Recensie

Recitals popsterren als hoogtepunt

Crossing Border
Crossing Border. Gezien: 4 en 5 november. Diverse locaties, Den Haag.

De portier van Het Paard was onverbiddelijk: ook een linnen tasje met vers gekochte boeken moest na het passeren van de detectiepoortjes ondersteboven. Geheel door elkaar geschud kon je zo met goedkeuring van de grimmige beveiligers naar binnen bij Crossing Border, het festival voor pop en literatuur dat nog moest wennen aan zijn nieuwe locatie en infrastructuur. Niet meer in de Koninklijke Schouwburg en zonder een centraal ontmoetingspunt ging het festival rond de Grote Markt volledig op in de Haagse horeca, met een literair podium boven een biercafé en Het Paard als veilige enclave van even veilige popmuziek.

Want wat was het allemaal rimpelloos, de muzikale vredesboodschap van de vriendelijke reus Michael Franti en de close harmonypop van de studentikoze C. Duncan die alles belichaamde wat je ooit saai hebt gevonden aan kant twee van The Beatles’ Abbey Road. De Mauretiaanse etnopop van Noura Seymali en de Braziliaanse gitaarfluisteraar Rodrigo Amarante hadden geen van beide de wow-factor van muziek die boven hun exotische herkomst uit steeg. De Londense sensatie Palace bleek het zoveelste doodgewone gitaarbandje en de Amerikaanse singer/songwriter John Paul White keerde na het uiteengaan van zijn duo Civil Wars terug als een solist die opvallend minder vurig klonk dan de helft der delen.

De Lutherse Kerk bleek een aanwinst voor Crossing Border en dwong met zijn hoge, statige ruimte af dat er geconcentreerd geluisterd werd. Lisa Hannigan trok een volle zaal met engelachtige zang. De Amerikaan John Moreland kon zijn emotionele indiecountry een natuurlijke galm meegeven; de gitaar bijna plat op zijn kolossale buik.

Tot de muzikale buitenbeentjes behoorde de drukke Xenia Rubinos – half zangeres, half hysterische heks – en de groep Kongos met vier Australische broers die meteen op volle sterkte van wal staken in hun overenthouisaste accordeonpop. Het Amerikaanse curiositeitencabinet The Low Anthem begon met een indringende act van de zangeres die haar ouderwetse typemachine als percussie-instrument gebruikte. De excentrieke band die het harmonium net zo belangrijk maakte als de gitaar sprong er uit, samen met de Vlaamse rapper/zanger Tourist LeMC die zijn innemende teksten in plat Antwerps zingzegde, als een Stromae zonder elektronica.

De hoogtepunten van deze Crossing Border werden geleverd door twee popsterren die geen van beide waren gekomen om muziek te maken. PJ Harvey en Karl Hyde van Underworld gaven elk een leesbeurt uit boeken die een dieper inzicht bieden in hun muziekpraktijk. Hyde las een hoofdstuk voor uit zijn dagboekbundel I Am Dogboy en maakte met rollende erren aanschouwelijk hoe zijn zoektocht naar experimentele muziek leidde tot de naam van zijn eerste band Freur.

Polly Jean Harvey gaf een bloedstollend mooie recital uit haar gedichtenbundel The Hollow of the Hand met projecties van de bijbehorende foto’s van Seamus Murphy. Met zangerige intonatie illustreerde ze de inspiratie van haar laatste album The Hope Six Demolition Project in poëtische observaties uit Kosovo, Afghanistan en Washington DC. Bij haar signeersessie liep het storm, op een Crossing Border waar het festivalgevoel bijna naadloos ten onder ging in hetdoodgewone Haagse weekendgedruis.