Macht gemeenten ondermijnt jeugdzorg

Decentralisatie

Gemeenten bemoeien zich inhoudelijk met specialistische zorg. Veel behandelaars verzwijgen kritiek uit angst geld mis te lopen.

Gemeentes gaan steeds meer op de stoel van jeugdpsychiaters zitten. Foto ANP.

Gemeenten bemoeien zich inhoudelijk met de behandeling van kinderen, soms tegen het belang van het kind en de wil van gekwalificeerde jeugdpsychiaters en -psychologen in.

Dat zeggen jeugdpsychiaters en -psychologen en hun beroepsverenigingen tegen NRC. „Dit is zeer ongewenst. Kinderen en hun ouders worden gedupeerd”, zegt een woordvoerder van de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten.

Verergerde klachten

Gemeenten vragen de jeugdpsychiater bijvoorbeeld of de behandeling van een kind na twaalf sessies écht niet klaar is, of ze laten niet-medici te lang zelf proberen psychisch zieke kinderen te helpen, met als gevolg dat een stijgend aantal kinderen met spoed en verergerde klachten in de specialistische zorg belandt.

Sinds de overheveling van de jeugdzorg op 1 januari 2015 hebben gemeenten grote macht over de sector. Zij bepalen hoeveel van welke zorg wordt ingekocht – en bij wie. Ook hebben gemeenten beslismacht over het al dan niet doorverwijzen van kinderen naar de duurdere, specialistische zorg. Daarbij hebben ze de wettelijke opdracht gekregen te besparen op die specialistische zorg, wat het kabinet heeft bekrachtigd met een forse bezuiniging op het jeugdzorgbudget.

Het gevolg is een systeem dat zuinig inkopen van specialistische zorg, zuinig doorverwijzen en oneigenlijke, inhoudelijke bemoeienis in de hand werkt. Sommige gemeenten verklaren bijvoorbeeld dat het geld voor jeugdpsychiatrie op is, om vervolgens extra geld in het vooruitzicht te stellen op voorwaarde van inspraak bij de intake van nieuwe, zieke kinderen. „Het systeem klopt niet”, zegt jeugdpsychiater Ronny Tanpaap. „De gemeente heeft twee petten op. Schatkistbewaker én doorverwijzer.” Jeugdpsychiater René Zijlstra: „Dit is ongekend. Er ligt veel meer macht bij de beheerder van de portemonnee dan voorheen.”

Geldmonopolie

Het geldmonopolie ontmoedigt behandelaars en instellingen om de gemeente te bekritiseren. Ze willen niet als lastpak te boek staan, dat verkleint wellicht hun kans op een nieuw inkoopcontract. Jeugdpsychiater Hilmar Backer: „Als een gemeente een overduidelijk te lage vergoeding aanbiedt voor een behandeling, dan zegt de jeugd-ggz-instelling al gauw: laten we toch maar ‘ja’ zeggen, want anders grijpen we helemaal mis.”

Een jeugdpsycholoog uit het zuidwesten van het land: „In mijn somberste buien denk ik dat we zonder moedwil in een soort Oostblokdemocratie terecht zijn gekomen. We hebben te maken met een monopolist, de vrije markt functioneert niet meer, en er is een overmaat aan beheersdrang.” Hij wil zijn naam niet noemen, en die van zijn gemeente evenmin. „Ik ben hier de enige ggz-specialist. Ook als ik alleen mijn gemeentenaam noem, word ik direct herkend. Mijn positie is kwetsbaar.”

Staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) beschouwt „zoveel mogelijk samenwerken” tussen gemeenten en specialisten als „essentieel”. „In plaats van dat men met de rug naar elkaar staat onder het motto: ‘bemoei je niet met mij’.”