hem ooit als „de financiële man” van de Rotterdamse douane. Een opmerkelijke uitspraak, die eerdere vermoedens voedt dat veel meer medewerkers in de haven zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie.

Naast Gerrit zitten drie mannen: René F., Andre van der H. en Dennis van den B., stuk voor stuk oudgedienden in het criminele milieu. Ze maakten gebruik van G.’s diensten, net als een aantal andere drugscriminelen die apart worden vervolgd.

De diensten van G. waren zo populair dat er in het Rotterdamse milieu ruzie ontstond over de vraag wie hem aanstuurde.

Voor drugshandelaren was G. een gouden contact. De douanier kon containers uit Zuid-Amerika ‘op wit zetten’: dan werden ze niet op drugs gecontroleerd. De diensten van G. waren zo populair dat er in het Rotterdamse milieu ruzie ontstond over de vraag wie hem aanstuurde.

Vergismoord

Een van die ruzies leidde op 1 januari 2014 tot de moord op Rob Zweekhorst, een ggz-directeur die niks met drugssmokkel te maken had. Zweekhorst woonde in de buurt van Dennis van den B. De huurmoordenaar vergiste zich. Al snel bleek dat het beoogde slachtoffer betrokken was bij drugssmokkel. Van den B. maakte gebruik van G.’s diensten. De naam van de douanier dook ook op in een ander onderzoek naar drugssmokkel.

Ondanks die dwarsverbanden tussen de verschillende onderzoeken besloot justitie de zaken apart voor de rechter te brengen. Dit tot ergernis van de advocaten van de verdachten.

In stilte

Maandag stelden de advocaten dat het opsplitsen van de zaken bedoeld is om bepaalde opsporingsmethoden te verhullen. Uit het dossier blijkt dat personen die in één zaak verdacht zijn, in een andere zaak juist informant zijn. Omdat de telefoons van de verdachten werden afgeluisterd, kregen ze van de politie een apart toestel. Daarmee konden ze bellen met de criminele inlichtingendienst van de politie en werd voorkomen dat deze gesprekken werden afgeluisterd.

Wat is hier nou precies aan de hand? Verdachte René F. is een van de mensen die op deze vragen antwoord kunnen geven: hij kreeg een telefoon van de politie. De rechtbank stemde in met het verzoek om hem als getuige te horen. Dat gebeurt woensdag. Daarna wil de rechtbank door met de behandeling van de zaak van G. zelf. Omdat twee verdachten de rechtbank gisteren hebben gewraakt, is nog onduidelijk of dat ook gebeurt.

Gerrit G. hoort het allemaal in stilte aan. Hij heeft vlak na zijn aanhouding in 2015 een aantal bekennende verklaringen afgelegd. „We zien het allemaal wel”, mompelt hij in de wandelgangen van de rechtbank.