Zo helpt Duitsland vluchtelingen aan een baan

Arbeidsmarkt

Duitsland hoopte dat onder de vele vluchtelingen ook veel vakmensen zouden zijn. Dat viel zwaar tegen. Nu is het bedrijven makkelijker gemaakt om vluchtelingen op te leiden en aan te stellen. „We hebben mensen uit landen die met elkaar in oorlog zijn, maar bij ons speelt dat geen rol.”

Foto Jens-Ulrich Koch/dpa

Even had het Duitse bedrijfsleven het idee dat de enorme toestroom van vluchtelingen een oplossing zou bieden voor het grote gebrek aan geschoolde vakmensen. Maar dat bleek al snel tegen te vallen. Van de bijna 900.000 asielzoekers die in 2015 naar Duitsland kwamen, zijn de meesten nauwelijks of laag geschoold. Het blijkt aanzienlijk moeilijker dan gedacht om hen aan werk te helpen, ook voor laaggeschoold werk is dat niet makkelijk.

Een jaar geleden zei topman Dieter Zetsche van autoconcern Daimler dat de duizenden mensen die dagelijks de grens over kwamen „in het beste geval het fundament zouden kunnen leggen voor het volgende Duitse Wirtschaftswunder, net zoals de miljoenen gastarbeiders in de jaren vijftig en zestig bijdroegen aan het ‘economische wonder’ van de naoorlogse Bondsrepubliek. Werkgeversvoorman Ingo Kramer viel Zetsche bij, en zei dat de Duitse ondernemingen hun uiterste best zouden doen om werk voor de vluchtelingen te vinden.

Maar deze zomer moest Duitsland vaststellen dat de dertig grootste beursgenoteerde bedrijven niet meer dan 54 vluchtelingen werk hadden weten te bezorgen. Negen van hen werkten bij Daimler. Bondskanselier Merkel nodigde de topondernemers in september uit om te bespreken hoe het bedrijfsleven de vluchtelingen sneller aan banen kan helpen. Want voor Duitsland, en ook voor de politieke toekomst van Merkel staat veel op het spel. Zonder werk zal de integratie van de nieuwkomers moeilijk worden.

78 verschillende nationaliteiten

Bij All Service in Frankfurt – beveiliging, tuinonderhoud en schoonmaak van bedrijfsgebouwen – zijn ze altijd op zoek naar personeel. En dus zag ook dit bedrijf in de komst van de vluchtelingen een kans.

Ervaring met werknemers uit verre landen hadden ze bij All Service al. „Hier werken mensen van 78 verschillende nationaliteiten”, zegt directeur-aandeelhouder Oliver Munzel van het bedrijf, dat een omzet heeft van zo’n 60 miljoen euro en verspreid over Duitsland zo’n 3.300 mensen in dienst heeft. Ongeveer de helft van hen heeft buitenlandse wortels. „We hebben mensen uit landen die met elkaar in oorlog zijn, maar bij ons speelt dat geen rol.” Op alle bedrijfsauto’s van All Service zit aan de achterkant een sticker in de kleuren van de Duitse vlag, met de tekst: ‘Integratie is voor ons geen vreemd woord’.

„Maar integratie kan je niet alléén doen, en ook niet van bovenaf verordonneren”, zegt Munzel in het hoofdkantoor van All Service in Frankfurt.

„Dus toen ik in de krant las over een initiatief van bedrijven om vluchtelingen aan een baan te helpen, heb ik eerst gevraagd hoe ons management erover dacht. Als zij het niet zagen zitten, waren we er niet aan begonnen.”

Het initiatief waarover Munzel had gelezen heet Wir zusammen (Wij samen), een los netwerk waarin ruim 120 ondernemingen, aangespoord door de politiek, met elkaar afspreken een bepaald aantal vluchtelingen aan te stellen of uitzicht op werk te bieden. Grote bedrijven als Volkswagen, Adidas en Deutsche Telekom doen mee, maar waarom niet ook een middelgroot familiebedrijf als All Service, dacht Munzel. En dus zoekt hij nu niet alleen bij het arbeidsbureau naar medewerkers, maar ook bij asielzoekerscentra.

Niets doen, wachten

De 19-jarige Ahmadi Shah Khan uit Afghanistan, zat in een asielzoekerscentrum in Dresden, aan de andere kant van het land. In Kandahar had hij mobiele telefoons verkocht. Hij ontvluchtte zijn vaderland voor het aanhoudende geweld. Na een gevaarlijke tocht, die hem door 14 landen voerde, kwam hij een jaar geleden in Duitsland aan, vertelt hij in een combinatie van gebroken Engels en een beetje Duits. „Je weet van tevoren dat zo’n tocht riskant is. Maar pas als je de dood in de ogen ziet, zoals ik meemaakte op zee tussen Turkije en Griekenland, besef je hoe riskant het eigenlijk echt is.”

