Wat gebeurde er echt bij bestorming van De Punt?

Rechtszaak

Nabestaanden van twee Molukse treinkapers eisen schadevergoedingen van 20.000 en 17.500 euro. Maar vooral willen ze ‘de waarheid’.

Foto ANP

Stampvol zit de rechtszaal. Wie een zitplaats weet te bemachtigen krijgt een blauw briefje toegestopt, tientallen anderen worden naar de videozaal verscheept – en dat voor een gebeurtenis van bijna veertig jaar terug. Familieleden zijn het vooral, van Max Papilaja en Hansina Uktolseja, twee van de zes Molukkers die in 1977 na een treinkaping van drie weken bij De Punt door mariniers werden doodgeschoten.

Een geoorloofde uitoefening van geweld om een explosieve situatie te beëindigen? Of, zoals de eisers vandaag stellen, een standrechtelijke executie zonder rechtvaardiging?

Even kort de feiten. Negen gewapende Molukse jongeren kapen in mei 1977 een intercity van Assen naar Groningen met aan boord zo’n vijftig passagiers. Het wordt de langste treinkaping uit de geschiedenis, de onderhandelingen lopen spaak. De bevrijdingsactie is wereldnieuws: straaljagers knallen door de lucht om de kapers te verwarren, explosieven gaan af, de trein wordt door sluipschutters met duizenden patronen bestookt en mariniers klimmen aan boord om het karwei afmaken.

Zes kapers vinden de dood, evenals twee gijzelaars. De autopsierapporten verdwenen destijds achter slot en grendel, officieel tot 2053, maar drie jaar terug lekten ze uit. Volgens advocaat Liesbeth Zegveld bevestigen die rapporten wat al langer vanuit de Molukse gemeenschap werd vermoed: dat de kapers doelbewust en met excessief geweld zijn geëxecuteerd.

De families Papilaja en Uktolseja hebben een zaak tegen de staat aangespannen. Ze eisen schadevergoedingen, respectievelijk 20.000 en 17.500 euro, maar vooral „de waarheid”, vertellen de nabestaanden.

„Te gek voor woorden”, zegt landsadvocaat Bert-Jan Houtzagers. „Er was geen sprake van een opdracht om kapers te doden.”

Uit de urenlange pleidooien vandaag blijkt, volgens Liesbeth Zegveld, vooral „hoeveel we niet weten”. Want wat heeft zich nou precies in die verduisterde coupés afgespeeld? Hadden de kapers zich echt niet al overgegeven? Werd Max Papilaja nou van buiten of juist van heel dichtbij door zijn borstbeen geschoten? Vormde Hansina Uktolseja, die zwaargewond en ongewapend op de grond lag, roepend om haar moeder, nog zo’n bedreiging?

En was er inderdaad, zoals een anonieme marinier in oktober heeft verklaard, door „een Haagse autoriteit” de wens overgebracht dat geen van de kapers zou overleven?

Het recentste overheidsonderzoek stamt uit 2014, maar dat was uitsluitend gebaseerd op archiefstukken. En laat het daar in deze zaak, volgens Zegveld, nou net aan ontbreken. Getuigen vertellen volgens haar een heel ander verhaal. „Verschillende mensen hebben zich gemeld, maar die zijn allemaal weer weggestuurd.”

De eisers vragen de rechtbank om alsnog getuigen te dagvaarden, onder wie de betrokken mariniers en een hooggeplaatste ambtenaar. Verder vragen ze, achter gesloten deuren, om het vrijgeven van vertrouwelijke stukken, waaronder geluidsopnamen uit de trein.

Onnodig, zegt de landsadvocaat, want met de autopsierapporten is „niets nieuws onder de zon” en anonieme getuigenissen zijn oncontroleerbaar. De zaak is volgens hem, zonder nieuwe feiten, reeds verjaard. Daarover zal de rechtbank op 27 januari beslissen, waarna het verhaal mogelijk tot een einde komt of een lange, nieuwe fase ingaat.