Molukse familieleden eisen vergoeding

Treinkaping

De moeder van de Molukse treinkaper Max Papilaja eist 20.000 euro. De broers van Hansina Uktolseja, de andere doodgeschoten treinkaper, 17.500 euro. Dat bleek vrijdag bij de rechtszaak van nabestaanden tegen de staat. Deze moet zich verantwoorden voor de dood van de twee. De nabestaanden van de twee doodgeschoten Molukse kapers van de trein bij De Punt in 1977 willen vooral weten wat precies gebeurd is, toen mariniers de trein bestormden. Daarnaast willen ze schadeloosstelling. Beide kapers droegen een deel van hun salaris af aan het gezin.

De trein Assen-Groningen werd in 1977 gekaapt door een groep Molukkers, die een onafhankelijke Molukse staat wilden. De reizigers werden bijna drie weken vastgehouden. Bij de bevrijdingsactie kwamen zes daders en twee gijzelaars om het leven.

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld zijn twee kapers in de trein van dichtbij doodgeschoten. Dit terwijl ze door hevige beschietingen van buiten de trein al waren uitgeschakeld en volgens Zegveld geen bedreiging meer vormden. Ze vindt dat de mariniers de twee daarom hadden moeten arresteren. Volgens autopsierapporten , die pas in 2013 openbaar werden gemaakt door journalist Jan Beckers en kaper Junus Ririmasse, zijn dodelijke schoten van dichtbij afgevuurd. Dat wordt volgens Zegveld ondersteund door een ‘geheim’ document uit de Britse archieven, waarin sprake is van „een onbekende hoge functionaris” die over een instructie om op de benen te schieten zou hebben gezegd: „Onthoud dat hun benen tot hun hals lopen”. De rechter zal eerst moeten oordelen of de zaak niet verjaard is.