Geveinsde krankzinnigheid

FIDE-president Kirsan Iljoemzjinov zei kort geleden dat hij Barack Obama, Donald Trump en Hillary Clinton zou uitnodigen om de WK-match in New York tussen Magnus Carlsen en Sergej Karjakin bij te wonen. Komende vrijdag wordt daar de eerste partij gespeeld.

Toen Karjakin werd gevraagd met wie van de drie hij het liefst een gesprek zou voeren, zei hij: „Met Trump. Volgens mij is hij de krankzinnigste. Het zou leuk zijn om met hem te praten.”

De Amerikaanse presidentsverkiezing is dan al geweest. Stel je voor dat Trump gewonnen heeft en dat hij inderdaad bij het schaken komt kijken. Binnenkort is hij dan de machtigste man op aarde, heerser over leven en dood van de ganse wereldbevolking. Het machtige lijf stapt dreigend op Karjakin af met de woorden: „Zo Sergej, ik hoorde dat je mij een krankzinnige noemt?”

Karjakin staat er om bekend dat hij zich uit netelige posities weet te redden en hij kan zeggen dat het goedbedoeld was en dat zowel de koele politieke denker Niccolo Machiavelli als de gewiekste Amerikaanse president Richard Nixon van mening waren dat geveinste krankzinnigheid soms onontbeerlijk is voor een politiek leider. Volgens mij denkt onze schaakpresident Iljoemzjinov er ook zo over.

Er zijn weinig mensen die verwachten dat Karjakin Carlsen zal verslaan. Carlsen zelf zal dat ook niet denken, maar hij onderschat Karjakin zeker niet. Ze zijn beiden geboren in 1990 en in de jeugdtoernooien die ze samen speelden was Karjakin nog de sterkste. Ze kennen elkaar goed.

Aan het begin van het kandidatentoernooi, in maart dit jaar, zei Carlsen dat hij Karjakin de beste kans gaf om te winnen. Er waren er toen niet veel die er zo over dachten, maar Karjakin won en werd daardoor de uitdager van Carlsen.

In 2002, toen hij 12 jaar was en de jongste grootmeester ter wereld, zei hij dat hij op zijn zestiende wereldkampioen wilde zijn. Hij moest even wachten, maar nu krijgt hij zijn kans. Hier alvast een proeve van zijn bekwaamheid.

Sergej Karjakin - Alexander Grischuk, Bilbao 2009

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. Te1 b5 7. Lb3 d6 8. c3 0-0 9. h3 Lb7 10. d4 Te8 11. Pbd2 Lf8 12. a3 h6 13. d5 Pb8 14. Ph2 Pbd7 15. Df3 Dc8 Deze zet heeft in de jaren daarna geen navolging gekregen. Er is hier van alles gespeeld, 15...c6 het vaakst. 16. Pdf1 c6 17. dxc6 Dxc6 18. Pg4 Te7 Geen goede zet, omdat de toren later weer weg moet. Na 18...d5 kan wit rustig 19. Pg3 doen, maar Karjakin gaf indertijd ook 19. exd5 Pxd5 20. Lxh6 gxh6 21. Dg3 aan, wat inderdaad goed voor wit is. Maar beter dan het aannemen van het offer zou 20...Pf4 zijn. Na 21. Dxc6 Lxc6 22. Lxf4 exf4 heeft zwart compensatie voor de verloren pion. 19. Pg3 d5 20. exd5 Pxd5 21. Pf5 Te6 22. Dg3 Kh8 23. Le3 De druk wordt onhoudbaar voor zwart. 23...h5 24. Tad1 Pxe3 25. Pgxe3 Tg6 26. Dh2 Tf6 27. Ld5 Nog sterker was 27. Pg3 met de bedoeling 27...g6 28. Pd5 of 27...h4 28. Pgf5 met pionwinst. 27...Dc8 28. Dg3 g6 29. Dg5 Lg7 In grote tijdnood de beslissende fout. Met 29...Lxd5 30. Txd5 Te6 kon zwart zich nog goed verdedigen. 30. Pe7 Dc7 31. Pg4 Ook het brute 31. Lxf7 Txf7 32. Pxg6+ was winnend. 31...Tf4 32. Ph6 Wits paarden lopen de zwarte stelling onder de voet.

zie diagram

32...Tf8 33. Pxf7+ T4xf7 34. Pxg6+ Kh7 35. Dxh5+ Lh6 36. Lxf7 Txf7 37. Txd7 Een aardig slot. 37...Txd7 Of 37...Dxd7 38. Pxe5 met winst. 38. Pf8+ Kg7 39. Pe6+ De vijftiende paardzet. Zwart gaf op.