Toch niet zo knap

‘Hier zit een hoop vis, zeker?” Gabi loopt met Wendelien door het Vondelpark en wijst naar de vijver. „Mm, zou kunnen”, zegt Wendelien.

Ze zijn elkaar tegengekomen bij een muzikaal diversiteitsproject, waar alle culturen verenigd werden in één orkest. Dat Gabi hiervoor een giga reisbeurs heeft binnengehaald, vindt Wendelien bijzonder knap. Het is zijn eerste keer in Europa en Wendelien ziet het als haar verantwoordelijkheid dat hij een leuke week heeft hier.

Al kletsend passeren ze de huizen van Amsterdam-Zuid en Gabi bewondert de solide bouwstijl, zo anders dan die van zijn eigen land, waar één flinke tornado een heel dorp, húp van de kaart veegt.

Wendelien heeft foto’s gezien van Gabi’s huis, een ongezellige, kale studio met een matras op de grond. Hij is er niet vaak, zegt hij. Meestal is hij met zijn auto op pad. Wendelien zou zo niet kunnen leven.

Ze nodigt Gabi te eten in haar eigen appartement. Het was een kleine bouwval toen ze het kocht, maar ze heeft het eigenhandig gerenoveerd, geschilderd en ingericht met goed passende meubels die ze via Marktplaats heeft gevonden.

„O”, zegt Gabi als hij binnenkomt. Hij fluit tussen zijn tanden. „Life is treating you well!”

Het is niet de eerste keer dat Gabi het verschil tussen hen benoemt. Wendelien trekt een schouder op. Natuurlijk, er zijn hier geen orkanen en haar appartement is stukken mooier dan het zijne. Maar als muzikant is ze verre van goed gesitueerd. Een auto kan ze niet betalen en haar huis is haar zeker niet aan komen waaien.

„Je moet er ook zelf iets van maken”, zegt Wendelien, terwijl ze zich afvraagt of die opmerking racistisch is.

„Morgen ben ik druk”, zegt ze na het dessert, „maar overmorgen kunnen we wel weer op stap als je wil”. Ze neemt Gabi mee naar het Van Gogh-museum, waar hij beleefd achter haar aan loopt. Soms komt hij met iets waar een schilderij hem aan doet denken, maar zijn associaties spelen zich af op een simpel niveau.

„Ik ben naar een museum geweest”, roept Gabi later naar een collega-muzikant, maar welk museum is hij even vergeten. Hij vertelt hoe een suppoost hem op de vingers heeft getikt, omdat hij foto’s van de schilderijen maakte. Wendelien raakt geïrriteerd door zijn onnozele grijns.

De laatste dag van zijn bezoek lopen ze weer door het Vondelpark. Bij het water blijven ze staan, er moet Gabi iets van het hart. „Jullie zijn allemaal zo knap”, zegt hij, hij zwaait met zijn armen richting Amsterdam-Zuid. „Maar ook weer niet zó knap. Anders zou hier echt wel iemand palingen staan vangen.”

Door Franca Treur Illustratie Olivia Ettema

In de marge van het wereldnieuws proberen gewone mensen, X&Y, indruk op elkaar te maken, iets netjes op te lossen of wanhopig hun hachje te redden.