Oud-justitieminister VS Janet Reno overleden

Reno zat de tumultueuze termijnen van Bill Clinton uit als minister. Ze stond bekend als politica die hardhandig ingrijpen niet uit de weg ging.

Janet Reno in Washington DC op een foto uit 2004. Foto: Jonathan Ernst / Reuters

Janet Reno, de eerste vrouwelijke Amerikaanse minister van Justitie, is op 78-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Miami. Dat meldt persbureau Reuters. Tussen 1993 en 2001 was ze minister onder president Clinton, en bevond ze zich regelmatig in het oog van de politieke storm.

Reno, die daarvoor werkte als aanklager uit Miami, stond erom bekend dat ze de tijd nam om beslissingen te nemen om die vervolgens weinig tactvol (“ik doe niet aan spinnen”) in het openbaar uit te leggen. Ze werd in 1993 benoemd door president Bill Clinton, nadat haar tegenkandidaten zich allebei moesten terugtrekken. Met bijna acht jaar als minister van Justitie was Reno een van de langstzittende ministers in de afgelopen eeuw.

Haar tijd als bewindvoerder werd gekenmerkt door tumult. Ze kwam in een politiek mijnenveld terecht door beschuldigingen van illegale fondsenwerving aan het adres van de verkiezingscampagne van Bill Clinton en Al Gore. Republikeinen bekritiseerden haar beslissing om geen onafhankelijk onderzoek in te stellen, Democraten verweten haar geen teamspeler te zijn. In haar carrière boekte Reno ook de nodige successen. Zo werd tijdens haar ministerschap Theodore Kaczynski, alias de Unabomber, ingerekend. Ook gaf ze opdracht om Microsoft in 1998 te vervolgen om zijn monopoliepositie - een van de grootste antitrustzaken in de Amerikaanse geschiedenis.

‘Waco’ en de Kwestie-Elian

Enkele weken na haar benoeming kwam Reno hevig onder vuur te liggen om de manier waarop de FBI een einde maakte aan een 51 dagen durende omsingeling van Branch Davidians-sekte in Waco, Texas. Sekteleden hadden eerder vier narcotica-rechercheurs gedood en verschansten zich in hun kerkgebouw. Na mislukte onderhandelingen gaf de kersverse justitieminister op 28 februari 1993 toestemming voor een zwaarbewapende inval met tanks en traangas. Bij het vuurgevecht dat daarop uitbrak ontstond brand in het gebouw, waarbij 55 volwassenen en 21 kinderen omkwamen.

De verklaring van de Amerikaanse autoriteiten luidde dat de sekteleden zelfmoord hadden gepleegd door de brand zelf aan te steken; de sekte beweerde de sekteleden dat het vuur was ontstaan door de traangasgranaten. Reno had het gebruik van de granaten goedgekeurd - later sprak ze over ‘Waco’ als de ergste dag in haar leven.

Een ander belangrijk punt in haar loopbaan was wat later de Kwestie-Elian zou gaan heten. Elian, een zesjarige jongen van Cubaanse afkomst, woonde bij zijn oom in Miami nadat zijn moeder bij de oversteek van af Cuba was verdronken. Zijn vader wilde echter dat zijn zoontje naar hem terugkeerde op Cuba. Reno, die vond dat Elian bij zijn vader moest zijn, liet zwaarbewapende agenten het huis binnenvallen om Elian mee te nemen. Dit tot woede van de Cubaans-Amerikaanse gemeenschap in haar geboortestad.

Ziekte van Parkinson

Bij Janet Reno werd in 1995 de ziekte van Parkinson vastgesteld, nadat ze een trilling in haar hand had opgemerkt. Reno bracht het nieuws zelf naar buiten op een wekelijkse persconferentie, waarbij ze losjes opmerkte dat ze eerst dacht dat de trilling in haar hand door de aanhoudende vragen van journalisten kwam.

Ze hield altijd vol dat haar ziekte geen belemmering zou vormen voor haar werk, wat ze in de daaropvolgende zes jaar liet zien. Na haar ministerschap deed Reno vergeefse een poging om gouverneur van Florida te worden. Daarna beëindigde ze haar politiek carrière, om enkel nog bestuursfuncties te vervullen. Janet Reno overleed maandagochtend vroeg aan de gevolgen van haar ziekte.