Wat doen we als de Randstad onder water staat?

Tv-serie

Noodweer, een echt goeie storm? Nederlanders vinden slecht weer cool. Maar wat doen we bij een nieuwe watersnoodramp? Dat toont de nieuwe tv-serie ‘Als de dijken breken’.

In de tv-serie 'Als de dijken breken' komt een vader met zijn dochter vast te zitten in een electriciteitsmast. Foto EO

“Houdt dat woord ‘nationale ramp’ nog maar even onder de pet”, zegt de premier, terwijl een grote noordwesterstorm op de kust af raast. Vlaanderen heeft de kuststreek al geëvacueerd, maar de Nederlandse regering aarzelt. Bang voor de economie. Bang voor het behoud van de coalitie. West-Vlaanderen is bovendien een heel ander verhaal, vindt de premier, want die hebben de Spuikom, een binnenmeer dat kan overstromen. Toch? De directeur-generaal van Rijkswaterstaat is echter helder: „Bij ons is de hele Randstad een binnenmeer. Als het misgaat.”

In Als de dijken breken, een nieuwe dramaserie van de EO en de Vlaamse omroep VRT die zaterdag begint, zien we wat er zou kunnen gebeuren als Nederland en België worden getroffen door een grote storm. De geschiedenis van de lage landen is één lang gevecht tegen het water, maar sinds we de Deltawerken hebben, lijkt de angst voor een overstroming weggezakt. Aan die rust maakt de serie hardhandig een einde.

De makers baseren zich op informatie van Rijkswaterstaat, wateradviesbureau Deltares, de TU Delft en het Rode Kruis. Het rampscenario is dus echt, we weten precies wat er onder water komt te staan als de dijken breken. Op de website Overstroomik.nl kunt u uw postcode invullen, om te kijken of uw huis droog blijft.

Over vluchten moet we ons niet te veel illusies maken. Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) zei onlangs in RTL Late Night van Humberto Tan, naar aanleiding van de serie: „Een derde van ons land kan overstromen. Daar wonen 3,5 miljoen mensen. Als het echt misgaat, denken we dat we zo’n 15 procent van de mensen uit de Randstad wegkrijgen; 85 procent moet voor zichzelf zorgen tijdens de ramp.”

Ingmar Menning van JoCo Media, de producent van de serie: „We weten wel wat er kan onderlopen, maar wat er vervolgens gebeurt, dat weet eigenlijk niemand. In de serie zegt de vicepremier: ‘De handboeken kunnen vanaf nu de prullenbak in’.”

Lees verder onder de video

Mens en ramp

Een Nederlandse rampenserie is zeldzaam. Hoe pak je zo’n groots project aan? Producent Menning nuanceert: „Het is geen rampenserie, maar een mozaïekvertelling over mensen die een ramp overkomt. Je moet het niet vergelijken met een Hollywoodrampenfilm, want daar hebben we bij lange na het budget niet voor. We hebben zes afleveringen gemaakt voor 4 miljoen euro - subsidie van verschillende partijen, uit Nederland, maar vooral uit België.”

Los daarvan zou scenarioschrijver Karin van der Meer ook niet zo’n soort rampenfilm willen schrijven. „Ik heb ter voorbereiding ongeveer alle rampenfilms gezien die er bestaan. Maar neem nu zo’n film als The Impossible, over de tsunami van 2004. Daar word ik niet door meegesleurd. Je zit vooral naar de mooie effecten te kijken. ‘O, wat knap.’ Maar uiteindelijk laat het je koud. Ik wil dat je met de mensen meeleeft.’’

