Vier beslissende ‘incidenten’ uit de campagnes van Trump en Clinton

De laatste dag

De campagnes van Hillary Clinton en Donald Trump gingen nooit over ideeën. Vier momenten zijn beslissend geweest.

Twee kwetsbare presidentskandidaten hebben nog een dag om geen fouten te maken, en niet te veel op te vallen. Hillary Clinton ligt volgens vrijwel alle peilingen voor op Donald Trump, maar de marges zijn smal, en het aantal onbesliste staten is dit jaar opmerkelijk groot. Trump is opmerkelijk sterk teruggekomen in staten als Florida, North Carolina en New Hampshire, en denkt dat hij ook in overwegend Democratische staten kan winnen, zoals Michigan en Wisconsin.

Trump lijkt zijn kansen vooral te zien in een zo breed mogelijk offensief. Hij bezocht zondag vijf staten, met name in de industriegordel in het oosten en midwesten. Dat is een record voor zijn campagne. Maar in vier van die staten ligt Trump ver achter, en lijkt iedere minuut die hij daar doorbrengt verspilde tijd. Trump ziet dat anders. Hij gelooft al zijn hele campagne in het scenario van de Republikeinse voorverkiezingen, toen hij ‘slapende kiezers’ op onverwachte plekken wakker maakte.

De belangrijkste les voor Trump én Clinton is de komende 24 uur: geen drama. Deze verkiezingen hebben de futiliteit van een campagne als ideeënstrijd laten zien. Vrijwel geen moment hadden Trump en Clinton het over elkaars, of hun eigen wereldbeelden. Niet ideeën waren leidend, maar incidenten. Iedere keer dat een kandidaat in het nieuws kwam, leidde dat tot een daling in de meeste peilingen. Wie erin slaagde in de luwte te blijven, profiteerde juist weer, totdat die kandidaat een fout maakte. Dat dwingende mechanisme gaf deze race vorm, en het werkte in het voordeel van Clinton, die veel meer talent heeft om niet op te vallen dan Trump.

Dit waren de vier belangrijkste, en achteraf misschien beslissende momenten van de laatste paar maanden:

1. Khizr Khan, 28 juli

Donald Trump had er net een redelijke Republikeinse Conventie opzitten, toen hij de aandacht naar zich toetrok tijdens de Democratische Conventie. Bij de Democraten sprak Khizr Khan, de vader van een omgekomen militair in Irak. De Pakistaans-Amerikaanse Khan hield een Amerikaanse Grondwet omhoog, en zei: „Meneer Trump, heeft u de Grondwet gelezen? Ik wil u mijn exemplaar wel lenen.” Trump hapte onmiddellijk, en maakte er een punt van dat de vrouw van Khan niet het woord had gevoerd. Ook zei hij dat hun zoon nog geleefd zou hebben, als hij in 2004 president was geweest. De woorden van Trump bepaalden het gesprek na twee Conventieweken volledig, en hij maakte een vrije val in de peilingen.

2. Clinton wordt onwel, 11 september

Er leek na de zomer weinig mis te gaan voor de campagne van Hillary Clinton. Maar haar gezondheid liet haar in de steek. Ze liep een longontsteking op, en hield die verborgen voor vrijwel de gehele buitenwereld. Op een herdenkingsbijeenkomst van de aanslagen van 11 september 2001 in New York werd ze plotseling onwel. Een passant filmde hoe ze niet meer op haar benen kon staan, en een auto in getild werd. Ze moest rust houden, en, erger nog: het incident voedde een verhaal dat rondging in conservatieve pers. Clinton zou een zwakke gezondheid hebben, en aan stuiptrekkingen en andere aandoeningen lijden. Datajournalist Nate Silver berekende dat haar kansen op het presidentschap in een paar dagen daalden van 70 naar 60 procent.

3. Het Billy Bush-filmpje, 7 oktober

Een oud filmpje met ruw materiaal van het programma Access Hollywood uit 2005 was de laatste maanden het grootste probleem voor Trump. Te horen is hoe Trump met presentator Billy Bush praat over het aanranden van vrouwen, want: „Als je de ster bent, laten ze alles toe.” Na verschijning trokken tientallen Republikeinse partijprominenten hun steun voor Trump in. Een oude strijd tussen sociaal-conservatieven en trumpisten in de partij laaide weer op. Trumps populariteit bereikte een dieptepunt. Maar het ging zoals het deze campagne vaak ging. Er volgde weer een nieuw incident, en het oude werd vergeten. De Republikeinen die Trump niet meer wilden steunen, kwamen daar binnen een paar weken bijna allemaal van terug. De meesten hebben hem veel te hard nodig voor hun eigen verkiezing voor een Congreszetel.

4. De FBI-brief, 29 oktober

Een ultrakort briefje van FBI-directeur James Comey had het effect van een torpedo op de campagne van Clinton. Comey schreef, „om misverstanden te voorkomen”, zou hij later zeggen, een brief waarin werd geïmpliceerd dat er mogelijk nieuwe feiten waren in het e-mailschandaal van Clinton. Details gaf hij niet, waardoor hij alleen maar méér misverstanden creëerde. Het bleek te gaan om een onderzoek op de laptop van Anthony Weiner, tot voor kort de man van Clintons rechterhand Huma Abedin. Ondanks dat het niet om Clinton gaat, was de kracht van de woorden ‘FBI’, ‘Clinton’ en ‘e-mail’ al genoeg. De FBI had in de zomer besloten Clinton niet te vervolgen wegens haar privéserver. Het onderwerp leek vergeten, tot de brief van Comey. Dagenlang beheerste Clinton het nieuws, en verloor haar campagne stoom. Op 19 oktober gaf Nate Silver haar nog een kans van 89 procent op winst, een week later was dat 64 procent. Zondag liep de laatste lucht uit de kwestie, toen Comey een nieuwe brief naar het Congres stuurde. Uit het nieuwe onderzoek is niets gebleken dat de vorige conclusie – Clinton is gevrijwaard van vervolging – ondergraaft. De FBI-brief was een incident, niets meer.