Interview

‘Mannen die vaker nee zeggen: een zegen’

Ingrid van Engelshoven, de nieuwe locoburgemeester van Den Haag én de hoogste nieuwe D66’er, laat zich zien als vrouw en moeder.

De Haagse locoburgemeester Foto Roger Cremers

Moeders op het schoolplein hebben de Haagse wethouder en locoburgemeester Ingrid van Engelshoven (50) weleens schuin aangekeken. „Wat sneu voor dat kind, een moeder die zóveel werkt”, hoorde ze dan fluisteren. Van Engelshoven rolt met haar ogen als ze de anekdote vertelt: „Vrouwen die denken dat een hardwerkende moeder ook meteen een slechte moeder is. Dat is de omgekeerde wereld.”

Maandag publiceert D66 de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart volgend jaar. Van Engelshoven is de hoogste nieuwkomer. Binnen de partij is ze bekend: ze was jarenlang partijvoorzitter en is al lid sinds de jaren tachtig. Van Engelshoven krijgt een plek in de top-5, hoewel de partij nog niet wil zeggen welke positie precies. Hoger in ieder geval dan Jan Paternotte, de Amsterdamse D66-fractieleider die zijn komst naar Den Haag groots aankondigde – en wordt genoemd als opvolger van fractieleider Alexander Pechtold.

Van Engelshoven presenteert zich als vrouw en als moeder, heel nadrukkelijk. De politiek, zegt zij, heeft meer vrouwen nodig. Ze hebben „minder de neiging tot een wedstrijd verplassen” dan mannen. Het zou „een zegen” zijn als „meer mannen ‘nee’ zouden zeggen, en meer vrouwen ‘ja’” tegen prominente functies in de politiek.

Steken vrouwen hun hand onvoldoende op?

„Inderdaad. Het gaat in Nederland niet goed met de positie van vrouwen. Dit jaar hingen we op de ranglijst voor economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen onder landen als Burundi en Namibië. Geen landen waar we gewoonlijk een voorbeeld aan nemen. Ik leg de verantwoordelijkheid ook bij vrouwen zelf. Niks ten nadele van vrouwen zonder baan, maar we moeten erkennen dat armoede in Nederland voor een groot deel een vrouwenprobleem is. In Den Haag leeft 20 procent van de kinderen in armoede. Een groot deel van die groep groeit op in een eenoudergezin. Dat zijn voor een deel gescheiden moeders die het niet lukt economisch zelfstandig te zijn.”

Binnen D66 zijn er al veel vrouwen die zich op dit onderwerp profileren. Senator Petra Stienen won dit jaar de Aletta Jacobsprijs, Tweede Kamerlid Stientje van Veldhoven kwam met een Actieplan Vrouwenrechten.

„Ik kan er nog een extra geluid aan toevoegen. Ik heb ervaring in de stad, heb migrantenvrouwen in de ogen gekeken, en gezien hoe ongelijkheid binnen gezinnen eruit ziet. Ik ben me heel goed bewust van de problemen waar vrouwen tegenaan lopen.”

Zijn de vrouwen in uw partij zich daar onvoldoende van bewust?

„Het moet nog krachtiger. Er moeten meer vrouwelijke bestuurders en meer vrouwelijke wethouders komen. We gaan bij mijn partij uit van gelijke kansen, maar dat is nog niet overal het geval. Vorig jaar kreeg ik de eerste Els Borst-inspiratieprijs binnen mijn partij. Mensen hebben gezien dat ik keuzes heb gemaakt die me niet altijd goed uitkwamen. Toen ik in 2007 partijvoorzitter werd had ik een volle baan en een gezin. De partij stond toen ongeveer op nul zetels, dus het was geen makkelijke klus. Juist toen wilde ik geen ‘nee’ zeggen.”

Hoe gaat u in de Kamer het vrouwenstandpunt verdedigen?

„Ik wil naast vrouwen gaan staan die het moeilijk hebben. Hun positie versterken, hen rugwind geven. Maar het gaat niet alleen over concrete maatregelen, wetsvoorstellen of initiatieven, maar ook om mentaliteit: vrouwen moeten niet altijd ‘nee’ zeggen.”

Als locoburgemeester ging niet één van uw toespraken over gelijke rechten voor vrouwen.

„Ja, dat klopt. U heeft dat in speeches niet kunnen terugvinden, maar ik heb het wel laten zien in mijn beleid.”

Op welke manier?

„In Den Haag hebben we veel geïnvesteerd in extra leertijd voor meisjes die minder makkelijk toegang krijgen tot het hoger onderwijs. We hebben geld uitgetrokken voor ouderbetrokkenheid van moeders en taalonderwijs voor vrouwen. Dat helpt, ook al sta ik dan zelf een beetje in de schaduw.”