‘De meeste ongevraagde opvoedadviezen kun je rustig naast je neerleggen’

Opvoedfabels

Hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets werd moeder en ontdekte dat de meeste ‘experts’ gewoon bakerpraatjes uitkramen. Ze haalde de wetenschap erbij.

Foto Marjolijn Maljaars

Ze zijn niet aan te slepen, de opvoedboeken. En al helemaal niet als ze zijn geschreven door Bekende Nederlanders. Sinds eind oktober ligt er een nieuwe in de winkel, Zoete kinderen eten geen suiker, van de hand van Ionica Smeets. Zij maakte een stormachtige ontwikkeling door van ‘Wiskundemeisje’ naar Zomergast en hoogleraar wetenschapscommunicatie. Maar ze heeft ook twee kinderen, van anderhalf en zes.

Is ze daarom meteen een opvoedexpert die weet hoe het allemaal moet? Welnee, schrijft ze in het voorwoord van haar boek. En daar gaat het boek juist over. Want al die ervaringsexperts, merkte Smeets, die zeggen maar wat. Het meeste advies is bakerpraat; de wetenschap geeft eigenlijk nog maar weinig antwoorden op opvoedvragen. Hoog tijd dus om het kaf van het koren te scheiden, vond Smeets. Ze schreef ruim zestig hoofdstukjes over even zoveel prangende opvoedvragen, op zoek naar de waarheid achter de mythes.

„Mijn algemene conclusie is dat je de meeste ongevraagde opvoedadviezen rustig naast je neer kunt leggen”, schrijft Smeets in haar voorwoord. „Het is allemaal niet zo zwart-wit. Voor iedere deskundige die roept dat je iets absoluut op een bepaalde manier moet doen, is er een andere expert te vinden die precies het tegenovergestelde beweert.” Heel verfrissend, zeker als je het vergelijkt met het gros van de opvoedboeken. Maar wat kunnen we daar nou mee, als ouders? „Op zichzelf niets”, zegt Smeets lachend. „Want ik heb ook niet de wijsheid in pacht. Ouders moeten zelf een keuze maken die bij ze past. Maar ik wil ze daarbij graag opties aanreiken die ergens op zijn gebaseerd.”

In elk geval moeten ouders zich niet gek laten maken, vindt Smeets. „Zodra je zwanger bent, gaat iedereen zich er opeens mee bemoeien. Sommige ouders worden daar heel onzeker van en gaan dan op internet zoeken. En daar vind je allerlei mafkezerij die er heel professioneel uitziet.” Dat kan best gevaarlijk zijn, merkt ze op. Bijvoorbeeld als het gaat om vaccineren.

Niet iedereen weet hoe je in wetenschappelijke data moet zoeken. Smeets wel – en ze weet die informatie te vertalen naar een breed publiek. Je komt er dan achter dat Smeets zelf vooral op haar gevoel af gaat – en daarbij de wetenschap soms lekker links laat liggen.

„Ik wilde niet alleen de feitjes brengen”, zegt Smeets, „maar ook laten zien hoe wetenschap werkt. Hoe het komt dat we nog zo weinig over opvoeding weten”. En dat is, legt ze uit, omdat perfect opvoedonderzoek bijna onmogelijk is. Vergelijkende studies zijn lastig: presteren kinderen die veel tv kijken slechter op school omdat ze veel tv kijken, of omdat ze ouders hebben die hen veel tv laten kijken?

„Eigenlijk zou je gerandomiseerd onderzoek moeten doen”, zegt Smeets. Dat betekent dat je je proefpersonen willekeurig in twee groepen indeelt, waarbij de ene groep een andere behandeling krijgt dan de andere. Pas dan kun je ze echt vergelijken. Smeets: „Maar je kunt moeilijk zeggen: deze groep kinderen mag zijn hele jeugd geen tv kijken, en deze groep moet elke dag vijf uur kijken, en dan meten we na achttien jaar wat de verschillen zijn.” Ze lacht. „Of: deze groep moet zijn kind elke dag slaan, en deze niet. Dat kan écht niet.” Maar wat weten we wel? Een kleine greep uit Zoete kinderen eten geen suiker.