Duitse minister hoffelijk, maar koel ontvangen in China

Handelsmissie

De Duitse vicekanselier Sigmar Gabriel was met de top van het Duitse bedrijfsleven in China. Zijn kritiek is er slecht gevallen.

De Duitse vicekanselier Foto Wu Hong/AFP

Chinese krantenlezers en tv-kijkers is het totaal ontgaan dat de Duitse minister van Economische Zaken Sigmar Gabriel, vicekanselier van het voor China belangrijkste EU-land, een week lang in hun land was. De Chinese media hadden opdracht gekregen de SPD-leider te negeren. Zelfs de verplichte foto van Gabriel met een strak kijkende Chinese premier Li Keqiang in de Grote Hal van het Volk ontbrak op de meeste voorpagina’s.

Hoffelijk, maar koel op het ijzige af, zo kan de behandeling die Gabriel moest ondergaan, omschreven worden. En dat valt meteen op in een land waar voor bezoekers van zijn rang en statuur geen propagandistische moeite te klein is, zeker als het een vertegenwoordiger van een land betreft waarmee jaarlijks voor bijna 200 miljard euro handel gedreven wordt.

China, tot aan president en partijleider Xi Jinping toe, is ontstemd en ook overvallen door wat de Chinese ambassadeur in Berlijn in de Frankfurter Allgemeine „de toenemende protectionistische tendensen in Duitsland” noemde. Xi liet persoonlijk zijn misnoegen blijken via zijn belangrijkste economische adviseurs die op het laatste moment ontmoetingen met Gabriel afzegden. En de machtige minister van Handel, Gao Hucheng, wilde niet samen met Gabriel naar een diner voor de Duitse en Chinese zakentop.

Status blokkeren

De directe oorzaak van de Chinese ergernis is het slecht gevallen en onverwachte verbod op de Chinese overname van techbedrijf Aixtron en het onderzoek naar de overname van Osram (verlichting). Uren voor Gabriels aankomst in Beijing werd een hoge Duitse diplomaat daarover nog stevig onderhouden.

Maar er is een diepere oorzaak van de Chinese ongerustheid en die schuilt in Gabriels uitspraak dat als China „de status wil verkrijgen van een markteconomie” het zich ook moet gedragen als een open, transparante economie. De Duitse minister liet doorschemeren dat Duitsland weleens het Chinese streven naar deze status in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kan blokkeren.

Gabriel is er niet over te spreken dat Chinese bedrijven in hoog tempo en praktisch ongehinderd in Duitsland kunnen investeren. Dit jaar alleen al kochten Chinese bedrijven zich voor 11 miljard euro in bij Duitse techondernemingen. Dat is spectaculair veel meer dan alle Chinese investeringen tussen 2002 en 2015 samen, die nog geen 800 miljoen euro bedroegen.

De Chinese investeringsgolf hangt nauw samen met de wens van de Chinese autoriteiten om te transformeren van een lagelonenland in een innovatief land met een grote middenklasse. China aast op technologie op het gebied van chips, robots, LED en gezondheid, en geld speelt daarbij geen rol. Dat Duitsland een doelwit is, is ook niet verwonderlijk, want het land geniet onder de door ingenieurs geleide Communistische Partij van China grote bewondering. De hele Chinese politieke top verplaatst zich niet voor niets per Audi.

Duitse bedrijven in China daarentegen stuiten op blokkades in gevoelige sectoren, zoals telecom, internet en financiën. Honderden Duitse bedrijven, van Siemens, Volkswagen en Bosch tot kleine familiebedrijven, werden verplicht samen te werken met Chinese concurrenten.

„De Chinese investeringswetten maken het steeds moeilijker daar te investeren”, aldus Gabriel. En dat is, concludeert hij, in strijd met de spelregels van de WTO, waarin China sinds 2001 een status aparte heeft omdat het een staatsgeleide economie is. Verandering van die status is voor de Chinese exporteconomie van groot belang. Chinese diplomaten lobbyen er hard voor.

Gabriels kritiek op de Chinese omgang met buitenlandse investeerders is niet nieuw. Europese en Amerikaanse Kamers van Koophandel publiceren daar elk jaar kritische rapporten over. Toch heeft hij een gevoelige snaar geraakt door voorzichtig maar wel openlijk China te bekritiseren. En dat op een moment dat in Brussel een voor Beijing belangrijk besluit genomen moet worden over China’s status in de WTO.

Aan het slot van zijn bezoek aan China, bij een handelstop zaterdag in Hongkong, deed Gabriel er nog een schepje bovenop. China wil met de Europese Unie en Duitsland apart onderhandelen over het dumpen van goedkoop Chinees staal in de EU, een bron van ellende in de Europese staalsector en oorzaak van steeds hoger oplopende spanningen tussen de EU en China.

De Duitse minister nam dat aanbod aan, maar verbond daar wel voorwaarden aan. Hij zal zich tegen iedere deal verzetten als Europese staalarbeiders niet beschermd worden tegen „oneerlijke concurrentie van gesubsidieerde Chinese fabrieken”. Wordt het dispuut niet opgelost, dan voorziet Gabriel zelfs een Europees-Chinese handelsoorlog. Dat is dreigende taal voor een minister uit een land waarmee China al sinds 1864 economische banden heeft.