Cultuur

Interview

Interview

Foto Olaf Kraak

Slalommend kind van de skihal

Snowboarden

Michelle Dekker, de opvolgster van Nicolien Sauerbreij, verliest haar trainer, terwijl ze zich in aanloop naar de Olympische Winterspelen in Pyeongchang moet toeleggen op de reuzenslalom, allerminst haar specialisme.

Dacht Michelle Dekker haar portie ellende wel te hebben gehad, meldt Pepijn van Schijndel een paar weken terug, kort voor het begin van een nieuw winterseizoen, dat hij stopt als haar trainer. De snowboardster was stupéfait, maar ook weer niet uit het lood geslagen. Bij haar overheerst realisme: „Deze tegenslag kon er ook nog wel bij. Ik ben niet zo snel te breken, hoor.”

Michelle Dekker doet ook nuchter haar verhaal. Voor emotie is nauwelijks ruimte, dat helpt haar niet verder, redeneert de 20-jarige wintersportster uit Zoetermeer, die de afgelopen maanden ook nog heeft moeten revalideren van een zware enkelblessure, een gebroken teen en de ziekte van Pfeiffer. Alsof het niets is.

Chocolademelk, dat dan weer wel

De snowboardster is aangeschoven op het terras voor de indoorskihal SnowWorld in Landgraaf, waar de eerste wedstrijd van het seizoen wordt gehouden. Het behaaglijke najaarszonnetje en het zachte weer staan in schril contrast met wintersportactiviteiten, maar hebben Dekker na haar training naar buiten gelokt. Om een mok chocolademelk te drinken, dat dan weer wel.

In Landgraaf gaat de zon ook in figuurlijke zin schijnen voor Dekker. Ze wint één van de twee Europa-Cupwedstrijd slalom – in de ander wordt ze tiende –en besluit twee dagen indoorskiën in Limburg met een goed gevoel. Ze kan het nog, de techniek zit er nog steeds ingesleten. Dekker is het snowboarden niet verleerd, na maanden van inactiviteit.

Ze had er tegenop gezien, die eerste wedstrijd. Dekker wist niet precies waar ze nog staat. Aan de top dus, ook al geeft een indoorwedstrijd ietwat een vertekend beeld. Dekker is grootgebracht in een indoorhal en die overdekte wedstrijden zijn sterk in haar voordeel. Maar dan nog, een internationale wedstrijd win je niet zo maar.

Dekker is buitengewoon talentvol, in die zin is haar zege geen verrassing. Maar de vele tegenslagen hadden haar een tikje wankelmoedig gemaakt. Vooral de sportieve scheiding met Van Schijndel, die haar als trainer in vijf jaar mede heeft grootgemaakt, vroeg enige verwerking. Nee, ze had het niet zien aankomen, geen signaal ontvangen, niets. Dekker: „We hadden wel eens meningsverschillen, maar nooit heftige ruzies. Pepijn vindt dat ik nieuwe impulsen nodig heb, dat een andere visie mij beter op weg kan helpen naar de Olympische Winterspelen in Pyeongchang. Welke impulsen hij bedoelt? Geen idee, hij heeft het me niet uitgelegd.”

Van Schijndel wil het desgevraagd niet toelichten. Hij spreekt van „een proces dat tot zijn besluit heeft geleid”. Geen impulsieve actie dus, integendeel. En van ruzie met Dekker was al helemaal geen sprake. Meer wil hij niet kwijt. De diepere reden van de breuk houdt Van Schijndel voor zichzelf. Hij zegt nog wel trots te zijn op Dekkers overwinning in Landgraaf. „Ze skiede een superwedstrijd”, was Van Schijndel vol lof.

Aardige en inlevende woorden, maar Dekker schiet er niets mee op. Zij zit zonder trainer. En vind maar eens een opvolger in een land waar snowoardcoaches net zo zeldzaam zijn als pinguïns in de woestijn. Dekker en de Nederlandse skivereniging gaan op zoek naar een buitenlands privéteam waarbij de snowboardster zich kan aansluiten. Tot die tijd wordt ze bijgestaan door haar broer, ook een wedstrijdsnowboarder, en haar vader, Dekkers vaste waxman. Over het vinden van een nieuwe trainer is ze optimistisch. „Het komt goed”, zegt de snowboardster, sinds het vertrek van Bell Berghuis en olympisch kampioene Nicolien Sauerbreij de enige Nederlandse snowboardster van internationaal niveau, vastberaden.

Zware olympische voorbereiding

Het zal moeten goedkomen, want Dekker staat voor een zware olympische voorbereiding, omdat niet de slalom, maar de reuzenslalom in Pyeongchang op het programma staat. Een tegenslag voor de wintersportster, die op de Spelen van Sotsji met zeventien jaar het jongste lid van de Nederlandse ploeg was. Maar daar kon ze nog uitkomen op de slalom, haar specialisme. Voor de volgende Spelen is dat programma-onderdeel geschrapt.

Dekker is als kind van de indoorhal – „ik woon in Zoetermeer naast de baan” – grootgebracht met het korte werk op de slalom. De reuzenslalom leer je op de pistes buiten. Slalom of reuzenslalom, wat is het verschil? Alles, legt Dekker uit, de afstand tussen de poortjes, de timing en de beweging. En essentieel: op de reuzenslalom gebruik je een langere board. Dat vereist aanpassingen, waarvoor Dekker de zestien maanden die nog resteren tot de Spelen volop zal moeten gebruiken.