Wij geven u dit artikel cadeau om u een concreet voorbeeld te geven hoe de NRC-code terugkomt in onze journalistiek. Vanuit de NRC-code ontstaat journalistiek waar wij trots op zijn.

Vertrekken omdat het kan, niet omdat het moet

Migratie Ook als de vluchtelingencrisis wegebt zal migratie uit Afrika naar Europa blijven, ontdekte correspondent Bram Vermeulen tijdens zijn reizen. De komende vier weken doet hij in NRC en een nieuwe VPRO-serie verslag van de misverstanden en paradoxen. „Vreedzaam Senegal is toch een bron van migranten.”

Verkopers bieden goederen te koop aan voor het gebouw van de Internationale Organisatie voor Migratie in Agadez, Niger. REUTERS/Joe Penney

NRC Code nr. 3

Onze journalistiek draait om waarheidsvinding en, op basis daarvan, meningsvorming (nieuws en opinie) voor burgers in een democratische samenleving.

persoon

Weinig mensen verhalen zo indringend over de migratie-paradox als Afrika-correspondent Bram Vermeulen. Vermeulen laat mensensmokkelaars en nabestaanden van verdronken migranten aan het woord. En weerspreekt misverstanden met keiharde cijfers. Ze laten zien dat migratie niet het gevolg is van armoede maar juist van groeiende welvaart.

Zoveel beelden. Zoals de jongens die bij het vallen van de avond achterop een open terreinwagen in de woestijnstad Agadez in Niger arriveerden, hun bestemming. Hun gezichten waren bedekt met een laag Sahara-zand die zeker drie reisdagen dik was. Ze hadden zo lang in dezelfde positie op de rand van de pick-up gezeten dat het leek alsof ze zelf van zand geworden waren.

In Senegal het beeld van de vader die uit een schoenendoos het krantenbericht haalde waarop de verdrinkingsdood van zijn zoon, Bady Ba, in de Middellandse Zee werd gemeld. Onder het bericht lagen foto’s uit het leven van zijn zoon voor zijn vertrek. Vader schoot weg, het huis in, zodat we zijn tranen niet konden zien. In de hoek van de binnenplaats zat zijn jongste zoon, 22, met gebogen hoofd. Vlak daarvoor had hij bekend dat hij stond te popelen de reis naar Europa te maken. Ondanks het noodlot van Bady Ba. Die beslissing was in Gods handen, niet de zijne.

In Nigeria het beeld van een moeder, Joy Edobor, die met haar vier dochters in april dit jaar uit Nederland waren uitgezet. De meisjes waren 2, 5, 7 en 8. Naomi, Immanuela en Rebecca zongen: „Papagaaitje leef je nog”. Met Haags accent. Na aankomst op de cargoterminal van Lagos waren ze aangewezen op een hotel bij het vliegveld. Behalve de chartervlucht was vanuit Nederland niets geregeld: geen onderdak, geen school. Toen ik verwonderd vroeg waarom het kinderpardon de meisjes niet had kunnen redden van uitzetting begon moeder onbedaarlijk te snikken. Haar dochters kropen om haar heen, als een troep welpen. „Het komt allemaal goed, mama.”

Foto's Reuters/Joe Penney

Foto’s Reuters/Joe Penney

Het zijn beelden van de reis die ik in het afgelopen jaar maakte naar drie Afrikaanse landen, om te begrijpen welke misverstanden bestaan tussen Europa en Afrika over migratie. In het vierde land ben ik zelf migrant en allochtoon: Zuid-Afrika. In Nederland is migratie een talkshowhit. Er wordt heel veel over migratie en migranten gesproken. Maar ons debat over migratie gaat vooral over ons: ónze angsten, ónze tranen. De oorlogen in Syrië, Irak en Afghanistan bepaalden grotendeels dat debat: de honderdduizenden die kwamen. Tot de Turkijedeal de Balkanroute afsloot.

Ook al is het nu onvoorstelbaar, die oorlogen en de vluchtelingenstromen zullen op een dag ook weer stoppen. Maar de migratie uit Afrika zal blijven. Dit is niet alleen het armste continent maar ook het jongste continent. In 2050 zal de helft van de wereldbevolking onder de achttien een Afrikaan zijn. Overal waar ik kom: jeugd. Jeugdige mannen, jonge vrouwen. Steeds beter opgeleid. Steeds beter uitgerust, met mobiele telefoons vol beelden uit het eldorado. Een utopia vol misverstanden.

