Column

Het gebroken Nederland dat in 2017 op Den Haag afkomt

Deze week: de beïnvloeding door belangenbehartigers en lobbyisten van de nieuwe verkiezingsprogramma's. Ofwel: waarom de verkiezingen volgend jaar óók zullen gaan om de hechte relatie van partijen met polderaars en lobbyisten.

Nu het werk erop zit, een hele klus, wilde één lobbyist me deze week zijn digitale Rolodex wel toespelen. En dus trof ik donderdagmiddag een document in mijn inbox met honderden namen, hun functies en contactgegevens: alle mensen die de laatste maanden in hun partij meewerkten aan het nieuwe verkiezingsprogramma.

Die programma’s zijn er nu allemaal, al krijgen ze weinig aandacht – een even logisch als wonderlijk verschijnsel.

Partijen redeneren dat bijna niemand zo’n programma nog leest, dus worden ze ambitieloos gepresenteerd: stapeltjes standpunten. En zolang we niet weten hoeveel zetels die standpunten na de verkiezingen vertegenwoordigen, heeft het voor media weinig zin er standpunten uit te lichten: geen idee wat ze straks waard zijn.

Aan de andere kant: niet voor niets heb je lobbyisten die van alle betrokkenen binnen partijen de werk- en contactgegevens verzamelen.

De digitale Rolodex die ik kreeg kwam van Public Matters, een van de grootste lobbykantoren in Den Haag, geleid door routinier Peter van Keulen.

Hij staat bekend als aanhanger van pro-actief lobbyen: als je werkelijk invloed wil, zegt hij, moet je partijen en politici, al overtuigd hebben voordat ze officieel positie kiezen.

Dus het leek me interessant bij wie belangengroepen, lobbyisten en deskundigen de laatste maanden moesten zijn. En andersom: wie de mensen waren bij wie partijen hun oren te luisteren legden.

Want wat er ook gebeurt: een aantal van die programma’s is volgend jaar het basismateriaal van de kabinetsformatie.

Dat is zeker zo interessant omdat deze week opnieuw bleek dat zich een nieuw beïnvloedingscircuit aan de politiek opdringt: het vrijwilligersleger van GeenPeil dat de gewone man in plaats van alle belanghebbende deskundigen een stem wil geven.

Die digitale Rolodex gaf me fraai inzicht in het oude beïnvloedingscircuit dat om bewindslieden, Kamerleden en partijbesturen heen hangt. Namen en rugnummers van de mensen die officieel Den Haag omringen.

In de VVD-programcommissie zag ik bij voorbeeld Maarten Smit, politiek adviseur van eurocommissaris Frans Timmermans, en Ben Swagerman, de oud-magistraat uit Amsterdam die in 2000 met toenmalig officier van justitie Fred Teeven de ‘Teevendeal’ met crimineel Cees H. sloot.

Bij 50Plus trof ik voormalig minister en Telegraaf-columnist Willem Vermeend (PvdA) en oud-hoofdredacteur Sjuul Paradijs van De Telegraaf als adviseur van de programcommissie.

Hans Vijlbrief, als thesaurier-generaal op Financiën een van de voornaamste ambtelijke adviseurs van Rutte en Dijsselbloem in Brussel, werkte mee aan het verkiezingsprogramma van D66. Jan van Zijl, vice-voorzitter van pensioenfonds APB, en Saskia Stuiveling, oud-voorzitter van de Algemene Rekenkamer, deden dit bij de PvdA.

De Utrechtse econoom en Volkskrant-columnist Rens van Tilburg zat in de commissie van GroenLinks. Joba van den Berg, directeur Sociale Zaken van de bouwlobby (‘Bouwend Nederland’), deed ‘werk en inkomen’ voor het CDA-programma.

Dan heb je natuurlijk het circuit dat, vaak met behulp van lobbyisten, al deze mensen probeert te sturen. Belangengroepen, brancheverenigingen, beroepsgroepen, bedrijven: polderend Nederland.

Van Keulen van Public Matters vertelde me dat in die wereld „een enorme professionalisering” gaande is: het aantal gegadigden dat partijen vooraf wil beïnvloeden groeit vliegensvlug, en allemaal weten ze tegenwoordig de weg.

Nog een fraaie paradox: hoewel partijen zelf een steeds kleiner openbaar gewicht aan hun programma’s toekennen, hecht de buitenwereld er groeiende waarde aan.

De meeste partijen melden achteraf niet met wie hun commissieleden precies contact hebben voordat ze hun programma publiceren. Dus dit circuit blijft voor een groot deel onzichtbaar.

