Je merkte het meteen als Wytze er niet was

Wytze Pennink (1997-2016) was net begonnen met zijn studie rechten in Groningen. Toen kwam hij opeens niet meer thuis.

©

Blauwe pretogen en een ondeugende glimlach, omlijst door een Ajaxsjaal en een wilde bos donkerblond haar. Door de foto die vrijdagavond 7 oktober via Facebook verspreid wordt, krijgt de Groningse student Wytze Pennink voor velen een gezicht. Hij is die nacht niet thuisgekomen na het uitgaan, schrijven zijn huisgenoten in een bericht dat ruim 23.000 keer gedeeld zal worden. „Hebben geen idee waar die nu mogelijk zou kunnen zijn en beginnen ons zorgen te maken.”

Meer dan driehonderd mensen geven die avond gehoor aan de oproep om de stad uit te kammen. Op zaterdag worden camerabeelden uitgeplozen en speurhonden ingezet. De hoop op een goede afloop begint te vervliegen. Op zondag zeggen zijn huisgenoten tegen elkaar: „In het allerbeste geval heeft-ie klappen gekregen en is-ie in een busje naar Polen gereden.” Een landelijke politieeenheid vaart inmiddels met een sonarboot door de grachten. De volgende ochtend wordt er een lichaam gevonden door een woonbootbewoner, in het water van het Lopendediep.

Vrolijk, geïnteresseerd, bescheiden

Wytze Pennink (18) woonde pas een paar weken in Groningen. Veertien jaar had hij in Bussum gewoond, maar volgens huisgenoot Pieter Croll was hij zeker geen typische Gooise jongen. „Hij was vrolijk, oprecht geïnteresseerd in zijn omgeving. Bescheiden, maar niet te. Hij kon ook heel gevat uit de hoek komen.”

In Groningen was een nieuwe wereld voor hem opengegaan. Na de introductieweek en de kennismakingstijd van zijn vereniging Vindicat werd Wytze ‘ingestemd’ in Pension Dieters, een studentenhuis met negen jongens die naast een woning ook een zekere afkeer delen voor meelopers en kuddegedrag. Croll: „We zeggen hier vaak tegen elkaar: streef je eigen doelen na, doe vooral wat je zélf leuk vindt, al is het op de bank liggen.”

Feestjes, bier, ontmoetingen met nieuwe mensen: Wytze’s dagen en nachten waren gevuld met de typische bezigheden van een eerstejaars. Wanneer hij even terug was in Bussum, waar hij een hechte vriendengroep had, kon je zien dat hij een echte student was geworden, zegt hockeyvriend Wisse Koopal. „Baardje, nette jas. Moe, maar vol verhalen.” Met zijn studie rechten was hij nog niet zo bezig. „Voor zijn eerste college had-ie zich verslapen, hij wist amper waar het over ging. Ach, met die studie zou het wel goedkomen.”

De Facebook-post van Vindicat die veel gedeeld werd.

Die houding was kenmerkend voor Wytze, zegt zijn moeder Dorothée Pennink. Achteloos kon hij zijn, soms een tikkeltje naïef. Alles moest ook altijd op het laatste moment. Dan haalde hij opeens een vier voor een mondeling omdat hij de boeken helemaal niet had gelezen. Stond een jaar eerder op de dag van de eindexamenuitslag van zijn broer de taart klaar en de hele familie opgelijnd, bij Wytze mocht er niemand komen. „Toen zaten hij en ik hier met z’n tweeën af te wachten, omdat het toch wel heel erg spannend was.”

Overleden vader

In 2012, Wytze was 14, overleed zijn vader. „Dat was heel heftig,” zegt zijn moeder, „Wytze was een ontzettend vaderskind, zijn vader was een soort God voor hem. Een superheld.” Ze deelden een liefde voor sport, voetbal in het bijzonder. „Die twee waren wandelende encyclopedieën vol voetbalfeitjes.” Op zondag zat het gezin vaak vol spanning voor de televisie. Als Ajax of Arsenal verloor, wisten zijn twee broers en zusje, kon je beter even bij Wytze uit de buurt blijven.

Vijf, zes dagen per week stond Wytze de afgelopen jaren op of langs de velden van Hockeyclub Naarden. Ook om training te geven en te coachen, zelfs aan de lagere meisjesteams, waar andere jongens zich te goed voor voelden. Zelf was hij geen briljante speler, niet ontzettend snel of supertechnisch. „Maar,” zegt Wisse Koopal, teamgenoot en medecoach, „hij had een enorme inzet. En hij was een sfeermaker. Je merkte het meteen als Wytze er niet was. Dan was het een stuk stiller tijdens het inlopen.”

Geen allemansvriend

Als je Wytze zou vertellen dat er dagenlang driehonderd mensen naar hem op zoek waren, had hij dat behoorlijk overdreven gevonden, zeggen degenen die hem goed kenden. Gênant zelfs. Hoewel hij iemand was die in no time een grote club mensen om zich heen kon verzamelen („in Bussum werd hij op elk feestje uitgenodigd”) was hij geen allemansvriend. Zijn vriend Wisse Koopal: „Hij zou nooit zomaar ‘hallo’ tegen iemand zeggen, als-ie geen goed gevoel had bij die persoon.”

Op de laatste beelden die er van hem zijn, loopt Wytze op de stoep langs een coffeeshop in de richting van zijn huis. Het feest waar hij geweest is, is dan al een paar uur afgelopen. Hij draagt een blauw bloemetjeshemd en een rode onesie, korte grijze trainingsbroek eroverheen. „Niet stomdronken”, zou de politie later constateren. Waar hij vandaan komt is onduidelijk, net als wat er daarna precies is gebeurd. Maar dit is waar voorlopig alles op wijst, in de woorden van zijn moeder: „een onvoorstelbaar stom ongeluk”.