Sneijder moest in zijn jonge jaren zijn emoties leren te bedwingen

Hoe word je wie je bent? Stervoetballer Wesley Sneijder (32) is een vaste waarde in het Nederlands elftal, dat volgende week een belangrijk WK-kwalificatieduel speelt. Als jochie in een Utrechtse volkswijk moest hij knokken voor een plekje in de voetbalkooi.

Pingelen in de gang

Toen Wesley Sneijder nog een peuter was, nam zijn moeder hem vaak mee naar de markt. „Wesley zat rustig in de buggy”, zegt Sylvia Sneijder, „totdat we langs een muurtje met een grote stenen bal kwamen. Dan werd hij huilerig. Hij wilde met dat ding voetballen.”

‘Bal’ was het eerste woord dat over zijn lippen kwam. Op de lagere school meldde Wesley (32) al dat hij profvoetballer wilde worden. Urenlang pingelde hij met zijn broer Jeffrey thuis in de gang. Dat het ruitje van de voordeur wekelijks moest worden vervangen, nam Sylvia Sneijder voor lief.

Die liefde voor de bal had Wesley volgens zijn vader Barry niet van een vreemde. Zowel opa Sneijder (die prof was bij Velox) als de broers van zijn vrouw, konden „heel goed voetballen”.

Dat Jeffrey, Wesley en nakomertje Rodney alledrie door Ajax gescout werden, verraste daarom niet. Maar hij heeft het niet gepusht, zegt Barry. „Als het piano of ballet was geweest: ook prima. Belangrijk is dat je als ouder de gaven van je kind stimuleert – zonder dat het je naar het hoofd stijgt. Toen er vanuit het buitenland aan Wesley getrokken werd – hij was veertien – hapte ik niet toe. Eerst maar eens het eerste van Ajax halen, dacht ik.”

sneijder11

Nachtdiensten bij de PTT

Barry en Sylvia hadden de taken goed verdeeld. Nadat eerst Jeffrey en daarna Wesley tot de jeugdopleiding van Ajax was toegelaten (Rodney zou later volgen) zorgde Sylvia dat thuis alles op rolletjes liep. Barry bracht en haalde zijn zoons naar trainingen en wedstrijden. Toen zijn baan bij een glijbanenfabrikant daardoor in het gedrang kwam, ging hij nachtdiensten draaien bij de PTT. „Negen uur ’s avonds thuis met de jongens, een uur later beginnen bij de PTT. Ik sliep van zes tot twaalf in de ochtend.”

Breed hadden de Sneijders het in die tijd niet. Volgens moeder Sylvia, die wat bijverdiende als werkster, had het gezin aan het einde van de maand maar een paar gulden over om te tanken en te eten. „Ik heb vaak gedacht: dit gáát niet langer. Maar ja, de jongens hadden zó veel plezier met voetballen…”

Wesley is zijn ouders dankbaar voor de offers die zij hebben gebracht. „Ik besef heel goed wat zij voor ons hebben moeten laten”, zegt hij vanuit Turkije. „Iets terugdoen vind ik niet meer dan normaal.”

Nadat hij als zestienjarige zijn eerste contract bij Ajax had gesloten – hij viel op door zijn goede traptechniek, mentaliteit en grote wendbaarheid – vroeg hij zijn ouders of ze een nieuwe auto wilden uitzoeken. Kort daarna stelde hij hen voor de Utrechtse wijk Ondiep te verruilen voor een nieuwbouwwijk in De Meern. Sylvia Sneijder: „Toen ik tegensputterde dat dat nieuwe huis moest worden ingericht, kwam hij met een begroting: ‘Kijk, ma, zo veel hebben we nodig voor nieuwe gordijnen en vloerbedekking. Als ik dat bedrag nou eens uit mijn contract haal…’”

sneijder2a

Survival of the fittest

Dat Wesley weg wilde uit Ondiep is goed te verklaren. Niet alleen hadden de ouders van zijn toenmalige vriendin Ramona net een huis in De Meern gekocht, maar volkswijk Ondiep bezorgde hem ook gemengde gevoelens. „Het was survival of the fittest”, zegt hij. „Ik moest echt knokken voor een plekje in de voetbalkooi.” Zijn moeder „pikte het niet” als hij huilend thuis kwam. Die no nonsense-mentaliteit heeft hem gevormd.

„Een heerlijk straatboefje”, noemt jeugdvriend William Kaay (tevens getuige op zijn tweede huwelijk) de jonge Wesley. „Hij moest van zich afbijten, maar hield kattenkwaad binnen de perken.” Volgens broer Jeffrey heeft Wesley zich altijd verre gehouden van zaken die niet door de beugel kunnen. Terwijl dat in Ondiep niet gemakkelijk was: „Je gaat dingen normaal vinden die niet normaal zijn. Ik was daar gevoeliger voor dan hij.”

