Recensie

Neem deze geschiedenis niet té serieus

De Duitse journalist Norman Ohler (1970) bestudeert in Drugs in het Derde Rijk de relatie tussen roesmiddelen en het nationaal-socialisme. Dat lijkt een paradox: drugs waren immers verboden in het Derde Rijk. Roesmiddelen werden geassocieerd met de gesneuvelde Weimarrepubliek en alles waar die voor stond. Daarnaast diende het lichaam van de Duitse burger niet zichzelf, maar een totalitaire staat die van de bevolking eiste dat men zuiver en sterk was. Wie toch toegaf aan drugs, eindigde in de cel.

Toch werd er gebruikt. Het door de firma Temmler ontwikkelde Pervitin leidde tot alertheid en euforie. Vrouwen gebruikten het spul om af te vallen, studenten leerden er tentamens op. De chemische verbinding van Pervitin lijkt echter op iets wat tegenwoordig onder een andere naam bekendstaat: crystal meth.

De drug blijkt tijdens de aanval op Polen handig om de Duitse soldaten dagenlang wakker te houden. De Wehrmacht bestelt na de overwinning 35 miljoen pillen die onder meer tijdens de Blitzkrieg in Frankrijk worden gebruikt. De lange afstanden die Rommel aflegt lieten immers geen ruimte voor slaap. Dat het leger drugs gebruikte was wel bekend, maar niet de omvang.

Drugs in het Derde Rijk is echter vooral een verzameling anekdotes, waarbij iedere bekende nazi die drugs gebruikte even wordt genoemd. Zelfs Hitler was high, getuige de verslagen van zijn lijfarts Theo Morell, waar Ohler uitgebreid uit citeert. Een groot deel van het boek gaat zelfs over de relatie tussen de Führer en Morell, die volgens de auteur vergelijkbaar is met die tussen een junkie en zijn dealer. Probleem is alleen dat Morells notities zo slecht leesbaar zijn, dat lang niet altijd even duidelijk is of Hitler inderdaad drugs kreeg toegediend.

Nog kwalijker is het als er consequenties worden verbonden aan het (vermeende) drugsgebruik. De voor de nazi’s rampzalige beslissing om de geallieerden bij Duinkerken te laten ontsnappen is volgens Ohler ingegeven doordat Göring op dat moment high was van de morfine. Was het echter niet ’s mans ijdelheid om zijn eigen Luftwaffe het karwei af te laten maken?

Het helpt niet dat Ohler – ook scenarioschrijver – voor een boek over zo’n duistere periode kwistig strooit met populaire referenties aan drugs; de inleiding is een flauw geschreven ‘bijsluiter’, Neil Young komt even voorbij en de titels ruiken naar goedkoop effectbejag melig: ‘Blut und Drogen’, ‘Sieg High’ of ‘High Hitler’.

Valt er nog iets te zeggen over de correlatie tussen drugs en het nationaal-socialisme? Daar waagt Ohler zich niet aan. Hij zegt een beter beeld te willen schetsen van het Derde Rijk, maar haalt die ambitie in de bijsluiter direct onderuit als hij schrijft dat ‘…geschiedschrijving nooit alleen maar wetenschap is, maar altijd ook fictie’. Wat hij dus zegt, is: neem dit verhaal met een korreltje zout.