Gierzwaluw vliegt, vliegt en vliegt

Tekening Irene Goede

Denk even terug aan de laatste week van juli. Misschien was je aan het dollen bij het zwembad van de camping. Of je zat bij de barbecue met je familie.

Toen, in die week, steeg een gierzwaluw op uit haar holletje onder een Nederlands dak. Ze had haar kinderen vetgemest als voorbereiding op de grote reis, haar man was al vertrokken. Ze had niks meer te doen.

Dus ging ze ook.

Daar ging ze. Ze steeg op, meer dan een kilometer omhoog. Eerst was ze nog een zwarte sikkel tegen de blauwe lucht, daarna werd ze een stipje en aan het eind zag je haar helemaal niet meer.

Ze vloog en vloog, zeven weken lang, helemaal naar het midden van Afrika. En nu jij dit leest, vliegt ze nog steeds. Ze slaapt ’s nachts terwijl ze vliegt. Ze eet de hele dag vliegjes, ze drinkt regendruppels, en ze vliegt.

Sinds ze onder haar Nederlandse dakpan vandaan kwam, heeft ze geen tak meer aangeraakt. Komend voorjaar zal ze nog steeds hoog in de lucht wonen. Dan vertrekt ze weer uit Afrika.

Ze vliegt terug naar Nederland, om nog een keer te broeden. Ze gaat pas weer zitten als ze, eind april of begin mei volgend jaar, haar eigen dakpan terugziet.

Dan heeft ze meer dan negen maanden aan één stuk gevlogen. Er zijn zelfs gierzwaluwen die het tien maanden volhouden. Er zijn geen andere vogels die dat kunnen. Het is een wereldrecord.

Wacht even. Hoe weet je dat nou zeker? Je kunt een gierzwaluw toch niet tien maanden lang achterna vliegen, en hem in de gaten houden?

Het mooie is: dat kan wel. Er zijn hele kleine meetapparaatjes. Onderzoekers plakken ze op de rug van gierzwaluwen. Die apparaatjes blijven wel twee jaar zitten, als je geluk hebt, en al die tijd meten ze of de vogel vliegt, zit, of aan een tak hangt.

En het klopte. Ze vloog.

De meeste gierzwaluwen stoppen trouwens wel heel af en toe eventjes, ontdekten de onderzoekers met de meetapparaatjes.

Dan hangen de gierzwaluwen, heel ongewoon, aan een tak als een vleermuis. Zo hangen ze hooguit eens een paar uur, en daarna vliegen ze weer maanden verder. Er zijn waterdieren, er zijn landdieren. De gierzwaluw is een luchtdier.

Bron: Current Biology, 27 oktober.