In de uiteindelijke programma’s zag ik dat alleen de PvdA een overzicht geeft van externe adviezen die ze inwon: een lange lijst met de bekende polderaars, bedrijven (Shell, Rabobank), ideële instellingen en individuele leden, zoals econoom en Telegraaf-columnist Rick van der Ploeg.

Op de lijst zag ik ook diverse columnisten, zoals econoom Frank Kalshoven (de Volkskrant) en Ruslandkenner Hubert Smeets (NRC Handelsblad), die me allebei lieten weten dat ze hun vakkennis zonder politieke bijbedoelingen met de partij deelden.

Het meest viel me op dat Zorgverzekeraars Nederland (ZN) ontbrak op de lijst gesprekspartners van de PvdA. Hoe kan dat, sms’te ik de voorzitter van ZN, oud-politicus André Rouvoet, die in Hongkong bleek te zitten. „Geen idee”, reageerde hij.

Het frappante is namelijk dat uitgerekend de particuliere zorgverzekeraars in mijn waarneming van alle Haagse lobbygroepen de meeste invloed inleveren in de verkiezingsprogramma’s dit jaar. Zelfs het CDA is nu uitgesproken sceptisch over hun rol: dan weet je hoe laat het is.

Rouvoet bestrijdt dit. Hij mailde me dat, behalve de SP zelf, geen partij kiest voor een stelselwijziging zoals het Nationaal Zorgfonds. Mij lijkt het nu al vast te staan dat zorgverzekeraars volgend jaar talrijke marktvrijheden zullen verliezen.

Je kunt nog zo vaardig lobbyen, maar als de burger een grondige hekel aan je krijgt, volgt de politiek uiteindelijk altijd.

Tegelijk speelt hier dus iets dubbelzinnigs. Naast dat circuit van professionele beïnvloeding zien we nieuwe beïnvloedingsmechanismen ontstaan, waarbij openbare aandacht zeker zo belangrijk is als de kwaliteit van argumenten. En waarbij activisten inspelen op het sentiment dat de politiek te veel luistert naar deskundigen terwijl gewone mensen genegeerd worden.

In de controverse rond het Oekraïneverdrag, waarin premier Rutte deze week politieke ruimte vond voor nadere gesprekken in Brussel, draait het precies hierom.

De meeste deskundigen zijn voor het associatieverdrag. GeenPeil organiseerde genoeg tegenmacht zodat de burger het verdrag via een raadgevend referendum afwees.

Rutte bleef er lang laconiek over maar liet vorige week zijn gezicht zien: hij volgt de geopolitieke zorgen van de deskundigen, en gaat opnieuw in Brussel onderhandelen.

Of dit onderwerp na volgende week nog terugkeert op de Haagse agenda weet ik niet. Rutte staan lastige onderhandelingen in Brussel te wachten. CDA-leider Buma zit lastig met zijn Eerste Kamerfractie (die voor het verdrag is). De kans lijkt me reëel dat ze een gezamenlijk belang vinden in uitstel tot na de verkiezingen.

Het echt interessante leek me deze week daarom GeenPeil. De twee gezichten, Thierry Baudet en Jan Roos, zijn overgestapt naar de politiek. Vooral VNL-leider Roos kan publicitair profiteren van Ruttes positie inzake het verdrag, en dat hoeft voor de VVD niet eens slecht te zijn als hij zo stemmen van Wilders wint.

GeenStijl-medewerker Bart Nijman, zegsman van GeenPeil, zei in het AD dat hij en zijn activisten zich tijdens de Kamercampagne zullen keren tegen partijen die de uitslag van het raadgevend referendum negeren – VVD, PvdA en vermoedelijk D66.

Nijman vertelde me donderdagmiddag dat hij toen al toezeggingen van 1.360 vrijwilligers en 40.000 euro binnen had. Hoe hij zich volgend jaar in de campagne mengt wilde hij nog niet zeggen. Wel dat het hem „minder om het verdrag” en meer om de democratie als zodanig gaat: „Mensen hebben steeds meer het gevoel dat Den Haag niet luistert.’’

Ziehier het gebroken Nederland dat in 2017 op Den Haag afkomt.

Belanghebbenden die standpunten van politici via het professionele (lobby)circuit tijdig beïnvloeden. En nieuwe democratische activisten, zoals Nijman, die daar nu de stem van de gewone man nadrukkelijk tegenover zetten.

Dus volgend jaar zijn niet alleen bekende partijen en hun politici verkiesbaar. Volgend jaar draait het indirect ook om de verhouding van partijen en politici met dat hele geprofessionaliseerde lobbycircuit.