Recensie

Lang Lang overtuigt niet met pianistisch vuurwerk en storende overgangen

Een maand geleden plaatste het Liszt Concours een interessant filmpje op YouTube. Daarin behandelde de Australische pianist Leslie Howard Liszts Sonate in b-klein. Howard, die al Liszts werk voor piano solo opnam, merkte op hoe sommige uitvoeringstradities ingesleten zijn geraakt doordat pianisten niet de partituur, maar elkaar naspelen. Zelfs het belangrijkste motiefje werd niet met de juiste articulatie gespeeld, vond Howard.

Zou Lang Lang, de sympathieke 34-jarige superster met zijn sponsorcontracten die in zijn geboorteland China voor een pianohype zorgde, het filmpje hebben gezien?

Donderdagavond speelde hij de sonate in het Amsterdamse Concertgebouw. Dat hij de partituur niet op z’n Howards naar de letter volgde, verbaasde niet. Maar de ingesleten uitvoeringstradities hoorde je bij Lang Lang ook niet of nauwelijks. Hij vertelde in de uitverkochte Grote Zaal een volstrekt eigen verhaal. Verdedigbaar: Liszt ging zelf ook vrij met zijn noten om. Alleen was wat Lang Lang ervan maakte niet zo overtuigend.

De openingsmaten werden wat afgemeten neergezet, maar al snel volgde pianistisch vuurwerk, met storend vluchtige overgangen. Het werd een onrustige uitvoering met vooral weinig onderscheid tussen hoofd- en bijzaken, al viel er zeker ook veel te genieten. In de Ballade van Claude Debussy die hij voor de sonate uitvoerde, had hij al laten horen hoe mooi vloeiend en fluwelig hij kan spelen. Alleen al een gebroken drieklank kan bij Lang Lang etherisch worden.

Het beste deel kwam na de pauze, waarin hij liet horen hoe goed de postuum uitgebreide Suite española van Isaac Albéniz eigenlijk is – de suite werd meer dan voorbeeldige salonmuziek.