Het leven in het asielzoekerscentrum beviel hem niet: het nietsdoen, het wachten, de gedeprimeerde stemming bij andere asielzoekers die elkaar de put in praten. Hij vond een baantje als keukenhulp in een restaurant van de keten Vapiano. Maar hij wilde meer, hij wilde iets leren en zich ontwikkelen.

„Dat is precies het soort mensen dat wij zoeken”, zegt Yusaf Shah (geen familie), kwaliteitsmanager van All Service, wiens vader uit Pakistan naar Duitsland kwam. Yusaf Shah heeft een groot netwerk, en via zijn moskee in Frankfurt kwam hij in contact met de jonge Ahmadi Shah Khan in Dresden.

Ze hadden een kennismakingsgesprek en sinds 1 september is de voormalige telefoonverkoper bij All Service een zogeheten ‘Azubi’ – een Auszubildende, wat in het Duitse duale opleidingssysteem betekent dat hij drie dagen per week bedrijfskeukens schoonmaakt en twee dagen naar school gaat. Werk en opleiding tegelijk, zoals in het Duitse beroepsonderwijs gebruikelijk is.

„De meeste vluchtelingen willen niet naar school, maar meteen fulltime geld verdienen”, zegt Ahmadi Khan. Vaak moeten ze hoge schulden afbetalen die ze gemaakt hebben om hun lange reis te financieren, legt hij uit. Of ze moeten achtergebleven familieleden ondersteunen.

Maar juist met een opleiding en diploma vergroot je in Duitsland je kans op succes op de arbeidsmarkt en zo ook op integratie. De taal leren speelt daarbij eveneens een belangrijke rol, ook in de schoonmaaksector, zegt directeur Munzel. „Al is het maar uit veiligheidsoverwegingen. Wij zorgen ervoor dat bij een schoonmaakploeg altijd iemand is die kan tolken, maar directe communicatie is natuurlijk beter. Al moet ik toegeven dat we ook mensen hebben die al dertig jaar bij ons werken en nog steeds gebroken Duits spreken – en die toch ook hele goede werknemers zijn.”

Mentoren

Net als andere bedrijven van het netwerk Wir Zusammen heeft All Service mentoren aangesteld om de vluchtelingen te begeleiden. Het bedrijf heeft 24 vluchtelingen in dienst, 13 stagiaires (die één tot drie maanden kunnen kijken of deze sector iets voor hen is) en tot nu toe maar één Azubi. Binnen twee jaar moeten dat er zestien zijn, heeft All Service beloofd bij het toetreden tot Wir Zusammen.

De mentoren begeleiden de vluchtelingen niet alleen op het werk en zonodig bij hun studie. Hun rol strekt zich ook uit tot de vrije tijd van de nieuwkomers. Dat is voor een groot deel vrijwilligerswerk. Ze gaan met hen voetballen, nemen hen mee de stad in, leggen uit hoe je je gedraagt in een zwembad, en dat de mensen het hier gek vinden, of schrikken, als je in een winkel opeens heel hard in je telefoon begint te praten, vertelt Yusaf Shah, die mentor is van Ahmadi Khan. „Het zijn veelal jonge mannen, die hier helemaal alleen zijn. Als ze al gezinnen hebben, kost het doorgaans veel tijd om die ook hierheen te krijgen.”

Directeur Munzel vindt dat de Duitse regering aanvankelijk flinke steken heeft laten vallen bij de massale toestroom van vluchtelingen.

„Vooral dat er geen goede registratie was van de mensen die het land binnenkwamen was een fout. Maar sindsdien is er veel gebeurd en heeft de regering zich aardig hersteld. Allerlei regels zijn versoepeld, wat het makkelijker maakt om vluchtelingen aan te stellen, zelfs als ze eigenlijk in een ander deel van het land zijn opgevangen. Ook kunnen bedrijven hen nu langer in dienst houden.”

Als bedrijf moet je je hoe dan ook aanpassen, zegt Munzel. „Je moet zorgen voor een grote mate van verbondenheid, om mensen met zulke verschillende achtergronden en ervaringen bij elkaar te houden. Daarom zijn sport en spel na het werk ook zo belangrijk. En als iemand tijdens de ramadan wil vasten, dan moet je helpen dat mogelijk te maken. Als onderneming moet je het zo plooien dat dat kan, het is zinloos je daartegen te verzetten.”

Dat een vluchteling op zijn beurt de specifieke Duitse omgangsvormen en arbeidscultuur moet aanleren, werd Ahmadi Khan snel duidelijk. Punctualiteit is een deugd die niet overal zo hoog staat aangeschreven als in Duitsland.

„Toen ik me voor de eerste keer moest melden bij de immigratiedienst”, vertelt Khan verlegen lachend, „had ik een afspraak om tien uur. Ik was er om tien over tien. In Afghanistan zou dat geen enkel probleem zijn geweest. Maar hier zeiden ze: kom over twee maanden maar weer terug.”