Gedekte tafel

Het beeld dat het beste de misverstanden tussen de twee continenten weergeeft komt niet uit Afrika, maar uit Berlijn. In oktober kreeg bondskanselier Angela Merkel de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari op bezoek. Een onbekende fotograaf legde vast hoe het diner eruit zag. Rechts aan een keurig gedekte tafel zaten Merkel en haar ministers. Ze bladerden druk door hun stapels met papieren. Afspraken, wetten, ‘memorandums of understanding’, zoals diplomaten dat graag noemen.

Hier zaten de beleidsmakers die geloofden in de maakbaarheid van de samenleving. Wir schaffen das. Zo opereert het deel van de wereld waarin ik geboren ben. Crises bezweren we met regels en papieren. Als er in Nederland een ramp gebeurt – Volendam, Enschede, Schipholbrand – volgt onherroepelijk een onderzoekscommissie.

Na maanden concludeert het onderzoeksrapport altijd, zonder uitzondering, dat de ramp was gebeurd omdat iemand de regels niet had gevolgd. De aanbeveling van zo’n commissie is altijd, zonder uitzondering: meer regels.

Aan de linkerkant van de tafel zaten de Nigeriaanse president en zijn ministers. Geen van hen had papieren bij zich. Geen van hen had een blocnote of zelfs maar een stuk papier om aantekeningen te maken. Zij kwamen uit het werelddeel waar ik nu ruim vijftien jaar werk en woon. Geloof verschilt per land, zelfs per dorp.

Maar de overtuiging dat de mens geen invloed heeft op geluk of rampspoed, wint het vaak van geloof in regels die het ongeluk zouden moeten beteugelen. De staat en zijn wetten zijn een rookgordijn. Geen buffers tegen pech. De staat als instrument voor de roversklasse.

Foto's Reuters/Joe Penney

Foto’s Reuters/Joe Penney

Onbetaalde arbeid

Het Nigeria van president Buhari is een land waar eind vijftiende eeuw de eerste Portugezen arriveerden met als voornaamste doel: roven, gratis rijk worden. Behalve goud en ivoor haalden de Portugezen uit West-Afrika vooral onbetaalde arbeid, slaven. De Hollanders lieten niet lang op zich wachten. In 1617 veroverde Neêrlands zeeheld Michiel de Ruyter het eiland Goréé, voor de kust van Senegal. Genoemd naar Goeree (naast Overflakkee in de Zeeuwse delta). Vanaf Goréé verscheepten de Hollandse kolonisten hun gratis personeel naar de suikerplantages in de koloniën. Daarna kwamen de Fransen en de Britten naar West-Afrika.

In drie eeuwen tijd werden vele miljoenen slaven – met hulp van lokale chiefs – verscheept.

Benin City in het huidige Nigeria was een van de steden die door de slavenhandel floreerde. Het was ook de stad waar moeder Joy Edobor in 2005 werd geronseld voor de prostitutie in Nederland. Ze durft met haar vier dochters niet terug te keren naar haar familie in Benin City omdat ze nog steeds een schuld heeft uitstaan van 45.000 euro bij haar handelaren. Moderne slavernij.

Het Nigeria van Muhammadu Buhari zit op de grootste olievoorraad van Afrika, maar is niet in staat om elektriciteit of stromend water te leveren aan de huishoudens. Wel de rekening. Nigeria is een van de vijf Afrikaanse landen die van de Europese Unie miljoenen euro’s kunnen ontvangen. In ruil daarvoor wil Angela Merkel dat Nigeria de meeste van de tienduizend Nigerianen in Duitsland terugneemt. Andere Europese landen, waaronder Nederland, willen hetzelfde.

Op de cargoterminal van het vliegveld in Lagos zag ik in juni een gloednieuwe hangar staan, met achter de glazen deur keurig geverfde stoelen en balies. Gefinancierd door de ambassade van het Verenigd Koninkrijk. De Britten willen de komende tijd tenminste 30.000 Nigerianen terugsturen. Toen ik de woordvoerder van het vliegveld vroeg waarom gedeporteerde Nigerianen aankomen op de cargo-terminal en niet op de passagiersterminal, zoals andere reizigers moest hij even nadenken. „Omdat ze soms lawaai maken.” Na een korte stilte zei hij: „Omdat ze niet voor hun ticket hebben betaald.” Even glinsterden zijn ogen van trots over de rapheid waarmee hij antwoord had gevonden.