Volgens Barry Sneijder lieten hangjongeren zijn zoons met rust, omdat zij bij Ajax voetbalden. Het was een soort natuurlijke bescherming, zegt hij. Wat volgens anderen ook meehielp is dat Wesley zeer gedreven was, en overtuigd van zijn eigen kwaliteiten. Dat dwong respect af. „Hij wist dat hij goed was”, zegt Jeffrey. „Als jeugdspeler nodigde hij soms een bus vol mensen uit om naar wedstrijden te komen kijken. Het kon hem niet genoeg zijn.”

Koeman en de middelvinger

Wesley kon als kind al slecht tegen zijn verlies. Vader Barry herinnert zich een regenachtige vakantie op de camping, waarbij Wesley zijn broer Jeffrey nog net niet in de haren vloog na een verloren potje Mens Erger Je Niet. „Het bord ging door de lucht. Toen zijn we van ellende maar naar huis gegaan.”

Als jonge voetballer was Wesley altijd op zoek naar de grenzen, zegt Jan Olde Riekerink, zijn coach bij Galatasaray in Istanbul én zijn trainer bij Ajax toen Wesley elf, twaalf jaar was. „Hij was baldadig in de goede zin van het woord. Door zijn winnaarsmentaliteit kon hij af en toe uit zijn slof schieten. Maar hij zorgde er wel voor dat hij anderen niet benadeelde.”

Tijdens de strijd om de Johan Cruijff-schaal in 2004 – Wesley was net twintig – gingen zijn emoties met hem op de loop. De middenvelder was ‘slechts’ invaller en wilde dat foutje van de coach met zijn voeten recht zetten. Na zijn tweede goal stak hij zijn middelvinger op naar trainer Ronald Koeman.

„Een actie die niet thuishoort op het voetbalveld”, zegt hij daar nu over. „Ik heb echt moeten leren mijn temperament in bedwang te houden. Die over-mijn-lijkmentaliteit zat mij als jongen soms dwars.” Zijn vader, die die dag van schaamte de tribune verliet: „Sinds dat akkefietje houdt hij zijn emoties beter in bedwang. Daarna is het niet meer gebeurd. In ieder geval niet met trainers.”

sneijer2b

Beter dan Zlatan

Zijn opvliegendheid zou mede kunnen verklaren waarom de jonge Wesley soms voor dom en arrogant werd versleten. Maar hij was scherp en slim, zeggen oud-coaches en oud-ploeggenoten. Hij had gewoon spanning nodig om goed te kunnen presteren. „Hij kende geen angst”, zegt oud-ploeggenoot en vriend Nando Rafael. „Toen we met het tweede van Ajax meetrainden, heb ik hem eens uitgedaagd: ‘Als jij ballen hebt zeg je tegen Zlatan Ibrahimovicć dat je beter bent dan hij.’ Zlatan was toen al de grote man, maar Wesley flikte het toch.”

Dat meetrainen en -spelen met hogere teams gebeurde wel vaker. Net als Rafael van der Vaart ontsteeg Wesley zijn eigen leeftijdsgroep. Door veel te oefenen ontwikkelde hij zijn linkerbeen net zo goed als zijn rechter. Als tienjarige nam hij al alle vrije trappen. „Maar door zijn excellentie werd hij ook overvraagd”, zegt oud-looptrainer Laszlo Jambor. „Als Wesley na een zware week bij mij kwam, was hij vaak overbelast. Dat vond hij moeilijk om te zeggen, dus trainde hij zó ongeconcentreerd, dat ik hem wel aan de kant móést zetten. Slim, vond ik dat. We hebben er later om gelachen.”

Trouw en goedgeefsheid

Twee kwaliteiten die in alle gesprekken over de jonge Wesley Sneijder naar voren komen, zijn trouw en goedgeefsheid. „Een jongen met een hart van goud”, noemt Nando Rafael zijn oude ploegmaat. „Regelmatig duwde hij mij een zak snoep of een paar nieuwe schoenen in handen. En toen ik eens na een wedstrijd de laatste trein gemist had, keerde hij zonder morren om op de snelweg.

Wesley had medelijden met Nando, legt zijn moeder uit. Ze weet nog dat hij thuis kwam met de mededeling dat er een vluchteling bij Ajax speelde. ‘Zijn hele familie is vermoord, mama. Zo zielig, mag hij bij ons blijven slapen?’

Sylvia Sneijder vond het „een mooi gebaar” van haar zoon dat hij van zijn eerste contractgeld een prachtig overhemd voor Nando kocht. Om te laten zien: jij bent mijn vriend. „Wesley denkt altijd aan anderen”, zegt zij. „In die zin is hij niets veranderd.”