Zoektocht naar meer donkere trainers

Diversiteit

In het voetbal zijn donkere coaches nog steeds een uitzondering. In sommige landen proberen ze daar verandering in te brengen.

Archieffoto: een wedstrijd tussen de Suriprofs en Jong Oranje in het Olympisch Stadion in Amsterdam. VLNR: Ruud Gullit, zoon Maxim Gullit, Dean Gorre, Aaron Winter en Winston Bogarde. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Een Afro-Amerikaanse coach winnaar van de Super Bowl? Ondenkbaar. Tot 2003, het jaar dat in American football de ‘Rooney rule’ in het leven werd geroepen, een regel die clubs verplicht minstens één zwarte kandidaat uit te nodigen op gesprek in hun zoektocht naar een nieuwe trainer. De regel werd vernoemd naar de eigenaar van de Pittsburgh Steelers Dan Rooney, pleitbezorger van de regel die de deur opende voor Afro-Amerikaanse coaches langs de lijn.

In het voetbal ligt dat anders. Hoe veel diversiteit er op het veld ook is, coaches zijn overwegend blank. De vraag is: waarom? Jacco van Sterkenburg, sportsocioloog aan de Erasmus Universiteit, deed twee jaar geleden onderzoek naar dit vraagstuk, in opdracht van de UEFA en FARE (Football Against Racism in Europe). De Europese voetbalbond vond dat er te weinig diversiteit was in de coach- en bestuurlijke functies. Onder de titel The glass ceiling in European football werden cijfers van zeven landen (Nederland, België, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje) in kaart gebracht en werden donkere coaches ondervraagd. Bij de onderzochte clubs had maar 3,4 procent van de trainersstaf een minderhedenachtergrond. De KNVB beloofde actie. Gevraagd naar die actie, laat de KNVB weten dat er een „aantal zaken spelen”. maar dat het te vroeg is daarop in te gaan.

„Ze komen betrekkelijk weinig voor in topfuncties”, stelt Co Adriaanse vast, de oud-coach van onder meer Ajax die tot vorig jaar les gaf op de cursus betaald voetbal. Hij ziet weinig coaches met een minderhedenachtergrond doorstromen tot hoofdcoach. „Die vaststelling heb ik ook neergelegd bij de KNVB. Ik vind het vooral merkwaardig dat er zo weinig coaches van Turkse en Marokkaanse afkomst doorstromen in Nederland. Terwijl ze als voetballers wel een hoog niveau halen.”

Het is een onderwerp van gesprek, zegt Gerard Marsman, directeur van vakvereniging Coaches Betaald Voetbal. „Het project is nog prematuur. Maar we zijn voortdurend in gesprek met de KNVB en de clubs over dit thema. We willen er opnieuw aandacht aan te geven. Er wordt ook overlegd tussen de trainersbonden internationaal, zoals met onze collega’s in Engeland of Duitsland om te kijken wat daar speelt. Hoewel het lastig te meten is of iedereen gelijke kansen krijgt, willen het in ieder geval onderzoeken. Wat wij absoluut niet willen, is dat er discriminatie of racisme is.”

Voor het onderzoek sprak Van Sterkenburg verschillende getinte coaches uit het Nederlandse amateur- en betaald voetbal. Een meerderheid gaf aan aan dat hun huidskleur een obstakel is in de zoektocht naar een job als hoofdcoach. Onder hen ook ex-internationals van Oranje: „Ondanks de nodige diploma’s stromen in Nederland te weinig coaches door uit een etnische minderheid”, zegt Van Sterkenburg. „Kwaliteit is volgens de coaches die ik heb geïnterviewd niet altijd de belangrijkste factor in het aanstellingsproces. Onderdeel van het probleem is volgens een aantal van hen dat clubbesturen overwegend blank zijn en vaak uit een even blank netwerk putten.”

Pierre van Hooijdonk, wiens biologische vader van Marokkaanse afkomst is, vindt die conclusie te makkelijk. „Uiteindelijk willen clubs een coach die iets kan toevoegen aan hun club. Inderdaad, de cijfers liggen er, maar dat hoeft niet per definitie iets te betekenen.” Adriaanse: „In het Nederlandse voetbal ken ik maar weinig gekleurde bestuurders. Net als in het coachvak zijn ze schaars. Dat zie je, dat is meetbaar.”

Van Sterkenburgs onderzoek bracht nog een andere reden aan het licht waarom donkere coaches zo dun gezaaid zijn in het voetbal. Volgens de ondervraagde coaches wordt nog te vaak stereotiep over hen gedacht. „Die vooroordelen leven volgens hen nog steeds”, zegt Van Sterkenburg. „Ook in de bestuurskamer. Donkere jongens worden wel gezien als goede sporters, maar niet geassocieerd met managerkwaliteiten zoals leiderschap.”

Topfuncties

In Engeland verklaarden onder anderen ex-doelman David James en José Mourinho (nu trainer van Manchester United) dat van racisme geen sprake is bij de aanstelling van trainers. Volgens James zijn er nu geen donkere coaches die kwalitatief toereikend zijn voor de top. En Mourinho zei: „Als je top bent, ben je top. Voetbal is niet zo stom om de deur te sluiten voor topmensen.” Geen gekke gedachte, vindt Pascal Jansen, coach van Jong PSV. „Misschien is het naïef, maar dat is wel hoe ik er naar kijk: uiteindelijk selecteert kwaliteit zichzelf en zodra je gekwalificeerd en goed genoeg bent, zie ik niet in waarom je niet in aanmerking zou komen voor topfuncties.”

