Opinie

Ik ga recht doen aan alle belangen

Als – voorstander van het associatieverdrag met Oekraïne – tekstschrijver van Rutte zou zijn, dan schreef hij dit:

Als minister-president probeer ik elke dag te handelen namens 17 miljoen Nederlanders. Dat is een eervolle opdracht, maar ook een lastige. Je kunt misschien een paar mensen op alle punten tevreden stellen en alle mensen op een paar punten, maar niet iedereen op alle punten. Politiek blijft de kunst van het mogelijke. Als kabinet zullen wij steeds een eigen afweging moeten maken tussen alle tegengestelde belangen en verlangens.

In het geval van het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne is dat een verre van eenvoudige opdracht. We zullen om te beginnen de tegenstelling tussen twee verschillende democratische uitspraken over dit onderwerp moeten overbruggen. Enerzijds is er de via directe verkiezingen aangestelde Tweede Kamer, die zich in ruime meerderheid voor het verdrag uitsprak. Anderzijds een raadgevend referendum waarin miljoenen kiezers een duidelijk ‘nee’ lieten horen.

Daarnaast moeten we als kabinet meewegen dat het referendum als middel niet onomstreden is. Het kamp van de niet-stemmers won het ruim van de nee-stemmers. Een aanzienlijk deel van de niet-stemmers bleef bewust weg uit het stemhokje. Sommigen deden dat uit tactische overwegingen, anderen uit protest tegen referenda in het algemeen of dit referendum in het bijzonder.

In de praktijk betekent het dat wij als kabinet moeten schipperen tussen degenen die het referendum in het geheel niet serieus nemen en hen die het zo serieus nemen dat ze het achteraf een bindende status willen geven. Laat ik daarbij benadrukken dat de wet alleen van een raadgevende functie spreekt. Van bindende werking is dus geen sprake, een eigen afweging op kabinetsniveau blíjft noodzakelijk.

Tegelijk was de uitspraak op 6 april wel duidelijk en ik zie het als mijn persoonlijke opdracht om te zorgen dat het kabinet daar recht aan doet. Maar dat kunnen we als Nederland niet in ons eentje. In Europa zien we een derde tegenstelling van belangen, tussen 27 lidstaten die het verdrag al hebben geratificeerd en ons land dat een eigen afweging wil maken. Het Europees belang, een stabiele buitengrens met stevige diplomatieke banden en een sterke handelsrelatie met Oekraïne, is daarbij ook Nederlands belang. En wat voor het kabinet ook meespeelt: Europa zélf is Nederlands belang. De EU garandeert immers binnen de grenzen van de Unie vrijhandel en vreedzame betrekkingen tussen staten die in voorgaande eeuwen niet altijd de beste buren waren.

Een eventueel besluit moet dus ook het Europees belang meewegen. In dit geval betekent dat: proberen te vermijden dat een Nederlands besluit leidt tot besluiteloosheid en tweespalt op Europees niveau. Al helemaal omdat het land dat daarvan zou profiteren, Vladimir Poetins Rusland, niet automatisch het goede met Europa – en dus met Nederland – voorheeft.

De afgelopen zeven maanden heeft het kabinet zich elke dag ingezet om dit alles tegen elkaar af te wegen. Het pad naar een oplossing die zowel aan deze tegengestelde belangen als aan de gevoelens van de meeste Nederlanders recht doet, is smal. Zolang we denken dat er hoop is dat we via dat pad toch een werkbare oplossing kunnen bereiken, zullen we doorgaan met zoeken. Concreet betekent dit dat we steun proberen te winnen onder de 27 EU-lidstaten die het verdrag wel ratificeren én Oekraïne voor een bij het verdrag aangehechte verklaring die recht doet aan de door tegenstemmers geformuleerde bezwaren. In deze verklaring staat onomwonden dat het verdrag het land geen uitzicht geeft op EU-lidmaatschap, dat het ook niet verplicht tot leveren van militaire hulp of extra financiële middelen en dat Oekraïense burgers op basis ervan geen recht op permanent verblijf in EU-lidstaten kunnen claimen.

Hiervoor steun werven is geen eenvoudige opdracht. Unanieme instemming door alle landen die ondertekenen, is namelijk een vereiste. Toch gaan we het wel proberen om zo recht te doen aan álle belangen en de uitslag van het referendum. We zijn dankbaar dat de Kamer ons daartoe nu extra tijd heeft gegeven. In december hoop ik meer duidelijkheid te geven aan u, aan het parlement en aan alle 17 miljoen Nederlanders.