Hard conflict over zachte tinten

Catalogue raisonné

Van Agnes Martin zijn 13 doeken niet in de oeuvrecatalogus opgenomen. Zijn ze echt of vals? De verkoper is een rechtszaak begonnen.

Nog geen maand nadat Sotheby’s de koper van een vals schilderij van Frans Hals bijna 10 miljoen euro moest terugbetalen, heeft zich een nieuw internationaal authenticiteitsschandaal aangediend. De Londense Mayor Gallery zal vier van haar klanten in totaal ruim 6,5 miljoen euro terugbetalen.

Ditmaal gaat het niet om oude meesters, maar om dertien werken van Agnes Martin (1912-2004), de Canadees-Amerikaanse kunstenares die naam maakte met abstracte, naar het minimalisme neigende schilderingen in zachte tinten. In het Guggenheim Museum in New York is nog tot half januari een groot overzicht van haar werk te zien.

Kunsthandelaar James Mayor, vaste deelnemer aan Tefaf in Maastricht, voelt zich tot restitutie verplicht, omdat de samenstellers van de Agnes Martin Catalogue Raisonné de door hem verkochte schilderijen en tekeningen niet in de oeuvrecatalogus willen opnemen.

Door die weigering, stelt Mayor, bestempelt de kunstwereld de werken als vals en zijn ze onverkoopbaar geworden. Als voorbeeld noemt hij Christie’s en Sotheby’s. Deze veilinghuizen accepteren uitsluitend werk uit de catalogue raisonné, het definitieve oordeel over het oeuvre van een kunstenaar.

De Mayor Gallery klaagt de samenstellers van de catalogus, het Agnes Martin Authentication Committee en de overkoepelende Agnes Martin Foundation aan. Een stap die vele verkopers en eigenaren van afgekeurde kunstwerken in het verleden eerder hebben gezet. Met de twee weken geleden in New York ingediende aanklacht wil de kunsthandel de geleden schade verhalen.

Dagvaarding

Kunstwerken van Agnes Martin zijn de afgelopen jaren zeer gewild. In mei ging een doek van haar bij Christie’s voor het eerst voor meer dan 10 miljoen dollar (9 miljoen euro) van de hand. De dagvaarding bevestigt hoe groot de zakelijke belangen zijn.

Zo kocht Goldman Sachs-bankier Jack Levy in 2010 bij Mayor het schilderij Day & Night, dat begin jaren zestig zou zijn gemaakt. Toen de samenstellers van de oeuvrecatalogus het doek in 2014 verwierpen, betaalde Mayor de aankoopprijs van 2,9 miljoen dollar aan Levy terug.

Volgens de aanklacht had Levy fouten gemaakt in zijn aanvraag bij het Martin-comité. Mayor diende daarom een nieuwe aanvraag in. Ditmaal met de juiste tentoonstellingsgeschiedenis van Day & Night, plus foto’s waarop Martin met het schilderij te zien zou zijn, en de uitslag van een koolstofdateringstest. Bewijzen, aldus de dagvaarding, die de echtheid van het doek onderstrepen.

Het mocht niet baten; opnieuw keurde het Agnes Martin-comité het doek af, ditmaal vergezeld van een brief van een advocaat.

Net als bij de andere twaalf door Mayor verkochte kunstwerken lichtte het comité de afwijzingen niet toe, aldus de aanklacht. Verzoeken van de kunsthandelaar om uitleg bleven onbeantwoord, of het comité verwees naar de contracten met de klanten van Mayor, waarin zij hadden beloofd het oordeel van het comité niet te zullen aanvechten.

Financiële problemen

Rechtszaken over afgekeurde kunstwerken hebben zelden tot herzieningen geleid. Wel zijn in het verleden diverse kunstenaarsstichtingen door langlopende conflicten in financiële problemen gekomen. De comités die waken over de oeuvres van Andy Warhol, Keith Haring en Calder zijn om die reden gestopt met het verstrekken van echtheidscertificaten.

Om kunstenaarsstichtingen meer bescherming tegen frivole claims te bieden, is in de staat New York recent een wetsvoorstel ingediend. Zodra de wet is aangenomen, moeten aanklachten tegen authenticiteitscomités aan bepaalde eisen voldoen en kunnen stichtingen de gemaakte juridische kosten op de eiser verhalen.

Rechtszaken als die tegen de Agnes Martin Catalogue Raisonné zijn zo ingewikkeld, omdat aannemelijk moet worden gemaakt dat welbewust feiten zijn verdraaid om de eisers te benadelen. Dat leidt soms tot krasse beschuldigingen. Zo werd de Andy Warhol Art & Authentication Board ervan beschuldigd kunstwerken af te keuren, om zodoende de marktwaarde van de eerder geauthenticeerde Warhols te beschermen. Een incriminatie die niet bewezen kon worden.

De Mayor Gallery probeert aan te tonen dat het Agnes Martin Authentication Committee met een dubbele pet op oordeelt. De kritiek richt zich op Arne Glimcher, eigenaar van de Pace Gallery in New York, de kunsthandel die de nalatenschap van Martin vertegenwoordigt.

Volgens de aanklacht heeft Glimcher de Agnes Martin Foundation samen met zijn zoon opgericht. James Mayor zegt dat hij al jaren met zijn collega overhoop ligt en dat hun meningsverschillen het oordeel van de comité hebben beïnvloed.

De advocaat van de Martin Foundation, Aaron Richard Golub, doet neerbuigend over de aanklacht. Waar is de juridische claim, heeft hij tegen Art Newspaper gezegd. „Het is als een opera zonder muziek.”

De advocaat van de Mayor Gallery, Melvyn Leventhal, laat weten niet op die „kwinkslag” te willen reageren.

Onbeantwoord blijft de vraag of de handtekeningen onder de afgekeurde Agnes Martin-kunstwerken echt zijn.