Turkije luistert niet meer naar het Westen

Arrestaties Koerden De westerse veroordeling van de arrestatie van Koerdische politici heeft in Turkije weinig invloed. Het Westen wordt steeds meer als een vijand beschouwd in plaats van als een bondgenoot.

©

De arrestatie van Koerdische oppositiepolitici in Turkije is in het Westen hard veroordeeld. De keiharde aanpak van activistische Koerden door de Turkse regering roept „vragen op over de basis voor een duurzame relatie tussen Turkije en de EU”, zei de voorzitter van het Europees Parlement vrijdag dreigend. Aanleiding was de arrestatie donderdagnacht van de voltallige top van politieke partij HDP, die voortkomt uit de Koerdische beweging.

Naar dit soort westerse kritiek wordt in Turkije nog amper geluisterd. De binnenlandse agenda weegt zwaarder. En het Westen wordt steeds vaker als vijand, dan als bondgenoot beschouwd.

De reactie van de minister van Buitenlandse Zaken, Mevlut Cavusoglu, op de kritiek was tekenend. Hij beschuldigde EU-lidstaten er live op tv van dat ze de Koerdische guerrillabeweging PKK ondersteunen, die in Turkije terreuraanslagen pleegt. Dat zouden EU-landen onder meer doen door PKK-ers niet aan Turkije uit te leveren en ze in staat te stellen fondsen in te zamelen voor de strijd in Turkije. „De meeste EU-landen geven erg sterke steun aan de PKK. We accepteren niet dat ze ons de les lezen over de rechtstaat”, zei Cavusoglu.

Socioloog Mesut Yegen van de Sehir Universiteit in Istanbul ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. Hij heeft zich gespecialiseerd in onderzoek naar Koerden. „Anti-westerse gevoelens zijn hier altijd sterk geweest”, zegt hij. „Die zijn nu meer en meer vermengd geraakt met het Koerdische vraagstuk.” Onder grote delen van de Turkse bevolking leeft volgens Yegen het idee dat er een Koerdische staat ontstaat, gesteund door het Westen. „Sinds de mislukte coup van 15 juli en de gebrekkige reactie van de VS en EU daarop is die stemming alleen maar versterkt.”

Hij voorspelt dat de druk op de Koerdische politieke beweging in Turkije de komende tijd verder toeneemt. Dat komt zowel door de Turkse binnenlandse agenda als door de ontwikkelingen in Irak en Syrië. „De Koerdische beweging in Turkije wordt erdoor gegijzeld.”

Koerdische minderheden hebben in beide buurlanden met succes een eigen regio bevochten en internationale erkenning gekregen door de strijd tegen Islamitische Staat. Dat heeft de positie van de PKK verstevigd, ook al staat die zowel in Europa als de VS op de lijst van terreurorganisaties.

De Turkse regering en het leger willen niet met de Koerden in Turkije onderhandelen over meer rechten zolang de PKK in de regio zo sterk staat. Vooral om die reden is het Turkse leger tegenwoordig in zowel Syrië als Irak actief. Pas als er een soort overeenkomst is tussen Turkije en de PKK in Syrië en Irak zal de druk op Koerdische politici in Turkije verminderen, voorspelt Yegen.

Intussen profiteert president Erdogan van de harde militaire aanpak. Het helpt hem om nieuwe allianties te smeden met nationalisten en mensen die zich met het veiligheidsapparaat identificeren, zoals een deel van de seculiere elite. „Het brengt Erdogans droom van de invoering van een presidentieel systeem dichterbij”, zegt Yegen.

Erdogan wil zo snel mogelijk de grondwet wijzigen en een ingrijpende systeemwijziging doorvoeren. Daarin vervalt de rol van premier en krijgt de president veel meer macht, vergelijkbaar met Frankrijk en de Verenigde Staten. De Koerdische politieke beweging verzet zich daar fel tegen. Maar met steun van de nationalistische partij MHP kan de regering er toch een referendum over organiseren.

De kans dat Erdogan dat referendum wint is gegroeid sinds de mislukte staatsgreep op 15 juli. Met name nationalisten en conservatieven zijn ervan overtuigd dat het land een crisis doormaakt en dat een harde hand nodig is om daar uit te komen, legt Yegen uit.

Traditioneel vormde het Turkse leger een sterk pro-westers tegenwicht. Maar dat is volgens Yegen steeds minder het geval. De huidige generatie officieren is gevormd door de gewapende strijd tegen de PKK, die in de jaren tachtig begon. Ze zijn bovendien teleurgesteld in hoe de VS zijn opgetreden in het Midden-Oosten, onder meer met de inval in Irak in 2003. „Inmiddels kan ik niet meer zeggen dat wij nog een leger hebben met een vaste pro-westerse koers”.

Yegen vreest de reactie van de PKK op de arrestaties van Koerdische politici. Als de PKK reageert met een nieuwe golf aanslagen zal dat de nationalisten in Turkije alleen maar voeden.