In Engeland leeft de kwestie al jaren. Dwight Yorke klaagde vorige maand dat zijn huidskleur hem belet een job als hoofdcoach te vinden in het betaalde voetbal. De oud-spits van Manchester United heeft naar eigen zeggen zelfs moeite een sollicitatiegesprek te krijgen. Ook andere donkere coaches, zoals Paul Ince, klaagden eerder over de ondergewaardeerde status van de zwarte coach. De Premier League telt momenteel geen enkele donkere coach. Ruimer genomen: bij de 72 clubs in de drie hoogste divisies zijn het er drie, onder wie de Nederlander Jimmy Floyd Hasselbaink. Terwijl ruim dertig procent van de spelers op de Engelse velden zwart is.

Om die reden implementeerde de Engelse bond vorige zomer een nieuwe regel omtrent de aanstelling van jeugdcoaches. Voor deze banen moeten clubs minstens één kandidaat met andere roots dan de Engelse voor een gesprek uitnodigen, wanneer zich een kandidaat aanmeldt. Ze hoeven er niet zelf naar op zoek.

Aftredend bondsvoorzitter Greg Clarke zag het als een belangrijke stap voor het Engelse voetbal. „Het is essentieel dat onze clubs zich blijven inzetten voor een afspiegeling van gemeenschappen waarbinnen ze geworteld zijn. Het is duidelijk dat we op clubniveau met een ondervertegenwoordiging van zulke coaches te maken hebben”, zei hij. Zo zijn Engelse clubs voortaan verplicht hun vacatures openbaar te maken en het aanstellingsproces te delen met de bond.

In de eredivisie zijn Henk Fraser (Vitesse) en Giovanni van Bronckhorst (Feyenoord) twee succesvolle coaches met een minderhedenachtergrond. Daarvoor werkten Ruud Gullit, Henk ten Cate en Frank Rijkaard als coach in binnen- en buitenland. Toch waarschuwt Van Sterkenburg dat we ons niet mogen blindstaren op hen. „Het geeft een vertekend beeld”, vindt hij. „Natuurlijk is het mooi dat Van Bronckhorst en Fraser het goed doen, zichtbaar zijn en anderen daardoor laten wennen aan het beeld. Zij kunnen een stimulans bieden voor de toekomst. Maar ik ben bang dat er structureel niets verandert, omdat alles in de laag daarboven (in de bestuurskamer, red.) hetzelfde blijft. Het moet diverser op dat niveau, nu putten ze immers uit dezelfde netwerken. Je kan het hen ook niet kwalijk nemen, want er zijn geen regels die hen tot verandering dwingen.”

Actieve coaches staan niet te springen om zich over dit thema uit te spreken. Verschillende assistenten of jeugdtrainers bedankten voor een reactie. Ook Vitesse-coach Fraser blijft liever weg van deze discussies. „Maar daarmee sluit ik mijn ogen niet. Ik wil een voorbeeld zijn”, benadrukt hij. „Als sommigen aan mijn capaciteiten twijfelen, is dat hun zaak. Ik probeer enkel het tegendeel te bewijzen. Ik heb het gevoel dat een mening uiten eerder averechts werkt dan dat ik mensen daadwerkelijk help.”

Dean Gorré, oud-speler van Feyenoord en Ajax en nu bondscoach van Suriname, is voorstander van een regel vergelijkbaar met de Rooney rule in het American football. „Ik vind niet dat je een job moet krijgen puur omwille van je huidskleur”, zegt Gorré. „Maar als je de kans niet krijgt om je te profileren, jezelf te verkopen en te laten zien wie je bent, waar je staat en wat je hebt gedaan, houdt het gelijk op. Zo’n Rooney rule zorgt ervoor dat er in ieder geval een gesprek plaatsvindt. Daarom vind ik het een fantastische regel.”

American football

Van Sterkenburg ziet eveneens heil in die regel. „Doordat je het aanstellingsproces vertraagt, dwing je clubs om buiten hun gebruikelijke netwerken te treden en verder te kijken. En dat zonder dat het clubs verplicht een donkere coach te nemen.” In het American football heeft dit geleid tot meer donkere coaches. In 2007, vier jaar na het invoeren van de regel, wonnen de Indianapolis Colts met Tony Dungy aan het roer de Super Bowl. Dungy was daardoor de eerste donkere coach die die titel aan zijn palmares kon toevoegen.

Anderen zijn sceptisch. Jansen vindt de regel niet dwingend genoeg. „Als het echt een rassenissue zou zijn, is die heel simpel te omzeilen. Je kan als club gewoon de kandidaten uitnodigen en zorgen dat daar één gekleurd persoon tussen zit. Dan voldoe je al aan de regels.” En Gorré, stellig: „Uiteindelijk is een donkere speler niet meer weg te denken uit het betaald voetbal en dat moet zich naar de trainerswereld vertalen.”