Recensie

Grimmige komedie vol radeloosheid in zwart-witdiscussie

Theaterrecensie Regisseur Eric de Vroedt, die zijn debuut maakt bij het Nationale Toneel, brengt met Race (2009) een van de gevoeligste onderwerpen in deze tijd in beeld.

Mark Rietman en Romana Vrede in Race. Foto Kurt Van der Elst

„Dit gaat niet over seks, dit gaat over zwart versus wit”: de zwarte Susan, stagiaire op een advocatenkantoor, legt halverwege de voorstelling Race de vinger op de wonde. Deze zin, door actrice Romana Vrede uitgesproken met een mengeling van innerlijke overtuiging en fel verwijt, onthult de wanhoop waarin zowel personages als toeschouwers zich bevinden. Regisseur Eric de Vroedt, die zijn debuut maakt bij het Nationale Toneel, brengt met Race (2009) van de Amerikaanse toneelschrijver en regisseur David Mamet een van de gevoeligste onderwerpen in deze tijd van de Zwarte Piet-discussie in beeld. Huidskleur veroorzaakt een explosiviteit aan emoties, luidt de strekking van deze grimmige komedie.

Wanhoop, ja: telkens als in een van de briljante dialogen de toeschouwer het idee heeft licht te zien in het doolhof van vooroordelen en idealisme, positieve discriminatie en racisme, dan haalt een enkele brute opmerking het delicate evenwicht onderuit.

Race speelt zich af in een advocatenkantoor waar de witte Lawson (Mark Rietman) en de zwarte Brown (Werner Kolf) een compagnonschap hebben gesloten. Omdat zij zowel ‘zwart’ als ‘wit’ vertegenwoordigen, accepteren ze duistere zaken die hun grond vinden in racisme, maar die zij van racisme vrijpleiten. Zie hier een van de vele paradoxen waarop het stuk drijft. De steenrijke, witte Strickland (Hein van der Heijden) wordt ervan verdacht een zwart meisje in een hotelkamer te hebben verkracht. Maar hij is onschuldig. Waarom? Een witte man is altijd onschuldig. Seksisme ten voeten uit.

In het klinische, glasheldere ontwerp van Maze de Boer reikt het kantoor diep de zaal in. Reusachtig uitvergroot domineert het schilderij Mary Stuart met zwarte page (1664) van de Haagse schilder Adriaen Hanneman het decor, een schilderij dat tijdens de Zwarte Piet-discussie een prominente rol speelt. Zo zijn er tal van actuele aanknopingspunten in de voorstelling te vinden, maar nergens is het overdadig of moraliserend. Destijds is Mamets toneelstuk zeer gemengd ontvangen, op Broadway in december 2009. Het getuigt daarom van hoge kwaliteit en politieke durf van zowel regie als spelers de humor alle kans te geven, al neemt de grimmige toon geleidelijk toe.

Lees ook ‘Ik ben voor poepchinees uitgescholden’, een interview met regisseur Eric de Vroedt

Mark Rietman als de witte advocaat is meesterlijk in zijn optimisme. Hij weet precies hoe hij zijn cliënt dient te verdedigen, door alle aandacht van racisme te verschuiven naar een jurk met rode lovertjes. Want als een hotelkamer strijdtoneel van een verkrachting is, dan ligt die bezaaid met pailletten. Daarvan is aanvankelijk geen getuigenis. Maar hij rekent buiten de krachten van zijn stagiaire, die de schuld van de dader bewezen acht. Romana Vrede speelt een prachtige rol, eigenlijk als dubbelspion. Aanvankelijk een timide stagiair, maar halverwege geeft ze een scène ten beste waarin zij zowel Nina Simone als Josephine Baker vertolkt, en vanaf dat moment is zij de superieur-trotse, donkere vrouw die blanke mannen hypnotiseert. Brown, de zwarte compagnon, is ongrijpbaar: hij zaait verwarring in beide kampen. Hij gaat zelfs zover zijn blanke kompaan te waarschuwen voor de „zwarte verraadster” die hij met haar binnenhaalt.

De witte man heeft de beste bedoelingen met haar aanstelling. Aangrijpend hoogtepunt van de voorstelling is die waarin Rietman en Vrede in twistgesprek gaan over positieve discriminatie. Het lijkt een abstracte dialoog, maar De Vroedt vervlecht subtiel een delicaat, stil spel van bijna-aanrakingen en bijna-tederheden in dit gesprek, waardoor je als toeschouwer hoopt op zoiets als liefde of verlossing. Want wit tegen zwart en zwart tegen wit: niemand wenst dat. En dat het toch gebeurt, dat we ons verschansen achter vooroordelen, vormt de catharsis van dit stuk. De spelers richten zich herhaaldelijk tot het publiek; wij zijn de juryleden die het oordeel uitspreken.

Op het eerste gezicht gaat Race inderdaad over zwart versus wit. Maar het gaat over veel meer, en dat maakt de voorstelling dwingend. Het spel is opvallend licht en heeft vaart, zelfs als de opeenstapeling van spitsvondigheden de toeschouwer doet duizelen. Knap is dat De Vroedt in deze grote zaalproductie klein spel niet veronachtzaamt. Hij heeft in samenspel met de acteurs hen zover gekregen dat je ook bij hen aarzelingen ziet, radeloosheid om een uitweg te vinden die er misschien niet is.