Bejaardenhuis onder water

Toch moet je wel iets van de ramp laten zien. Dus heeft de productie een Rotterdamse gevangenis en een Tilburgs bejaardenhuis onder water gezet. De Noordsingel-gevangenis stond al leeg, dus dat was niet zo’n probleem. Maar het bejaardenhuis Koningsvoorde was gewoon in gebruik. Maudy van Bree, die als lineproducer de opnames leidde: „De bejaarden vonden het fantastisch. Verschillende van hen hebben ook in de serie gefigureerd.” Producent Menning: „We gingen eerst op bezoek in Tilburg, samen met de Vlaamse regisseur Hans Herbots. Hij vroeg meteen: ‘mogen we dit onder water zetten?’ Ik dacht: dat vráág je toch niet? Maar de directeur zei vrij snel ja.” Herbots heeft de Belgische actiefilm Windkracht 10: Koksijde Rescue gemaakt, over een helikopterteam dat reddingsoperaties uitvoert, dus hij heeft enige ervaring met water en storm.

In de eerste aflevering zit een spectaculaire scène, waarin een vloedgolf een kleutermeisje met elfenvleugels van een camping in Oostende spoelt. Maudy van Bree: „We hebben een container vol water laten optillen door een heftruck, en die over een waterglijbaan uitgestort.”

Aanvankelijk wilden de makers de Potpolder van Tielrode onder water zetten, zoals de makers van de speelfilm De Storm (over de Watersnood van 1953) dat in 2008 hadden gedaan. Maar de boeren wilden niet nog een keer.

De camping van Sonja (Daisy van Praet) bij Oostende komt onder water te staan.

In plaats daarvan heeft de productie een ‘bad’ van 30 bij 15 meter gebouwd, op een parkeerplaats in het Belgische Olen. De bak was gebouwd van betonblokken, die normaal voor wegafzettingen worden gebruikt, met een zeil erin. Aan de rand stond een zelfgebouwd huisje. Op de achtergrond van het bad stonden containers met grote groene schermen (green screens): hierop werden in de nabewerking computeranimaties van ondergelopen land geprojecteerd. En beelden van Rotterdamse gebouwen, voor een scène waarin een vlot vol gedetineerden door de ondergelopen binnenstad vaart. Menning: „Onze regel was: als lichaamsdelen het water raken, dan moet dat echt zijn. De voorgrond was dus steeds echt, en de achtergrond kon door de computer worden ingevuld.”

Deze manier van filmen was vooral een aanslag op de acteurs en figuranten. Die stonden urenlang in het koude water en in striemende regen en wind uit brandslangen en windmachines. De acteurs droegen speciale droogpakken onder hun kostuums. De figuranten droegen regenkleding onder hun kleding, de voeten in plastic zakken gestoken. Iedereen kreeg warmtepleisters. De opnames waren in de winter, van december tot april, vaak ’s nachts, soms bij temperaturen net boven het vriespunt. Maudy van Bree: „We wilden het zo echt mogelijk doen. Laat de kou en de pijn maar op de gezichten zien.” Nee, niemand is ziek geworden, zegt ze. Nou ja, één acteur een beetje: „Loek Peters is wel wat verkouden geweest.”

Zelf vluchteling worden

Niet alleen klimaat en watermanagement waren een inspiratiebron. Ook de vluchtelingencrisis speelde een rol. Je ziet mensen die vluchten op bootjes, die worden ondergebracht in noodopvang. De productie heeft tenten en mensen van het Rode Kruis gebruikt. Een kerk en een Antwerps stadion werden ingericht als vluchtelingencentrum. Producent Menning: „We wilden laten zien: het kan ons allemaal overkomen. Jij kunt morgen ook met een Albert Heijntasje over straat vluchten’’ Scenarist Van der Meer: „En wat als er bij jou zo’n Nederlandse vluchteling aan de deur komt? Zo’n logeerpartij kan lang duren. Hoe lang blijf je gastvrij?”

En? Zijn we voorbereid op de ramp? In de eerste scène vliegt een kitesurfer tegen een flat. Die is gaan surfen terwijl het al stormt. En als een gezin op de vlucht is, en ze op de radio van de dijkdoorbraak horen, zegt de dochter op de achterbank: ‘Cool!’

Menning: „Dat is de Nederlandse houding ja: ‘O leuk, de natuur blaast heel hard. Fun!’ Wij willen laten zien: veiligheid is relatief.”

Als de dijken breken (zes afleveringen) Vanaf zaterdag, NPO 1, 20.25-21.20u.

_mg_2413