Foto's Reuters/Joe Penney

Foto’s Reuters/Joe Penney

Hulp jaagt migratie aan

De deal tussen Afrika en Europa over het terugnemen van migranten berust op een belangrijk misverstand. Ontwikkelingshulp stopt migratie niet. Onderzoek van de Amerikaanse ontwikkelingsexpert Michael Clemens laat juist zien dat migratie toeneemt als welvaart toeneemt. Het zijn altijd de rijken die het eerst uit de dorpen vertrekken. Ontwikkelingshulp jaagt migratie aan.

In het oosten van Senegal zag ik voor ieder dorp een woud aan borden van ontwikkelingsprojecten gefinancierd door Europese donoren, van Nederland tot Italië en Luxemburg. Al decennia wordt hier geprobeerd de dorpelingen thuis te houden. Senegal is een donor darling. Senegal is al ruim een halve eeuw een democratie, kent geen oorlogen, geen staatsgrepen en geen noemenswaardige natuurrampen. Toch is het aandeel Senegalezen onder de honderdduizenden migranten die dit jaar Italië bereikten hoog. Vertrekken is niet een beetje doodgaan, corrigeren Senegalezen graag de beroemde uitspraak van de Franse dichter Edmond Haraucourt. Vertrekken is leven.

Dit is niet het tijdperk van migratie. Ook al doen apocalyptische krantenkoppen met ‘vluchtelingencrisis’, ‘migratiestroom’, ‘recordaantallen’ anders geloven. Volgens cijfers van UNHCR is slechts 1 procent van de wereldbevolking op de vlucht. 3,3 procent van de wereldbevolking woont in een land dat niet het zijne is. De thuisblijvers zijn ver, ver, in de meerderheid.

vluchtelngen

Onze sterkste armen

In het dorp Maka-Kolibantang in het oosten van Senegal sprak ik lang met de burgemeester, Khouraichi Thiam. Hij was somber. Velen uit zijn dorp zijn dit en vorig jaar verdronken tijdens de oversteek over de Middellandse Zee. Op 18 april 2015 verdwenen op een dag zelfs dertien jonge mannen in de golven voor de kust van Libië. „Dat waren onze sterkste armen”, zei de burgemeester.

Toen ik hem vroeg wat de migratie zal stoppen, nu Europa de migranten niet wil, corrigeerde hij me: „Europa wil niet méér. Maar ze hebben lang van ons gebruik gemaakt.”

Hij noemde de slavernij. Toen die werd afgeschaft, volgden de grote Europese oorlogen waarin de Senegalezen werden gemobiliseerd door de koloniale machthebber. Les tireurs Sénégalais heetten ze, deze Afrikaanse schutters. „En daarna wilde Frankrijk ons terug hebben, om in hun fabrieken te werken.” Met andere woorden: dit dorp zat het vertrek in de genen.

Ons debat over migratie gaat vooral over ons: ónze angsten, ónze tranen

Het hele economische systeem draaide op migratie, er was na zoveel eeuwen geen enkele impuls om dat systeem te veranderen. Jonge mannen kunnen in deze polygame samenleving pas trouwen als ze zijn weggeweest. Alleen de verliezers blijven thuis.

Maka-Kolibantang deed me aan een ander dorp denken, aan de andere kant van de grens in Mali. In Diongaga had ik jaren geleden al hetzelfde gezien. Vrouwen droegen boodschappentassen uit Parijs. Mannen wachten op hun rieten matten op de envelop uit Frankrijk. Daar bleek dat één bevolkingsgroep zeer bedreven was in het migreren, de Soninke. Anderen juist niet. Zij hadden geen familie in Frankrijk, geen bestemming en bleven achter op het verschroeiend hete land. De Soninke waren de uitverkorenen van de Franse kolonialen die het pad naar Parijs in de afgelopen eeuw voor ze hadden geplaveid. West-Afrikanen migreren niet omdat ze niet anders kunnen. Maar omdat ze kunnen.

De VPRO zendt de komende 4 zondagen de reisserie De Trek uit waarin Bram Vermeulen 4 hoofdrolspelers in het debat over migratie portretteert. Kijk hier de eerste aflevering terug.

 

Foto's Reuters/Joe Penney

Foto’s Reuters/Joe Penney