Toneelgroep De Appel krijgt definitief geen subsidie meer

D66 liet weten geen toekomst te zien in het nieuwe plan van De Appel.

Acteurs van toneelgroep De Appel tijdens een repetitie van het stuk Casanova in 2013. Jerry Lampen / ANP

Toneelgroep De Appel krijgt definitief geen subsidie meer van de Haagse gemeente. Vrijdagavond schaarde een meerderheid van de Haagse partijen zich achter het voorstel van wethouder Joris Wijsmuller van Cultuur (Haagse Stadspartij) om de subsidie voor het theatergezelschap te stoppen. Alleen oppositiepartijen SP, PVV en Groep de Mos pleiten nog voor subsidie voor de theatergroep.

D66 – voorheen de enige coalitiepartij die voor subsidie steun aan De Appel was – liet vrijdag in de gemeenteraadsvergadering weten geen toekomst te zien in het nieuwe plan van De Appel. Deze draai kwam de partij op veel kritiek te staan. Volgens de SP heeft D66 De Appel “valse hoop” gegeven en vervolgens in de steek gelaten; PVV sprak van een “schijn van barmhartigheid”. “D66 heeft eerst geroepen dat De Appel koste wat kost gered moest worden, en vervolgens niets gedaan om dat voor elkaar te krijgen”, aldus raadslid Van Hees van de PVV.

Lees meer over de eigenzinnige theatergroep: Alles deed De Appel anders

De Appel liet aan het begin van de raadsvergadering bij een inspraaksessie weten wel te geloven in hun nieuwe plan, dat volgens hen “staat als een huis”.

Amendement

Zowel wethouder Wijsmuller als D66-raadslid Birgül Özmen zeiden het zeer te betreuren dat de gemeentesubsidie voor De Appel stopt. “Het is een steen in mijn maag”, aldus de wethouder. De SP, Groep de Mos en GroenLinks dienden nog een amendement in dat voorstelde om alsnog een klein miljoen aan gemeentegeld uit te keren aan De Appel. Dit geld moet gehaald worden uit het budget van city marketing. Maar ook dit amendement kon niet rekenen op een meerderheid in de gemeenteraad.

Opvallend was dat de coalitiepartijen vrijdag wel extra geld uit de begroting over bleken te hebben voor andere initiatieven. In totaal werd zo’n acht ton verdeeld over kleine cultuurinitiatieven zoals Theater Vaillant en het Laak Theater.